Ga verder naar de inhoud

Hof van Cassatie bevestigt ver­trou­we­lijk­heid van bemiddeling

vrijdag 06 maart 2026

Zonder handtekening van de bemiddelaar is er geen bemiddelingsakkoord. Dat bevestigt het Hof van Cassatie in een recent arrest. Een zogenaamd "principieel akkoord" blijft dan ook vertrouwelijk en mag niet in rechte worden gebruikt. 

Auteur

Laurence Lambert

Jurist studiedienst
Laurence Lambert

Deel dit artikel

Kern van het geschil

Het centrale juridische probleem betreft de vraag of een zogenaamd “principieel bemiddelingsakkoord”, gesloten in het kader van een bemiddeling maar niet ondertekend door de bemiddelaar:

  1. Kan worden aangewend als bewijs in een gerechtelijke procedure, en
  2. Niet (meer) onder de wettelijke vertrouwelijkheid van de bemiddeling valt.

Het hof van beroep te Gent had geoordeeld dat dit document niettemin een bemiddelingsakkoord vormde tussen partijen, en daarom niet vertrouwelijk was en in rechte kon worden gebruikt.

Het Hof van Cassatie vernietigt nu die redenering.

Ver­trou­we­lijk­heid van bemiddeling

Het Hof vertrekt in zijn arrest van een strikte lezing van artikel 1728, §1 Ger.W.:

"De documenten opgemaakt en de mededelingen gedaan in de loop van en ten behoeve van een bemiddelingsprocedure zijn vertrouwelijk. Zij mogen niet worden aangevoerd in enige gerechtelijke, administratieve of arbitrale procedure en zijn niet toelaatbaar als bewijs, zelfs niet als buitengerechtelijke bekentenis."

De uitzonderingen zijn vervolgens opgesomd:

  • Het bemiddelingsprotocol
  • Het (de) door partijen ondertekende bemiddelingsakkoord(en)
  • Het document van de bemiddelaar dat de mislukking van de bemiddeling vaststelt
  • Wanneer partijen gezamenlijk en schriftelijk hebben beslist om (een deel van) die vertrouwelijkheid op te heffen

Alles wat niet onder deze uitzonderingen valt, blijft vertrouwelijk.

Vorm­ver­eis­ten be­mid­de­lings­ak­koord

Artikel 1732 Ger.W. bepaalt dat een bemiddelingsakkoord moet worden vastgelegd in een gedateerd geschrift, dat door de partijen én door de bemiddelaar is ondertekend.

Dat artikel bevestigt volgens het Hof de cruciale filterfunctie van de bemiddelaar: door zijn handtekening te plaatsen ziet de bemiddelaar erop toe dat de rechtbank niet belast wordt door bemiddelingsakkoorden die niet finaal zijn.

De bemiddelaar fungeert immers als waarborg dat het akkoord:

  • Finaal is,
  • Binnen het bemiddelingskader past,
  • En geschikt is om eventueel gehomologeerd te worden.

Het “principieel be­mid­de­lings­ak­koord”

Het Hof stelt vast dat het “principieel bemiddelingsakkoord” niet door de bemiddelaar werd ondertekend én deze nadien formeel bevestigde dat er geen finaal akkoord werd bereikt.

Daaruit volgt volgens het Hof dat er zonder ondertekening door de bemiddelaar geen sprake kan zijn van een bemiddelingsakkoord.

Een dergelijk document valt dan ook in beginsel onder de vertrouwelijkheid van artikel 1728 Ger.W. en moet ambtshalve uit de debatten worden geweerd.

Het Hof benadrukt dat de rechter daarover geen beoordelingsmarge heeft.

Ook interessant

Gerechtelijk recht
dinsdag 30 september 2025

Nieuw wetsvoorstel maakt collaboratieve akkoorden uitvoerbaar als vonnis

Een nieuw wetsvoorstel opent de deur naar de homologatie van collaboratief onderhandelde akkoorden, naar het voorbeeld van het bemiddelingsakkoord. Door de betere uitvoerbaarheid worden collaboratieve onderhandelingen nog aantrekkelijker voor zowel advocaten als rechtzoekenden. Tijdens de Kamercommissie Justitie van 30 september 2025 benadrukte OVB-voorzitter Peter Callens het belang van deze ontwikkeling.

Meer lezen
Gerechtelijk recht
vrijdag 29 augustus 2025

KMS verplicht vanaf 1 september 2025

Vanaf 1 september 2025 is de oprichting van een Kamer voor Minnelijke Schikking (KMS) verplicht binnen de rechtbank van eerste aanleg, arbeidsrechtbank, ondernemingsrechtbank, het hof van beroep én het arbeidshof.

Meer lezen