OVB flitst wetgever voor veralgemening bijzondere bewijswaarde bij onbemande toestellen
De OVB is kritisch over een wetsvoorstel dat aan alle vaststellingen van verkeersovertredingen door onbemande, automatische toestellen bijzondere bewijswaarde wil hechten. We zijn niet tegen het principe van de bijzondere bewijswaarde als dusdanig, maar de voorgestelde grootschalige en automatische omkering van de bewijslast heeft een te grote impact op de rechten van verdediging.
Veralgemening van de bijzondere bewijswaarde
Op vraag van de Kamercommissie Mobiliteit hebben we ons standpunt overgemaakt inzake het wetsvoorstel van 7 mei 2020 tot wijziging van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer. In tegenstelling tot bij bemande toestellen hebben de vaststellingen door onbemande toestellen enkel bijzondere bewijswaarde voor de overtredingen die in het Koninklijk Besluit van 18 december 2002 opgesomd zijn. Voor andere vastgestelde overtredingen is het aan de rechter om te oordelen over de bewijswaarde van de beelden.
Daar willen de indieners van het wetsvoorstel verandering in brengen. Het voorstel beoogt de bewijskracht tot het tegendeel bewezen is uit te breiden tot vaststellingen van alle overtredingen van de Wegcode die met een onbemand automatisch werkend toestel worden vastgesteld.
Grote impact op rechten van verdediging
We verzetten ons niet tegen de bijzondere bewijswaarde als dusdanig. Vermits die enkel gehecht wordt aan de materiële vaststellingen, hoeft het niet strijdig te worden geacht met het vermoeden van onschuld.
We bekritiseren echter wel de grootschalige en automatische omkering van de bewijslast voor alle verkeersovertredingen, ongeacht of dit wordt vastgesteld door bemande dan wel onbemande toestellen. We betogen niet enkel dat er nog steeds een verschil bestaat tussen de vaststellingen die ter plekke worden gedaan en een verbalisant die de beelden vanop afstand doorkrijgt en moet interpreteren, maar de uitbreiding zou ook overtredingen behelsen die aanzienlijk minder makkelijk met absolute zekerheid kunnen worden vastgesteld. Desalniettemin zou het dan eveneens aan de vermeende overtreder zijn om de interpretatie van de beelden te weerleggen.
Als de wetgever oordeelt dat ook andere overtredingen vastgesteld door onbemande toestellen bijzondere bewijswaarde verdienen, vereist dit ons inziens steeds een punctuele motivatie en afweging.
De Morgen belicht ons standpunt
De editie van De Morgen van 8 juli belicht ons standpunt.
Ook interessant
Bijkomende maatregelen gevangenisnoodwet van kracht vanaf 1 oktober 2026
De 'noodwet 2.0' die goedgekeurd werd op 22 juli 2026 voert een reeks bijkomende maatregelen in om de overbevolking in de gevangenissen terug te dringen. Hieronder vindt u een overzicht van de belangrijkste wijzigingen die op 1 oktober 2026 in werking treden, met verwijzing naar de toepasselijke collectieve brieven en nieuwe bijlagen.
Het nieuwe Strafwetboek: van wetteksten tot opleidingen
Sinds 1 september 2026 is het nieuwe Strafwetboek van kracht. Om advocaten wegwijs te maken in de hervorming, bundelen wij op één overzichtspagina de belangrijkste wetgeving, praktische informatie en relevante documenten.