Ga verder naar de inhoud

Voorzitter op vrijdag: "“Elke actor in de jus­ti­tie­ke­ten zal zijn ver­ant­woor­de­lijk­heid moeten opnemen"

vrijdag 04 september 2026

Om de twee weken biedt deze rubriek ruimte voor reflectie over wat leeft in de advocatuur, justitie en de samenleving. Vanaf dit gerechtelijk jaar neemt voorzitter Erik Valgaeren afwisselend zelf het woord of leidt hij een bijdrage van een bestuurder in. Deze week geeft voorzitter Erik Valgaeren zelf zijn visie op een actueel thema.

Auteur

Erik Valgaeren

Voorzitter Orde van Vlaamse Balies
Valgaeren

Deel dit artikel

1 september! We kunnen ons allen nog wel iets voorstellen bij de eerste schooldag. Gejoel aan de schoolpoort, een nieuwe boekentas, het weerzien van klaskameraden. Er volgde vaak een toespraak van de directie, er werden afspraken gemaakt en de nieuwkomers werden begroet. Zo herinner ik het mij althans.

Voor onze beroepsgroep is deze datum natuurlijk ook zeer relevant: de start van een nieuwe gerechtelijk jaar! Op de plechtige openingszittingen verenigen de actoren van justitie zich: de magistraten, de griffiers, hoogwaardigheidsbekleders en uiteraard de balie. Er worden toespraken gehouden, een balans opgemaakt van de staat van justitie en goede voornemens geformuleerd. Met de officiële eedaflegging worden de nieuwkomers opgenomen en de korpsgeest versterkt.

De datum van 1 september lezen we in artikel 334 Ger.W. Maar vanwaar komt die traditie eigenlijk? 

De oorsprong ervan gaat verder terug dan men misschien zou denken. Reeds in het Romeinse recht werd rekening gehouden met periodes van oogst en landbouwactiviteiten, wanneer procederen voor veel rechtzoekenden eenvoudigweg niet haalbaar was.

In het middeleeuwse en vroegmoderne procesrecht kreeg dat vervolgens een meer vaste vorm. Er werd recht gesproken op gezette tijdstippen van het jaar, de zogenaamde “termen”, en die waren functie van de liturgische kalender en de landbouw. Zo was er de Michaëlsterm (rond 29 september, feest van de heilige Aartsengel Michaël), de Kerstterm, de Paasterm en de Drievuldigheidsterm (rond Pinksteren). Reizen naar de rechtbank was niet handig in de winter en in de maanden juli en augustus moest de oogst worden binnengehaald. Recht spreken was in die periode geen prioriteit en de magistraten hielden zelf vaak toezicht bij het binnenhalen van de oogst.

Na de Franse Revolutie herbouwde Napoleon het gerechtelijk apparaat op rationele grondslagen. De wetgeving van de Consulaire en Keizerlijke periode voerde een meer gestroomlijnde kalender in. Die kalender keuze sloot aan bij de hogergenoemde agrarische logica, alsook bij de academische logica: de universiteiten — waar de juristen werden opgeleid — organiseerden hun jaar rond dezelfde seizoensritmes, met een onderbreking in de zomer en een hervatting in september.

Aangezien de Zuidelijke Nederlanden (het huidige België) in die tijd onder Frans bestuur stonden, werden deze principes hier ingevoerd. Na de Belgische onafhankelijkheid in 1830 behielden we de napoleontische structuren grotendeels, en bij de codificatie van het procesrecht in het Gerechtelijk Wetboek van 1967 werd 1 september als aanvangsdatum van het gerechtelijk jaar bevestigd en geconsolideerd. Een bijdrage van A. Fontigny in de Chronique Judiciaire van de Journal des Tribunaux van 1957 (p. 573-574) schets heel mooi het debat dat daaraan voorafging en de historische evolutie van de gerechtelijke kalender. 

En wat gebeurt er in de ons omringende jurisdicties op 1 september? Eigenlijk niet zoveel. Duitsland en Nederland hebben bijvoorbeeld geen algemene plechtige startdatum van een gerechtelijk jaar. Frankrijk kent wel een zeer gelijkaardige traditie van formele “rentrées” bij alle hoven en rechtbanken, weze het dat de datum verschoven werd naar 1 januari. De opening van het Hof van Cassatie is er zelfs een staatszaak, waar traditioneel de minister van Justitie op aanwezig is, en soms zelfs de president van de Republiek. The Law Society of England & Wales organiseert eind september een tweedaagse plechtigheid rond de opening van hun gerechtelijk jaar. Dat gebeurt in de meest traditionele vorm, namelijk met “wig and gown”. Uw dienaar heeft binnenkort het voorrecht om daar aanwezig te mogen zijn, overigens onder de kundige begeleiding van mijn eminente voorganger, gewezen voorzitter en stafhouder Peter Callens.

Waar ik zelf was op 1 september? Ik nam deel aan de plechtige openingszitting van het Hof van Cassatie. Ik heb er aandachtig geluisterd naar de mercuriale die werd uitgesproken door dhr. Nollet de Brauwere, eerste advocaat-generaal bij het Hof. 

Hij sneed een thema aan dat mij wel kan bekoren, namelijk AI en meer concreet de risico’s en opportuniteiten van AI binnen het domein van justitie. Zonder afbreuk te doen aan de verdienste van zijn rede, deden een aantal stellingen en voorstellen toch de wenkbrauwen fronsen.

De advocaat-generaal verwees terecht naar de voortrekkersrol van de OVB en OBFG die al sinds 2025 richtlijnen uitvaardigden over het gebruik van generatieve AI. Echter, hij leek die zo begrepen dat ze de advocaten toelaten om ten aanzien van de magistratuur te “liegen” over het al dan niet gebruik van AI bij de redactie van conclusies. Dat lezen we niet in de richtlijnen. Het feit dat er naar de cliënten toe geen uitdrukkelijke melding dient gemaakt te worden van het gebruik van AI doet immers geen afbreuk aan het respect voor onze deontologie en de regels van het gerechtelijk wetboek.

Hij verwees ook naar misbruik van AI door advocaten en vooral de té lange conclusies. Er zijn inderdaad incidenten geweest zijn (en er zullen nog volgen), maar dat blijft bij mijn weten toch zeer beperkt. De meeste confraters houden zich aan de regels, en inbreuken moeten inderdaad worden aangepakt.

Verder frappeerden een aantal voorstellen die werden geformuleerd om aan het misbruik en de ellenlange documenten te verhelpen:

  • Een beperking van het aantal pagina’s in de conclusies. Is dit werkelijk een oplossing? En wat dan met complexe zaken? Ook voor de komst van AI vereisten die soms uitvoerigere conclusies? En wie bepaalt dan het gepaste aantal pagina’s? En wat dan met de andere parameters (font, bladschikking, …) die de omvang een conclusie bepalen?
  • Het niet-ontvankelijk verklaren van middelen bij gebrek aan nauwkeurigheid “in zoverre ze op een bepaalde rechtsleer of rechtspraak zijn gebaseerd”? Krijgen we dan een debat binnen het debat over het begrip “nauwkeurigheid”?
  • De cassatiedossiers opnieuw exclusief voorbehouden aan de cassatiebalie, dus inclusief de strafzaken? En wat met alle penalisten die zich intussen met vrucht hebben bekwaamd in de cassatietechniek en daarin hebben geïnvesteerd? En is de cassatiebalie dan in staat om die extra werklast op zich te nemen? En zal de daarbij voorgestelde verlenging van de termijnen in strafzaken dan de rechtsbedeling ten goede komen? 

Andere voorstellen zijn minder controversieel, zoals het uitbreiden naar strafzaken van de mogelijkheid om een geldboete op te leggen bij misbruik van procedure (art. 780bis Ger.W.) alsook een systematische mededeling door rechter en/of parket van deontologische inbreuken aan de ordinale instanties.

Met deze mercuriale is de noodzaak van een grondig debat rond het verantwoord gebruik van AI doorheen de hele keten van justitie alvast stevig op de kaart gezet. Elke actor zal daarin zijn verantwoordelijkheid moeten opnemen. Wij gaan graag dat debat aan en dat hoeft heus niet te wachten tot de volgende gerechtelijke vakantie!

Met warme groeten,

Erik Valgaeren
Voorzitter Orde van Vlaamse Balies

Ook interessant

Voorzitter op vrijdag
vrijdag 18 september 2026

Voorzitter op vrijdag: "Let’s (re)build Justice"

Om de twee weken biedt deze rubriek ruimte voor reflectie over wat leeft in de advocatuur, Justitie en de samenleving. Vanaf dit gerechtelijk jaar neemt voorzitter Erik Valgaeren zelf het woord of leidt hij een bijdrage van een bestuurder in. Deze week neemt hij opnieuw zelf de pen ter hand en deelt hij zijn visie op een actueel thema.

Meer lezen
Voorzitter op vrijdag
donderdag 10 september 2026

Peter Callens gehuldigd voor uitzonderlijke bijdrage aan advocatuur en rechtstaat

Een avond vol erkenning, herinneringen en genegenheid. Zo kan de hulde aan stafhouder Peter Callens op woensdag 9 september 2026 in de Koninklijke Bibliotheek van België in Brussel het best worden samengevat. De Orde van Vlaamse Balies en de Nederlandse Orde van Advocaten bij de balie Brussel (NOAB) brachten er samen hulde aan hun gewezen voorzitter en oud-stafhouder, die zich gedurende meer dan vier decennia onvermoeibaar inzette voor de advocatuur en de rechtstaat.

Meer lezen