Ga verder naar de inhoud

Rechtspraak-advocatuur Een in de Europese Verordening nr. 44/2001 verscholen be­voegd­heids­di­lem­ma

Een Amerikaanse vennootschap en een Duitse publiekrechtelijke rechtspersoon sluiten een overeenkomst die een bevoegdheidsclausule bevat waarin de Engelse gerechten als bevoegde gerechten worden aangewezen.

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Deel dit artikel

Rolnummer: C-144/10

Artikel 23.1. van de Verordening nr. 44/2001 bepaalt immers: "Wanneer de partijen van wie er ten minste één woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, een gerecht of de gerechten van een lidstaat hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan, is dit gerecht of zijn de gerechten van die lidstaat bevoegd. Die bevoegdheid is exclusief, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen."

Nu de Duitse rechtspersoon in Engeland werd gedaagd, betwist hij de geldigheid van de afgesloten overeenkomst, omdat die overeenkomst zou steunen op ongeldige besluiten uitgaande van de organen van die rechtspersoon. In één juridische adem werpt de Duitse partij op dat de Duitse gerechten daardoor bevoegd worden, daar artikel 22.2. van de Verordening nr. 44/2001 voorschrijft dat ongeacht de woonplaats, de gerechten van de vestiging van vennootschappen of rechtspersonen in een lidstaat bij uitsluiting bevoegd zijn voor de geldigheid, de nietigheid of de ontbinding van vennootschappen of rechtspersonen, dan wel van de besluiten van hun organen.

Het Hof van Justitie oordeelt dat artikel 22.2. van de Verordening nr. 44/2001 niet van toepassing is op een geschil in het raam waarvan de vennootschap aanvoert dat een overeenkomst haar niet kan worden tegengeworpen omdat een besluit van haar organen, dat tot het sluiten van die overeenkomst heeft geleid, ongeldig is wegens schending van haar statuten.

Het Hof van Justitie brengt volgende argumenten te berde:  

  • De exclusieve bevoegdheidsregel van artikel 22.2. van de Verordening nr. 44/2001 vormt een uitzondering op de algemene bevoegdheidsregel en moet uitgelegd worden in het licht van het oogmerk van die uitzondering. Dat wordt nog versterkt door het feit dat de toepassing van die exclusieve bevoegdheidsregel de vrije wil van de partijen met betrekking tot de bevoegdheidskeuze beperkt.
  • Indien men artikel 22.2. van de Verordening nr. 44/2001 zou toepassen op elk geschil waarin een vraag betreffende de geldigheid van een besluit van de organen van een vennootschap aan de orde is, dan zou dit in strijd zijn met het rechtszekerheidsbeginsel alsook met de na te streven voorspelbaarheid van de bevoegdheidsregel.
  • Elke vraag met betrekking tot de geldigheid van een door de vennootschapsorganen van een van de partijen genomen besluit om een overeenkomst te sluiten, moet in het raam van een geschil uit overeenkomst als ondergeschikt beschouwd worden.   

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen