Voorzitter op vrijdag: "Sociale advocatuur kan niet enkel steunen op idealisme"
In deze rubriek reflecteert onze voorzitter over de actualiteit. U leest hem elke twee weken. Ontdek waarover hij het vandaag met u wil hebben.
Auteur
Peter Callens
Bij onze noorderburen breekt het angstzweet uit over het dalende aantal advocaten in de ‘sociale advocatuur’. De boven-Moerdijkse versie van de juridische tweedelijnsbijstand, zeg maar. Er is namelijk vergrijzing ingetreden. Overwegend oudere advocaten doen pro-Deowerk. Die groep slinkt. Bij het instromend nieuw bloed in de advocatuur is de belangstelling daarvoor tanend. In die mate dat het zorgelijk wordt.
Zelfs rechtsfaculteiten nemen die evolutie waar. Zij zien dat jonge juristen minder zin hebben in praktijkgebieden die typisch zijn voor particuliere rechtzoekenden: het familierecht, het jeugdrecht, het traditionele strafrecht, het migratierecht. En dat is uitgerekend het doelpubliek dat de sociale advocatuur bedient. Je kunt in het ondernemingsrecht en aanverwante rechtsgebieden een lucratiever toekomstmodel verwachten, en dat is aantrekkelijker.
Deze maand kun je onder de auspiciën van de Universiteit van Amsterdam een colloquium volgen onder de veelzeggende titel: ‘Toegang tot het recht begint aan de rechtenfaculteiten.’
Nochtans zou je denken dat de Nederlandse pro-Deoadvocaat de wind in de zeilen heeft. De puntwaarde, die overeenkomt met één geschat uur werk, bedraagt er sinds dit jaar €134,47 exclusief btw. Een vergoeding die de Belgische puntwaarde van €97,37 doet verbleken. Natuurlijk kun je niet alles één op één vergelijken. Maar het cijfer geeft wel een idee.
Daarbij komt dat onze Nederlandse confraters weliswaar ook hun vergoeding pas factureren na het afsluiten van het dossier, maar dat zij vervolgens niet hoeven te wachten tot een, afhankelijk van de politieke agenda, in het ijle vlottende betaaldatum. De Nederlandse Raad voor Rechtsbijstand betaalt binnen… een week. Soms duurt het langer, maar niet meer dan 6 weken. Jawel.
Een wonder is het niet: Nederland besteedt, volgens het CEPEJ-rapport van de Raad van Europa, aan rechtsbijstand €31,06 per inwoner of 0,058% van het BBP. Daarmee is het een koploper in Europa. In België is dat €12,92 of 0,028%. Dat is meer dan het gemiddelde van de lidstaten van de Raad van Europa (€10 en 0,024%), maar toch: het verschil tussen de twee buurlanden springt in het oog.
Toch is men in Nederland niet tevreden. De zogenaamde ‘Commissie Van der Meer II’ boog zich over de materie en riep op, in een verslag van maart 2025, tot herijking van de punten, met een substantiële verhoging van de vergoeding in complexe dossiers. Het rapport stelt ook vast dat advocaten die in kantoorverband samenwerken een als redelijk beschouwd referentie-inkomen niet kunnen verdienen met pro-Deowerk.
Dat stemt tot nadenken. Want in tegenstelling tot Nederland hoor je hier zelden roepen dat er te weinig kandidaten zijn om de kunst van de juridische tweedelijnsbijstand te beoefenen, behalve in het migratierecht. Soms is er wel een advocaat die er de brui aan geeft, maar aan bereidwillige confraters is er overigens geen schaarste. Hoe zou dat komen?
Ongetwijfeld verschillen de mores tussen beide landen. De Hollandse koopmansgeest zal niet vreemd zijn aan de voorkeur van jonge advocaten voor winstgevende business. In het Noorden zit er minder romantiek verweven in de toga. De ambtskledij is er een middel om een comfortabel leven uit te bouwen, en misschien iets minder het symbool van het hoge streven naar gerechtigheid voor elke rechtzoekende. Maar bovenal zijn er in Nederland aanzienlijk minder advocaten dan bij ons: 102,3 advocaten per 100.000 inwoners tegenover 165,1 bij ons. Dat is ruim 60% méér advocaten. De mediaan in de Raad van Europa bedraagt 155,5. België zit daarboven. Daarbij komt dat er bij ons in het aantal advocaten geen bedrijfsjuristen zitten. In Nederland wel: je kunt er advocaat zijn als bediende van een onderneming. Dus is het verschil nog groter.
Dan verbaast het niet dat Belgische advocaten een grotere gretigheid vertonen om aan ‘sociale advocatuur’ te doen tegen lagere tarieven. Op zich is dat mooi, maar het Nederlandse voorbeeld toont aan dat de tweedelijnsbijstand niet enkel bestaat noch kan bestaan uit idealisme. Zij ontsnapt niet aan de wetten van de markt. Zoals de campagneadviseur van Bill Clinton in 1992, Chester James Carville Jr., alias Ragin’ Cajun, zei: It’s the economy, stupid.
Iedereen mag uit het bovenstaande naar eigen inzichten gevolgtrekkingen halen. Het is een debat waard. Maar één ding is helder: als het voor Nederlandse confraters die in kantoorverband samenwerken moeilijk is om rond te komen met pro-Deozaken, dan is het bij ons nog veel moeilijker. Zoals altijd gaat het over politieke keuzes: wat wil de overheid op justitiegebied doen voor de burger en hoe geeft zij invulling aan haar grondwettelijke plicht om een correcte juridische dienstverlening (en dus een correcte vergoeding voor de advocaten) te waarborgen? Die vragen staan nu op de politieke agenda en er valt dus wel wat te bespreken.
Ondertussen beroert een minder existentieel debat de sociale media: wat is een topadvocaat? Wie mag die eretitel ambiëren, of net niet? In een markt met veel advocaten is dat een voorspelbare aanspraak: je moet het verschil maken, nietwaar, en de topadvocaat onderscheidt zich van minder fortuinlijke beroepsgenoten.
Zelf geen topadvocaat zijnde, heb ik alleen bewondering voor topadvocaten. Geen misverstand daarover. Nu ik erover nadenk realiseer ik mij dat ik in de dossiers die ik in mijn 43-jarige balieloopbaan behandelde, amper het pad gekruist heb van een notoir topadvocaat. Maar wat een vreugde was het telkens weer!
Leve de topadvocaten, pro Deo of niet, het is hun gegund. Mits zij de vlag van de balie hooghouden natuurlijk. Want roem sleept een sleur aan plichten in zijn zog.
Met genegen groeten
Peter Callens
Voorzitter Orde van Vlaamse Balies
Ook interessant
Voorzitter op vrijdag: "Advocatuur is echt geen beroep als een ander"
In deze rubriek reflecteert onze voorzitter over de actualiteit. U leest hem elke twee weken. Ontdek waarover hij het vandaag met u wil hebben.
Voorzitter op vrijdag: "Het spreekrecht van rechters verschilt van dat van advocaten"
In deze rubriek reflecteert onze voorzitter over de actualiteit. U leest hem elke twee weken. Ontdek waarover hij het vandaag met u wil hebben.