Hoger beroep in strafzaken Arrest Grondwettelijk Hof zorgt voor belangrijke koerswijziging
Het Grondwettelijk Hof sprak zich op 22 oktober 2026 in arrest nr. 125/2026 uit over de grondwettigheid van de regels inzake de beroepstermijn en de informatieverstrekking bij hoger beroep in strafzaken.
Auteur
Nele Staessens
Nicolaas Vinckier
Het Hof oordeelde dat de artikelen 172 en 203 van het Wetboek van strafvordering, in samenhang gelezen met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet en artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, ongrondwettig zijn voor zover de beroepstermijn begint te lopen vanaf de uitspraak van het vonnis, ook wanneer de veroordeelde niet is geïnformeerd over de mogelijkheid om hoger beroep in te stellen, de wijze waarop dat moet gebeuren en de toepasselijke termijn. Het arrest benadrukt daarmee dat het recht op toegang tot de rechter, ook in strafzaken, een duidelijke en officiële informatieverstrekking over de beroepsmogelijkheden vereist.
Het Hof stelde daarnaast ook vast dat er geen wettelijke bepaling bestaat die regelt hoe die informatie aan de veroordeelde moet worden meegedeeld. Ook die lacune is volgens het Hof ongrondwettig. Daarbij wijst het Hof op het verschil met burgerlijke zaken waarin artikel 780/1 van het Gerechtelijk Wetboek al voorziet in een informatieblad dat partijen informeert over de beschikbare rechtsmiddelen.
Het Hof handhaaft de gevolgen van de ongrondwettig bevonden bepalingen tot uiterlijk 31 december 2026. Zo krijgt de wetgever de tijd om een regeling uit te werken die waarborgt dat veroordeelden tijdig, duidelijk en officieel worden geïnformeerd. Een verplicht informatieblad naar het voorbeeld van de regeling in burgerlijke zaken ligt daarbij voor de hand.
Het arrest versterkt zo de rechtsbescherming van veroordeelden door te verhinderen dat zij hun recht op hoger beroep verliezen louter omdat ze niet duidelijk en officieel over de beschikbare rechtsmiddelen zijn geïnformeerd.
Het arrest onderstreept dat het recht op hoger beroep slechts daadwerkelijk kan worden uitgeoefend wanneer de veroordeelde duidelijk en officieel wordt geïnformeerd over de mogelijkheid, de termijn en de wijze van beroep.
Het is nu aan de wetgever om die informatieplicht uiterlijk op 31 december 2026 helder en sluitend te verankeren.
Ook interessant
Bijkomende maatregelen gevangenisnoodwet van kracht vanaf 1 oktober 2026
De 'noodwet 2.0' die goedgekeurd werd op 22 juli 2026 voert een reeks bijkomende maatregelen in om de overbevolking in de gevangenissen terug te dringen. Hieronder vindt u een overzicht van de belangrijkste wijzigingen die op 1 oktober 2026 in werking treden, met verwijzing naar de toepasselijke collectieve brieven en nieuwe bijlagen.
Het nieuwe Strafwetboek: van wetteksten tot opleidingen
Sinds 1 september 2026 is het nieuwe Strafwetboek van kracht. Om advocaten wegwijs te maken in de hervorming, bundelen wij op één overzichtspagina de belangrijkste wetgeving, praktische informatie en relevante documenten.