Ga verder naar de inhoud

Kamer keurt omstreden SLAPP-wet goed

vrijdag 22 mei 2026

Op 21 mei 2026 keurde de plenaire vergadering van de Kamer het wetsontwerp goed tot omzetting van de EU-richtlijn betreffende de bescherming van bij publieke participatie betrokken personen tegen kennelijk ongegronde vorderingen of misbruik van procesrecht, beter gekend als SLAPP. We adviseerden in de voorontwerpfase en blijven erg kritisch.

Auteur

Nico Moons

Jurist studiedienst
Avatar

Deel dit artikel

Bescherming van publieke par­ti­ci­pa­tie

De SLAPP-wet beoogt bescherming te bieden aan natuurlijke personen en rechtspersonen die betrokken zijn bij publieke participatie in zaken van algemeen belang. In het bijzonder worden onder meer de gerechtelijke procedures geviseerd die tegen journalisten, uitgevers, mediaorganisatie, klokkenluiders en mensenrechtenverdedigers, onderzoekers en wetenschappers worden aanhangig gemaakt met als louter doel hen te weerhouden van publieke participatie.

De wet voorziet daarom in 3 procedurele waarborgen die het vermeend slachtoffer van de SLAPP kan hanteren voor de eigenlijke procedure ten gronde wordt behandeld:

  1. Zekerheidsstelling voor kosten en schade
  2. Vroegtijdige afwijzing van kennelijk ongegronde vorderingen
  3. Sancties tegen misbruik van procesrecht gericht tegen publieke participatie

Ruimer dan wat Europa verplicht

De goede bedoelingen van het initiatief ten spijt, zijn we steeds erg kritisch geweest voor zowel de uitgangspunten als de gekozen oplossingen. 

In 2025 hebben we onze bezwaren bij het voorontwerp overgemaakt aan het kabinet, maar helaas zijn de meeste probleempunten onveranderd gebleven. 

De SLAPP-richtlijn (2024/1069) moest uiteraard worden omgezet, maar de Belgische wetgever heeft er onnodig voor geopteerd om op verschillende punten verder te gaan dan de richtlijn, onder meer door het toepassingsgebied uit te breiden tot niet-grensoverschrijdende SLAPP’s.

Veel bezwaren

Onze bezwaren bij de SLAPP-wet hebben onder meer betrekking op volgende aspecten:

  • De SLAPP-wet beschermt niet altijd de meest behartigenswaardige belangen en heeft geen oog voor de problematiek van ‘trial by media’. De wet kan zo een ‘chilling effect’ hebben op personen die het slachtoffer worden van onterechte beschuldigingen in de media. Bovendien zijn de beoogde slachtoffers van SLAPP’s niet altijd de “zwakkere” partij (bv. persgroepen) en wordt net de toegang tot de rechter beknot voor zwakkere tegenpartijen die aangevallen worden in de media.
  • De SLAPP-problematiek is beperkt in België: volgens de “Coalition Against SLAPPs in Europe zijn er de afgelopen 15 jaar 22 gedocumenteerde SLAPP-procedures in België geweest. Een inhoudelijke analyse van die procedures doet bovendien de vraag rijzen of ze allemaal als SLAPP geïnterpreteerd kunnen worden. Bovendien kreeg de eiser in sommige van deze zaken minstens in eerste aanleg (gedeeltelijk) gelijk.
  • Er bestaat al een wettelijke remedie tegen tergende en roekeloze gedingen, met name artikel 780bis Ger.W., waar weinig gebruik van wordt gemaakt en op basis waarvan een veroordeling (in tegenstelling tot de SLAPP-regeling na behandeling ten gronde) zeldzaam is.
  • Een persoon die aangesproken wordt wegens “publieke participatie” krijg een uitgebreid arsenaal aan uitzonderlijke procedure verweermogelijkheden, terwijl dat niet zo is voor andere personen die geconfronteerd worden met kennelijk ongegronde of abusieve vorderingen.
  • Voor de toekenning van de zekerheidsstelling en de vroegtijdige afwijzing van een SLAPP-vordering moet de rechter enkel oordelen of de vordering al dan niet voortvloeit uit een daad van publieke participatie (algemeen of zelfs toekomstig algemeen belang). Er hoeft zelfs geen sprake te zijn van procesmisbruik of intimidatie. Met een dermate lage grens voor de aanwending van de SLAPP-regeling kan SLAPP-verweer zelf evenzeer een vorm van procesmisbruik worden.
  • De borgsom dekt iedere eventuele schade (alle geschatte proceskosten, maar ook de mogelijke schadevergoeding). Bijgevolg moet de rechter de facto al de oefening maken alsof de eiser schuldig is, terwijl de discussie over de aard van het geschil en de financiële gevolgen (de behandeling ten gronde) pas later aan bod komt.
  • Een gelijkaardig argument geldt voor de beoordeling van de kennelijke ongegrondheid voor vroegtijdige afwijzing, waarvoor de rechter moet kunnen kennisnemen van de argumenten van de partijen en wat tijd zal vergen als men het beginsel van tegensprekelijk debat wil respecteren.
  • De uitbreiding dat de verliezende partij bij procesmisbruik gehouden kan worden tot vergoeding van het integrale bedrag van de erelonen en kosten van de advocaat van de andere partij.

Lees de opinie van OVB-voorzitter Peter Callens

Voorzitter op vrijdag

Voorzitter op vrijdag: "Voor je het goed doorhebt, nagelen de media je aan het kruis"

In deze rubriek reflecteert onze voorzitter over de actualiteit. U leest hem elke twee weken. Ontdek waarover hij het vandaag met u wil hebben.

Meer lezen