- (on)partijdigheid
- Optreden media
- Beroepsgeheim
- Art. 143 Codex
- Art. 158,3.5° Codex
- Art. 156,14 Codex
- Art. 158,3.1 Codex
- Art. 158,3.2 Codex
- Art. 158,3.4 Codex
- Art. 1 Codex en art. 455 Ger.W.
- Art. 2 Codex
- Opschorting voor een termijn van drie jaar
De tuchtraad spreekt de advocaat vrij voor volgende betichtingen:
- Schending van het beroepsgeheim
- De regel dat de advocaat inzake de media zo mogelijk de Stafhouder raadpleegt, zijn standpunt inwint en zo nodig zijn richtlijnen volgt (art. 158,3.5° Codex)
- De plicht van de advocaat om in zijn omgang met de media niet over te komen als partij of getuige (art. 156,14 Codex)
- De wapengelijkheid die een reactie op het Openbaar Ministerie noodzaakt (art. 158,3.1 Codex)
- Onafhankelijkheid (art. 2 Codex)
De tuchtraad verleent de advocaat het voordeel van de opschorting voor een termijn van drie jaar voor volgende bewezen verklaarde inbreuken:
- De plicht tot loyaliteit, confidentialiteit en respect ten aanzien van de Stafhouder (art. 143 Codex)
- De plicht om voorafgaandelijk toestemming te krijgen van de cliënt en vooraf kennis te nemen van bepaalde teksten die worden gepubliceerd (art. 158,3.2 Codex)
- De plicht tot zorgvuldigheid bij elke tussenkomst in de media (art. 158,3.4 Codex)
- De plicht tot toelichting op serene wijze met waardigheid en kiesheid (art. 156,1.6 Codex, iuncto art. 1 Codex en art. 455 Ger.W.)
Voorts motiveert de tuchtraad dat:
“Het feit dat de Stafhouder een ander oordeel behartigt dan het oordeel van de betrokken advocaat is op zichzelf nog geen bewijs van partijdigheid”
Tot slot concludeert de tuchtraad:
“Een aangepaste zorgvuldigheid dient echter in acht genomen te worden in publieke verklaringen, zeker wanneer zij worden gedaan in persinterviews die niet onder tijdsdruk tot stand komen, alsook bij het geven van commentaar over vertrouwelijke aanbevelingen van de Stafhouder, gezien meerdere maatschappelijke belangen aan de orde zijn, naast het belang van de cliënt.”
Beslissing
Lees ook deze beslissing