Ga verder naar de inhoud

Rechtspraak-advocatuur Grond­wet­te­lijk Hof bevestigt: geen recht op toegang tot één enkele rechter voor feitelijke samenwoners

Vorderingen van feitelijk samenwonenden over de uitoefening van hun rechten of over hun goederen, alsook de voorlopige maatregelen die daarop betrekking hebben, worden onderworpen aan het gemeen recht. Ze kunnen niet voor de familierechtbank worden gebracht.

Naar aanleiding van een prejudiciële vraag oordeelde het Grondwettelijk Hof in arrest 1/2017 van 19 januari 2017 dat het verschil in behandeling met gehuwden en wettelijke samenwoners geen discriminatie inhoudt. Het recht op toegang tot de rechter omvat namelijk niet het recht op een rechter naar keuze van de rechtzoekende.

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Deel dit artikel

Rolnummer: 6316

Het bodemgeschil

Een vordering tot vereffening en verdeling van een onverdeeld onroerend goed, dat toebehoort aan feitelijke samenwoners, wordt ingesteld bij de familierechtbank van Namen, afdeling Namen. De partijen verzoeken dezelfde rechtbank ook om hun verblijfplaats en die van kinderen van één van hen vast te stellen. Tot slot vragen de feitelijke samenwoners om de last te bepalen van de gemeenschappelijke hypothecaire schulden. De gevatte familierechtbank stelt vast dat de vereiste samenhang om die vorderingen samen te behandelen ontbreekt.  

Artikel 572bis, 3° Gerechtelijk Wetboek

Dit artikel luidt als volgt: "Onverminderd de bijzondere bevoegdheden die zijn toegekend aan de vrederechter en de bijzondere wetgevingen, neemt de familierechtbank kennis van:

[…] 3° vorderingen tussen echtgenoten en wettelijk samenwonenden betreffende de uitoefening van hun rechten of betreffende hun goederen, alsook de voorlopige maatregelen die daarop betrekking hebben; […]."

Aan het Grondwettelijk Hof wordt gevraagd of artikel 572bis, 3° Ger.W. verenigbaar is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre het feitelijke samenwoners onttrekt van het toepassingsgebied en hun het recht op toegang tot één enkele rechter (in dit geval de familierechtbank) zou ontzeggen.

Brengt het verschil in behandeling naargelang de relatievorm een discriminatie met zich mee?

Het Grondwettelijk Hof is van oordeel dat het artikel 572bis, 3° Ger.W. geen schending uitmaakt van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet:

“Het behoort tot de beoordelingsbevoegdheid van de wetgever om te beslissen welke rechter het meest geschikt is om een bepaald soort van geschillen te beslechten. Het enkele gegeven dat de wetgever de geschillen tussen de feitelijke samenwonenden niet uitsluitend aan de familierechtbank heeft toevertrouwd maar dat verschillende rechters hiervoor bevoegd zijn, doet niet op onevenredige wijze afbreuk aan de rechten van de betrokken personen. De wetgever vermocht daarbij rekening te houden met het gegeven dat de feitelijke samenwoning geen geïnstitutionaliseerde samenlevingsvorm is en een toenemend aantal situaties omvat, die niet noodzakelijk gericht zijn op het vormen van een gezinsleven, evenals met het feit dat de samenwonende partners die ervoor kiezen niet door de wettelijke samenwoning of door het huwelijk te worden verbonden, de voor- en nadelen van de ene en de andere samenlevingsvorm kennen en de juridische gevolgen van hun keuze aanvaarden.”

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen