Ga verder naar de inhoud

SBT-103: Beslissing 2 juni 2015

Deel dit artikel

  • Opslorping
  • Art. 65, 2° Sw
  • Eenheid van opzet
  • Nieuwe feiten
  • Niet (tijdig) overmaken dossiers aan opvolger
  • Veroordeling tot afgifte dossiers onder dwangsom
  • Niet (tijdig) doorstorten derdengelden aan bestemmeling
  • Niet (tijdig) betalen diverse facturen
  • Cliënt in ongewisse
  • Niet (tijdig) beantwoorden briefwisseling
  • Ontvangstbewijs
  • Beroepsfout
  • Punten permanente vorming
  • Ambtshalve schrapping rechtspersonenregister
  • Niet (tijdig) betalen baliebijdragen
  • Tuchtverleden
  • Verzet deels gegrond
  • Schorsing 1 jaar waarvan 4 maanden effectief en 8 maanden met uitstel gedurende 3 jaar
  • Kosten

Procedure

Strafrechtelijke opslorping zoals vervat in art. 65 2° lid Sw veronderstelt samenhang tussen de nieuw voorliggende feiten en de eerder definitief beoordeelde feiten of de nieuwe feiten moeten de uitvoering uitmaken van een zelfde opzet, waarbij bovendien moet kunnen worden voorgehouden dat indien bij de eerdere definitief geworden beslissing de nieuwe feiten gekend zouden zijn, geen zwaardere tuchtrechtelijke sanctie zou zijn uitgesproken. Aan deze twee voorwaarden is niet voldaan. In de nieuwe beslissing – waartegen huidig verzet – werd de tuchtstraf van schrapping opgelegd, wat in vergelijking met de door de tuchtraad én door de tuchtraad in hoger beroep eerder opgelegde schorsingen als beduidend zwaarder dient beschouwd. Voorhouden dat, indien de huidige betichtingen mee waren onderzocht en beoordeeld met de betichtingen in de eerdere tuchtbeslissingen, slechts tuchtstraffen in dezelfde grootorde als de vroegere zouden zijn toegepast, is niet ernstig.

Bovendien zijn een aantal betichtingen van een volkomen nieuwe en andere aard dan wat eerder aan deze tuchtraad werd voorgelegd. Thans blijken er namelijk dagvaardingen uitgebracht en veroordelingen bekomen lastens de advocaat tot afgifte van dossiers met een na verloop van tijd zeer hoog gecumuleerde dwangsom, dagvaardingen en veroordelingen van voormalige cliënten tot het bekomen van betaling van gelden op rekening derden die aan deze voormalige cliënten toekomen en sedert lange tijd niet werden overgemaakt.

Er is dus geen eenheid van opzet en geen toepassing van de rechtsfiguur van de opslorping.

Ten gronde

Ondanks dat de advocaat tracht om het voorwerp van elke tenlastelegging op te lossen door overdracht van de dossiers, betaling van de verschuldigde bedragen, opdracht tot overmaken van derdengelden etc. kunnen deze pogingen tot herstel echter niet doen vergeten dat door zijn gedragingen de betrokkenen zijn geconfronteerd met een advocaat die onbetrouwbaar, onoorbaar, onbehoorlijk en onaanvaardbaar heeft gehandeld tegenover rechtzoekenden, confraters en stafhouder. Gelukkig lijken de financiële problemen intussen opgelost of is de advocaat ze aan het oplossen.

Desalniettemin heeft de advocaat het volledig negeren van zijn beroep en verantwoordelijkheid als advocaat zo ver laten komen dat hij zich in een dossier liet veroordelen tot afgifte van dossiers aan de opvolgende advocaat met een dwangsom van 25,00 EUR per dag en per dossier, vervolgens niet tot afgifte van de dossiers overgaat en een bevel tot betalen inzake deze dwangsom betekend krijgt – dwangsom die is opgelopen tot +/- 25 000 EUR –, doch vrijwillig herleid door de raadsman van de opvolgende advocaat.

De advocaat heeft zich op volstrekt onaanvaardbare wijze gedragen m.b.t. gelden die voor zijn cliënten op zijn derdenrekening werden gestort. Deze gelden werden systematisch niet doorgestort, zijn cliënten werden zelfs niet in kennis gesteld van de betalingen die daarop door hun tegenpartijen werden gedaan. Dergelijk gedrag is van aard elke geloofwaardigheid en vertrouwen in een advocaat en bij uitbreiding de advocatuur in vraag te stellen.

Een advocaat die zich zo gedraagt zou met de zwaarste sanctie van schrapping moeten worden gesanctioneerd, te meer gelet op zijn tuchtrechtelijk verleden. Niettemin wil de tuchtraad hem, gelet op zijn inspanningen om met hulp van derden de goede werking van zijn kantoor weer op te nemen, nog de kans laten om op enige termijn en na enige bezinning zijn bezigheden als advocaat opnieuw – maar dan op een gedegen en correcte wijze – op te nemen.

In deze optiek wordt het verzet gedeeltelijk gegrond verklaard en wordt voor de, op twee na, bewezen tenlasteleggingen een tuchtstraf opgelegd van schorsing gedurende één jaar, waarvan acht maanden nog met uitstel gedurende een termijn van drie jaar, zodat de effectieve schorsing vier maanden bedraagt. Ook de kosten komen ten laste van de advocaat.

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen