Ga verder naar de inhoud

Elek­tro­ni­sche pro­ces­voe­ring binnenkort ook bij het Grond­wet­te­lijk Hof

woensdag 28 januari 2026

Advocaten zullen in principe vanaf 1 maart 2026 ook elektronisch stukken kunnen indienen bij het Grondwettelijk Hof via zijn nieuwe digitaal platform eProConst. Dat heeft het Hof meegedeeld tijdens een overleg met de OVB op 22 januari 2026. 

Het Hof werkt voor de ontwikkeling van zijn digitaal platform samen met de Raad van State. Advocaten kunnen het platform tot eind februari uittesten zodra het Hof het op zijn website ter beschikking stelt.

Wer­kings­mo­da­li­tei­ten

Is elektronische procesvoering bij het Grondwettelijk Hof verplicht?

De elektronische procedure verloopt via eProConst, het elektronisch platform dat het Grondwettelijk Hof binnenkort op zijn eigen website zal aanbieden.

In tegenstelling tot de elektronisch procesvoering bij de Raad van State en, binnenkort, de DBRC-rechtscolleges, is de elektronische procesvoering bij het Grondwettelijk Hof facultatief, maar de keuze is dwingend. Advocaten blijven bij aanvang van een procedure vrij om met het Hof te communiceren via eProConst of via aangetekende zending. Kiezen ze voor eProConst, dan moeten ze zich daarvoor per afzonderlijke procedure registreren op het platform. Eénmaal geregistreerd, zijn advocaten verplicht om in die specifieke procedure voortaan alle stukken via eProConst te verzenden.

De elektronische procesvoering geldt ook voor zaken die op 1 maart 2026 nog hangende zijn bij het Grondwettelijk Hof.

Werking van het platform

De elektronische procesvoering bij het Grondwettelijk Hof is voorlopig uitsluitend eenrichtingsverkeer. De partijen en hun advocaten kunnen hun documenten aan het Hof bezorgen via eProConst, maar het Hof zal voor elke communicatie met partijen en hun advocaten voorlopig blijven werken met een aangetekende brief.

Welke stukken kan u neerleggen via het platform en hoe moet u dat doen?

Partijen en hun advocaten kunnen via eProConst alle documenten versturen naar het Grondwettelijk Hof (verzoekschriften, alle vormen van memories, schriftelijke opmerkingen in een schorsingsprocedure, een aanvraag voor een zitting, … ). Dat geldt ook voor stavingsstukken. Elk stuk dat ze via eProConst neerleggen, wordt geacht het originele stuk te zijn. Volgens het KB van 12 september 2024 moeten stukken virusvrij en in een kopieerbare pdf worden neergelegd.

Een formele ondertekening van het verzoekschrift is niet meer vereist. De ondertekening wordt geacht te zijn gedaan door de persoon die het heeft neergelegd via het elektronisch platform. Als er meerdere personen moeten ondertekenen, is een gekwalificeerde elektronische handtekening vereist.

Als verzending via eProConst om technische redenen onmogelijk is, kunnen documenten nog aangetekend worden verstuurd de dag na de neerlegging van het basisstuk op het elektronisch platform.

Ont­wik­ke­ling

Op het ogenblik dat het KB 12 september 2024 over de elektronische procedure bij het Grondwettelijk Hof verscheen in het Staatsblad, werkte de Raad van State volop aan de nieuwe versie van eProAdmin, dat intussen operationeel is. In plaats van nog een nieuw softwaresysteem toe te voegen aan de bestaande systemen, werkt het Grondwettelijk Hof voor de ontwikkeling van zijn elektronische platform samen met de Raad van State. Niet alleen de benaming, maar ook het uitzicht en functionaliteiten van eProConst sluiten zeer dicht aan bij het platform eProAdmin van de Raad van State.

Toch is eProConst geen één-op-één overname van eProAdmin:

  • eProConst houdt uiteraard rekening met de specifieke procedure-elementen voor het Grondwettelijk Hof, zoals de aard van de procedures en aard van de documenten, wat onder meer impliceert dat de keuzemenu’s eenvoudiger zijn;
  • eProConst neemt een hele reeks functionaliteiten van eProAdmin niet over omdat zij betrekking hebben op de wederkerigheid van de communicatie via het platform. Die wederkerigheid bestaat nog niet op eProConst: het is elektronisch eenrichtingsverkeer.

Voor het gebruik van het elektronisch platform bij het Grondwettelijk Hof zal in de maand februari een handleiding worden uitgewerkt. Ook die handleiding zal bekend voorkomen, omdat de handleiding van eProAdmin als basis werd gebruikt.

De Raad van State zal normaal de definitieve versie van het elektronisch platform van het Grondwettelijk Hof bezorgen tegen midden februari.

Enkele aan­dachts­pun­ten van het Hof voor advocaten

  • Advocaten kunnen op vrijwillige basis eProConst uittesten vanaf het ogenblik dat het door het Hof op zijn website ter beschikking wordt gesteld en dat tot eind februari 2026. De huidige procedureregels voor de aangetekende toezending per post blijven integraal van toepassing. Advocaten die een nieuwe zaak inleiden in die periode en toch het platform willen uittesten, moeten hun zaak dus nog steeds bij aangetekende brief inleiden.
  • Zodra eProConst operationeel is met toepassing van het KB – in beginsel vanaf 1 maart 2026 – kunnen advocaten het platform, met de nodige rechtsgevolgen voor de procedure, gebruiken om nieuwe zaken in te leiden. Als ze er in een bepaalde zaak voor kiezen zich te registreren op eProConst, geldt de elektronische procesvoering voor die zaak integraal en exclusief.
  • Ook na officiële lancering van eProConst op 1 maart 2026 kunnen advocaten het platform blijven uittesten en er ervaring mee opdoen, bijvoorbeeld door (met mate) stukken van afgehandelde zaken bij het Grondwettelijk Hof op te laden.
  • Het Grondwettelijk Hof vraagt de advocaten hun vragen en/of opmerkingen over de werking van het platform per e-mail te bezorgen aan de griffie. Die zal u proberen zo snel mogelijk te antwoorden. Het Hof kan de belangrijkste vragen en antwoorden, uiteraard in geanonimiseerde vorm, opnemen op de website. Indien dit nodig zou blijken, kan het Hof een tutorial uitwerken en/of een Q&A organiseren.

Regelgeving

Het wettelijk kader voor de elektronische procesvoering bij het Grondwettelijk Hof ligt vervat in artikelen 78bis, 81 en 82 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 'op het Grondwettelijk Hof' en het KB van 12 september 2024 'betreffende de elektronische procesvoering voor het Grondwettelijk Hof'

De inwerkingtreding van dat KB werd eerder uitgesteld tot 1 maart 2026 bij KB van 28 juli 2025 tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 12 september 2024 betreffende de elektronische procesvoering voor het Grondwettelijk Hof.

Lees ook

Publiekrecht

Advocaten verplicht om elektronisch te procederen bij Raad van State

Vanaf 1 januari 2026 moeten advocaten verplicht elektronisch procederen in alle procedures die zij inleiden bij de Raad van State. Ook het procedurereglement werd aangepast, met enkele belangrijke nieuwigheden.

Meer lezen
Digitalisering

Raad van State schakelt over naar nieuw elektronisch platform

De Raad van State neemt vanaf 1 januari 2026 een vernieuwde versie van het elektronisch platform e-ProAdmin in gebruik. Deze modernisering vereist een omvangrijke migratie van de bestaande gegevens naar het nieuwe systeem.

Meer lezen

Ook interessant

Publiekrecht
dinsdag 27 januari 2026

Advocaten verplicht om elektronisch te procederen bij Raad van State

Vanaf 1 januari 2026 moeten advocaten verplicht elektronisch procederen in alle procedures die zij inleiden bij de Raad van State. Ook het procedurereglement werd aangepast, met enkele belangrijke nieuwigheden.

Meer lezen
Digitalisering
donderdag 18 december 2025

Nieuwe machtiging verlengt uitbreiding toegang tot het Rijksregister voor advocaten

Op 17 december 2025 heeft de minister van Binnenlandse Zaken de toegang van advocaten tot het Rijksregister met één jaar verlengd, met ingang van 23 december 2025. Deze toegangsrechten zijn geregeld bij machtiging nr. 049/2024 van 23 december 2024, en de verlenging gebeurde bij beslissing nr. 043/2025.

Meer lezen