Ga verder naar de inhoud
  • Procedure als in tuchtzaken
  • Art. 508/5 en 508/7 Ger. W.
  • Verzoek opname op BJB-lijsten
  • Afwijzing verzoek tot opname door raad van de Orde
  • Art. 432bis Ger. W.
  • Hoger beroep gegrond

Het BJB uitte bezwaren tegen het verzoek om inschrijving op de lijsten van de juridische eerstelijns- en tweedelijnsbijstand door een advocaat. De advocaat betwistte deze bezwaren, waarna hij door de stafhouder werd opgeroepen voor de zitting van de raad van de Orde, bij toepassing van het reglement betreffende de voor de raad van de Orde geldende procedure volgens de tuchtrechtspleging.

Bij de bestreden sententie van 17 december 2010 werd het verzoek van de advocaat om te worden heropgenomen op de lijsten bedoeld in de artikelen 508/5 en 508/7 Ger. W. afgewezen en werd die beslissing uitvoerbaar verklaard, waarna de advocaat hoger beroep instelde.

Ingevolge de artikelen 508/5 §4 en 508/8 Ger. W. ziet de Orde van advocaten toe op de kwaliteit van de prestaties die door de advocaten worden verstrekt in het kader van de juridische eerste- en tweedelijnsbijstand. In geval van tekortkoming kan de raad van de Orde met een met redenen omklede beslissing een advocaat schrappen van de bedoelde lijsten, volgens de bij de artikelen 458 tot 463 Ger. W. bepaalde procedure.

De raad van de Orde kan dus zowel een advocaat weglaten of schrappen van de voornoemde lijsten omwille van een gebrek aan kwaliteit van de dienstverlening, als zijn inschrijving, herinschrijving of opname op die lijsten te weigeren mits daarbij de procedure als in tuchtzaken na te leven, gewaarborgd bij de artikelen 458 tot 463 Ger. W. en de artikelen 2-11 van het reglement betreffende de voor de raad van de Orde geldende procedure volgens de tuchtrechtspleging.

Daardoor legt de raad van de Orde geen tuchtsanctie op die voorbehouden is aan de tuchtrechtelijke overheid.

Enkel wordt, omwille van de kwaliteit van de dienstverlening waarover de raad van de Orde op grond van de wet waakt, het recht van de advocaat om deel te nemen aan de juridische bijstand beperkt, zonder dat hem evenwel een beroepsverbod wordt opgelegd.

In casu oordeelt de Nederlandstalige tuchtraad van beroep voor advocaten dat niet blijkt dat de advocaat onvoldoende kwaliteit heeft geleverd in de juridische eerstelijnsbijstand. Evenmin wordt het minste bewijs geleverd dat hij cliënteel zou hebben geronseld of inzake verblijfsrecht verkeerde adviezen zou hebben gegeven. Er is geen grondslag om de inschrijving van de advocaat op de lijst van de juridische eerstelijnsbijstand te weigeren.

De raad van de Orde heeft bij de beoordeling van de opname van de advocaat op de lijst van de juridische tweedelijnsbijstand geen rechtsmacht om te oordelen over een eventueel misbruik van het vergoedingssysteem, dat tot het tuchtrecht behoort en niet het voorwerp uitmaakt van zijn opdracht te waken over de kwaliteit van de juridische bijstand en evenmin kadert in de organisatie van die dienstverlening.

De tuchtraad van beroep besluit dat niet is aangetoond dat de advocaat zijn plicht tot het verlenen van een kwaliteitsvolle juridische tweedelijnsbijstand niet heeft vervuld. Er is dan ook geen rechtsgrondslag aangetoond die de weigering tot opname van de advocaat op de lijst van de juridische tweedelijnsbijstand rechtvaardigt.

De tuchtraad van beroep verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond en hervormt de bestreden sententie en zegt voor recht dat de advocaat verder vermeld dient te worden in de door de Orde van Advocaten te Antwerpen gepubliceerde meest recente lijsten voor de eerste- en tweedelijnsbijstand.

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen