Ga verder naar de inhoud

"Als het regent in New York, motregent het in Londen en houden ook wij het op termijn niet droog"

vrijdag 26 mei 2023

In deze rubriek reflecteert onze voorzitter over de actualiteit. U leest hem elke twee weken. Ontdek waarover hij het vandaag met u wil hebben.

Peter Callens

Voorzitter Orde van Vlaamse Balies
Portret voorzitter Peter Callens

Deel dit artikel

De advocatuur is sterk geïnternationaliseerd, meer dan ooit het geval was. Natuurlijk blijven rechtsregels lokaal verankerd en werken de meeste advocaten binnen hun eigen jurisdictie. En bedienen zij plaatselijk cliënteel. Daardoor valt de internationalisering van het beroep minder op. Zij lijkt een fenomeen dat voorbehouden is tot rari nantes. Maar zij is er, om niet te verdwijnen. Een korte analyse, om te komen tot een belangrijke recente ontwikkeling die een grote impact kan hebben op onze visie op het beroep.

Er is de occasionele buitenlandse advocaat die opduikt in een strafproces, maar er zijn ook de mensenrechtenadvocaten die allang met internationalisering vertrouwd zijn. Om heel andere redenen zijn advocaten-fiscalisten sinds jaar en dag bezig met internationale relaties. Transactieadvocaten is hetzelfde lot beschoren: hun wederpartijen vinden vaak bijstand bij buitenlandse confraters. Met alle culturele, psychologische maar ook juridische en deontologische gevolgen van dien.

Het merendeel van de internationale transactiedossiers waarin bijstand van Belgische advocaten nodig is, komt uit Londen. Dat geldt, opmerkelijk genoeg, ook voor zaken vanuit de VS. De drivers van die markt, de ‘private equity’-huizen, de ‘corporate finance’-adviseurs en de advocatenkantoren werken vanuit Londen of via Londen: dat is voor hen de toegangspoort naar het Europese continent, Brexit of niet.

Met de City als draaischijf van die gekanaliseerde zakenstroom vanuit de hele wereld ontstaat er ook een slibstroom vol met andere fenomenen. Samen met de Engelse taal kwam ook het legalese, het vakjargon dat de advocatentaal doorspekt. ‘Heb je een anti-sandbagging clause voorzien?’ ‘Reverse reps zal mijn cliënt niet aanvaarden.’ ‘Staat er een disclosure tegenover de rep?’ ‘Moeten wij een specific indemnity eisen?’ ‘Staat er een non-reliance in de due dil?’ ‘Komt er een unqualified legal opinion?’ Ga zo maar door.

Met dat Bargoens van rondtrekkende lawyers infiltreert de Angelsaksische terminologie overeenkomsten die onderworpen zijn aan ons vertrouwde Burgerlijk Wetboek. Niet zelden gebeurt het zelfs dat intern-Belgische contracten in het Engels worden opgesteld, hoe kunstmatig dat ook mag lijken. De Engelse concepten klinken onderhand vertrouwd voor wie er vertrouwd mee is, ze staan sjiek of professioneel, en je weet nooit of er niet later een buitenlandse investeerder bijkomt. Die zal willen dat het Engels gebruikt wordt, en dan hebben wij dat netjes op voorhand geregeld. Of de transactie is Belgisch, maar de bankiers zijn buitenlands. Zij financieren enkel als de contractdocumentatie in het Engels is. Je kunt menige traan plengen over de teloorgang van de streektaal, maar het is de harde taalwet van de markt.

De zakenstroom doet niet alleen termen uit het Engels recht op onze kusten aanspoelen, er zijn ook andere effecten. Op de concurrentiestrijd tussen advocatenkantoren bijvoorbeeld. De mondialisering van het begrippenarsenaal maakt dat Belgische (of andere) dossiers steeds vaker aansturing krijgen vanuit buitenlandse advocatenkantoren. De Belgische advocaten mogen – moeten – zich vergenoegen met de van tafel gevallen kruimels. Zij mogen bij het eind van een operatie een snelle check doen naar de conformiteit van het geheel met Belgisch recht, met de klemtoon op ‘snel’. En met de hoop dat zij constructief genoeg zullen zijn om te vinden dat Belgisch recht zich niet verzet tegen wat afgesproken is. Belgische confraters die niet vlug genoeg reageren of teveel twijfelen aan hun juridische analyse, worden nog sneller aan de kant geschoven. Een vanuit Londen werkende Australische advocaat was op zoek naar een Belgische advocaat. Hij kreeg als suggestie het gereputeerde kantoor X te raadplegen. Hij antwoordde: ‘I have a bad history with them.’ Zij hadden in een andere zaak positief geadviseerd over de rechtsgeldigheid van een overnamefinanciering, maar kwamen bij nader inzicht op hun advies terug. Afgeschreven, dat kantoor.

Nieuwer is de gedachte, vanuit bepaalde Angelsaksische hoeken, dat advocaten de poortwachters moeten zijn van de ethiek. Op dit eigenste moment vraagt de International Bar Association (IBA) zich af, in het kader van het Gatekeeper Project, of haar International Principles on Conduct for the Legal Profession, waarvan de laatste versie dateert van 2019, aanvulling nodig heeft op ethisch vlak. Meer bepaald stelt de IBA zich de vraag of advocaten zich mogen beperken tot de toepassing van de wet en van hun deontologie, en of zij daarnaast ook geen voorrang moeten geven aan algemenere ethische overwegingen, en die boven de belangen van hun cliënten stellen, ook –dat is essentieel – als de grenzen van het recht niet overschreden worden. Zodoende hoopt men een antwoord te formuleren op kritiek op de advocatuur, die in de publieke perceptie onwettige geldstromen zou faciliteren, klimaatverandering zou helpen teweegbrengen, de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de VN zou fnuiken enzovoorts. Volgens die trend moeten advocaten, bepaaldelijk in burgerlijke zaken, cliënten of dossiers weigeren op grond van ethische vereisten of het algemeen belang, zelfs als zij niet buiten de wettelijkheid treden.

De IBA noemt zich onbescheiden The Global Voice of the Legal Profession. Gezien haar uitstraling kunnen wij maar beter goed luisteren naar die stem. De IBA is een instelling zonder winstoogmerk naar het recht van New York, met hoofdzetel in Londen. Wij weten ondertussen dat als het in New York regent, het in Londen motregent en ook wij het op termijn niet droog houden.

Het Gatekeeper Project stelt een fundamentele vraag naar wezen en toekomst van de advocatuur. Is het dan niet langer zo dat onze grens die is van het recht, de door onszelf bepaalde deontologie en de eed die wij afgelegd hebben? Moeten wij toegeven aan een tendens die wil dat wij enkel nog optreden voor ethisch verantwoorde cliënten of zaken? En wie bepaalt wat ethisch is en wat niet? Wat het algemeen belang inhoudt? De publieke opinie, wie dat ook moge zijn? De meerderheid? Of de plaatselijke autocraat in minder democratische regimes?

Niet te vergeten, als advocaten vervolgd worden in de landen waar dat gebeurt, is het altijd op grond van vermeende redenen van algemeen belang. Wat op het spel staat in deze discussie zijn onze principes, die nochtans met zekerheid het algemeen belang dienen: onafhankelijkheid, vertrouwelijkheid, zelfregulering. Kortom, de zin van ons bestaan als advocaten. Wij volgen de ontwikkelingen op de voet.

Met genegen groeten,

Peter Callens
Voorzitter Orde van Vlaamse Balies

Ook interessant

Voorzitter op vrijdag
vrijdag 19 april 2024

Voorzitter op vrijdag: "Diep vanbinnen gaat het om meer dan de staat van het gerechtsgebouw"

In deze rubriek reflecteert onze voorzitter over de actualiteit. U leest hem elke twee weken. Ontdek waarover hij het vandaag met u wil hebben.

Meer lezen
Voorzitter op vrijdag
vrijdag 29 maart 2024

Voorzitter op vrijdag: "Ongenuanceerde veralgemening beïnvloedt de publieke opinie niet in goede zin"

In deze rubriek reflecteert onze voorzitter over de actualiteit. U leest hem elke twee weken. Ontdek waarover hij het vandaag met u wil hebben.

Meer lezen