Advocaten verplicht om elektronisch te procederen bij Raad van State
We herinneren advocaten eraan dat ze voortaan verplicht zijn om elektronisch te procederen in alle procedures die ze inleiden bij de Raad van State vanaf 1 januari 2026. Dat is het gevolg van de wijziging van artikel 31bis van de RvS-wet.
Vorige week werd ter uitvoering van die bepaling ook artikel 85bis van het algemeen procedurereglement gewijzigd met terugwerkende kracht tot 31 december 2025. Dat artikel over de elektronische procedure bevat enkele belangrijke nieuwigheden naar aanleiding van de lancering van de vernieuwde versie van eProAdmin, onder meer op het vlak van de termijnregeling.
Elektronisch procederen verplicht
In alle procedures die vanaf 1 januari 2026 worden ingeleid bij de Raad van State moeten alle partijen die vertegenwoordigd of bijgestaan worden door een advocaat elektronisch procederen. Dat vloeit voort uit het herstelde artikel 31bis, § 2 van de RvS-wet. Dezelfde verplichting geldt ook voor administratieve overheden in de zin van artikel 14, § 1, 1e lid van de RvS-wet.
Belangrijk om te weten is dat die verplichting geldt ongeacht de fase waarin de procedure voor de Raad van State zich bevindt (Parl.St. Kamer 2024-2025, nr. 1035/001, 8). Dat is anders in de toekomstige elektronische procesvoering bij de DBRC (zie hierna onder ‘Wat met de elektronische procesvoering voor de DBRC?’).
Naar aanleiding van de vernieuwing van eProAdmin, het elektronische platform van de Raad van State, en het herstel van artikel 31bis van de RvS-wet, werd bovendien artikel 85bis van het algemeen procedurereglement gewijzigd. Dat artikel regelt de elektronische procesvoering van de Raad van State.
Enkele aandachtspunten
- Alvorens het platform te kunnen gebruiken, moeten gebruikers zich registreren op het platform. Bij het aanmaken van een profiel zal de gebruiker ook de algemene gebruiksvoorwaarden van het platform moeten lezen en goedkeuren. Advocaten doen er goed aan die algemene gebruiksvoorwaarden aandachtig lezen! Ze concretiseren tal van aspecten over de werking van het platform, onder meer de (technische) gevolgen van het delen van dossiers met derden.
- Gebruikers van het platform kunnen voortaan flexibel de toegang tot een zaak delen met derden. Dat kan globaal voor alle dossiers waartoe de gebruiker toegang heeft of enkel voor welbepaalde dossiers. Het is van belang dat advocaten doordacht met deze sharing-functie omgaan, omdat de derden met wie dossiers gedeeld worden, ook volle gebruiksrechten krijgen. Dat betekent dat die derden het dossier met anderen kunnen delen of de toegang van anderen kunnen afnemen, ze stukken kunnen toevoegen en termijnen kunnen doen ingaan (zie punten 15 tot en met 17 van de algemene gebruiksvoorwaarden).
- Elke processtuk wordt geacht ondertekend te zijn door de gebruiker die het heeft neergelegd. Als die gebruiker niet bevoegd is om het stuk zelf te tekenen of wanneer de handtekening van verscheidene fysieke personen noodzakelijk is, moeten zij het processtuk elektronisch ondertekenen.
- Aan partijen die elektronisch communiceren gebeuren de mededeling van processtukken, evenals de kennisgevingen, berichten en oproepingen door de Raad van State via neerlegging in het elektronisch dossier. Gebruikers ontvangen daarover een elektronisch bericht, waarvan een afschrift wordt bewaard op het platform.
Er geldt voor deze neerleggingen een nieuwe termijnregeling. De termijnen die deze neerleggingen doen ingaan, starten wanneer een gebruiker met toegang tot het dossier voor de geadresseerde partij het processtuk voor het eerst raadpleegt.
Elke gebruiker die aan de geadresseerde partij verbonden is in een bepaald dossier kan een termijn doen ingaan. Wanneer een processtuk niet is geraadpleegd binnen vijf werkdagen na neerlegging door de griffie in het elektronisch dossier, wordt het stuk geacht ter kennis te zijn gebracht bij het verstrijken van de vijfde werkdag na de neerlegging door de griffie in het elektronisch dossier.
Wat met de elektronische procesvoering voor de DBRC?
In 2023 werd het digitaal platform van de DBRC in het DBRC-decreet van 4 april 2014 in het leven geroepen, in een eerste fase alleen op papier. De lancering van het platform, dat aanvankelijk gepland stond op 12 januari 2026, werd uitgesteld naar een later moment in het voorjaar om nog enkele laatste ontwikkelingen door te voeren.
Wel verscheen ondertussen het Besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2025 in het Belgisch Staatsblad van 17 oktober 2025. Dat besluit wijzigt het DBRC-procedurebesluit van 16 mei 2014 met het oog op de ingebruikname van het platform door de Raad voor Vergunningsbetwistingen en het Handhavingscollege (HHC). De Vlaamse regering is gemachtigd om het platform ook op een later ogenblik in werking te stellen bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen en de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen.
Naar analogie met de regeling voor de Raad van State, zijn advocaten en overheden volgens artikel 17/1 van het DBRC-decreet vanaf de lancering van het digitaal platform verplicht om elektronisch te procederen. Die verplichting geldt ook voor andere partijen zodra die hun eerste processtuk via het platform hebben neergelegd.
Als die partijen daarentegen niet worden bijgestaan door een advocaat, en ervoor kiezen hun eerste procedurestuk analoog neerleggen, geldt die analoge proceduremethode voor die partijen op straffe van niet-ontvankelijkheid voor de rest van de procedure, zelfs als ze later in de procedure een advocaat onder de arm nemen (zie Parl.St. Vl.Parl. 2022-2023, nr. 1821, 19).
Dat is zoals gezegd anders onder elektronische procedure bij de Raad van State, waar advocaten, ongeacht de fase waarin de cliënt hen in de procedure betrekt, steeds elektronisch zullen moeten procederen.
Publicaties Belgisch Staatsblad
Over de elektronische procedure bij de Raad van State verschenen recent de volgende teksten in het Belgisch Staatsblad:
- Wet van 28 november 2025 ‘tot herstel van artikel 31bis van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, met betrekking tot de elektronische procesvoering voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (BS 22 december 2025)
- KB van 14 januari 2026 ‘tot wijziging van de elektronische procesvoering voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (BS 21 januari 2026)
Ook interessant
Elektronische procesvoering binnenkort ook bij het Grondwettelijk Hof
Advocaten zullen in principe vanaf 1 maart 2026 ook elektronisch stukken kunnen indienen bij het Grondwettelijk Hof via zijn nieuwe digitaal platform eProConst. Dat heeft het Hof meegedeeld tijdens een overleg met de OVB op 22 januari 2026.
Nieuwe richtlijn UDN-vorderingen bij Raad van State tijdens wachtdienst
Vanaf 15 oktober 2025 geldt een nieuwe richtlijn voor het indienen van UDN-vorderingen bij de Raad van State buiten de openingsuren van de griffie. Ze komt in de plaats van de huidige richtlijn van 16 juni 2015.