Ga verder naar de inhoud

TB-0071-2012: Beslissing 12 februari 2013

Deel dit artikel

  • Wraking
  • Art. 835 Ger. W.
  • Art. 838 Ger. W.
  • Art. 839 Ger. W.
  • Bewijs
  • Devolutieve werking hoger beroep
  • Verlenging paleisverbod
  • Kennisgeving
  • Hoger beroep ongegrond

Wrakingsprocedure

Het hoger beroep is in hoofdorde gericht tegen de bestreden beslissing in de mate dat zij het wrakingsverzoek verwerpt. Gezien de correcte toepassing van art. 839 Ger. W. door de raad van de Orde is dit onderdeel van het hoger beroep echter ongegrond. Bovendien is het wrakingsgeschil thans zonder belang geworden. Zelfs indien de tuchtraad van beroep het hoger beroep gegrond zou verklaren op het vlak van de wraking, dan nog zou het gevolg daarvan zijn dat de tuchtraad van beroep door de devolutieve werking van het hoger beroep de feiten zelf dient te beoordelen. Ingevolge deze devolutieve werking is de volledige betwisting m.b.t. het paleisverbod zelf aanhangig bij de tuchtraad van beroep bij toepassing van art. 1068, 1e lid Ger. W., dat toepasselijk is in tuchtzaken.

Ten gronde

De tuchtraad van beroep meent dat de raad van de Orde terecht uitspraak gedaan over de wraking bij toepassing van art. 839 Ger. W., maar zelfs als dat niet het geval ware geweest, dan nog zou de uitspraak wel degelijk bestaan en zou de tuchtraad van beroep door de devolutieve werking van het hoger beroep geldig gevat zijn ten aanzien van de grond van de problematiek, nl. de verlenging van het paleisverbod.

De procedure voor verlenging van het paleisverbod ligt wettelijk vast en werd correct toegepast. De verlenging werd bevolen voor het verstrijken van de lopende termijn. De betekening van de beslissing staat los van de beslissing zelf. In casu heeft de raad van de Orde besloten tot de verlenging binnen de geldigheidstermijn van het paleisverbod en is het verlengingsbesluit dus niet laattijdig. Om praktische redenen verdient het uiteraard de voorkeur dat deze verlengingsbeslissing ook binnen de geldingstermijn betekend wordt, maar dit is geen geldigheidsvereiste.

De tuchtraad van beroep stelt vast dat diverse stukken betreffende afwerving van cliënteel, onaangepast gedrag en klachten allerhande zich niet materieel in het dossier van de rechtspleging inzake het hier beoordeelde hoger beroep bevinden en neemt daarvan akte. Echter, zelfs bij afwezigheid van de betreffende stukken, is het nog steeds gepast dat de advocaat een (verlengd) paleisverbod wordt opgelegd nu de advocaat reeds werd vervolgd om sedert 30.01.2010 het beroep van advocaat uit te oefenen zonder begeleiding door een patroon. Er blijkt geenszins dat er in deze jarenlang volgehouden, manifest wederrechtelijke toestand enige wijziging is opgetreden – wel integendeel. Dit alleen al verantwoordt bij toepassing van art. 473 Ger. W. het opleggen alsook de verlenging van het paleisverbod. Het hoger beroep is dus ongegrond.

Lees ook deze beslissing

Rechter
Tuchtdatabank

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen