Ga verder naar de inhoud

Rechtspraak-advocatuur Recht op een eerlijke pro­ces­be­wijs­voe­ring

De appellant heeft met de betrokken werkgever een arbeidsovereenkomst gesloten voor een vertrouwensfunctie op een burgerluchthaven. De overeenkomst werd ontbonden omdat de voor deze functie vereiste verklaring van geen bezwaar niet werd afgegeven door de minister.

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Deel dit artikel

Rolnummer: 201010838/1/T1/H3

Verwijzend naar de Nederlandse Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en naar de Nederlandse Algemene wet bestuursrecht heeft de minister meegedeeld dat alleen de Raad van State kennis mag nemen van bepaalde door de minister aangeleverde stukken.

Daarmee komt de zaak in een spanningsveld te liggen. Aan de ene kant is er de staatsveiligheid, en aan de andere kant het recht op een eerlijke procesvoering(artikel 6 EVRM). 

De rechtspraak van het EHRM stelt dat het recht op toegang tot de rechter geen absoluut recht is, en dat er een zekere beoordelingsvrijheid bestaat om bepaalde beperkingen toe te laten voor zover het recht op toegang tot de rechter niet uitgehold wordt, de gestelde beperkingen een rechtmatig doel dienen en aan de evenredigheidseis is voldaan. Zo kan volgens de Raad van State het belang van de staatsveiligheid een gerechtvaardigde grond zijn om de wederpartij kennisneming te onthouden van bewijsstukken waarvan de rechter wel kennisneemt.

Op basis van de EHRM-rechtspraak over artikel 6 EVRM en meer in het bijzonder over de openbaarmaking van bewijs, is een beperkte kennisneming slechts toelaatbaar wanneer aan volgende voorwaarden werd voldaan:

  • De rechter moet bevoegd zijn en in de gelegenheid worden gesteld te onderzoeken en te beslissen of zo een beperkte kennisneming noodzakelijk en gerechtvaardigd is.
  • De rechter moet daarbij een afweging maken tussen het belang van de staatsveiligheid enerzijds en het belang van de wederpartij bij kennisneming van het tegen haar ingebrachte bewijs anderzijds.
  • Bij die afweging betrekt de rechter de aard van de zaak en de resterende mogelijkheden voor de wederpartij om, overeenkomstig de eisen van een procedure op tegenspraak en gelijkheid van proceskansen, zijn standpunt in het geding te bepalen en naar voren te brengen.
  • Aan de hand van die afweging moet de rechter dan gemotiveerd beoordelen of de onthouding van kennisneming gerechtvaardigd is.

De Raad van State is van oordeel dat aan die eisen niet voldaan werd. Derhalve zal het onderzoek heropend worden en zal de Raad van State eerst de gerechtvaardigdheid van de onthouding van kennisneming van de stukken beoordelen. Mochten er voor die beperkte kennisneming geen gewichtige redenen zijn, dan zal de Raad van State de stukken terugzenden aan de minister. De minister zal in de gelegenheid worden gesteld zich te beraden of hij de stukken alsnog wil overleggen, ditmaal zonder het voorbehoud dat uitsluitend de Raad van State er kennis zal van mogen nemen. Pas daarna zal de Raad van State het geding zelf beoordelen.

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen