Rechtsplegingsvergoeding opnieuw verhoogd met 10%
De basis-, minimum- en maximumbedragen van de rechtsplegingsvergoeding zijn gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen. Door de snelle stijging van de consumptieprijsindex, zijn de bedragen van de rechtsplegingsvergoeding sinds 1 april 2022 (opnieuw) verhoogd met 10%.
Wij raden u aan om zelf de aangepaste bedragen te vragen aan de rechter.
Vierde verhoging met 10% sinds 1 april 2022
Sinds 1 april 2022 werden de bedragen een vierde keer verhoogd met 10% door de stijging van de consumptieprijsindex, dus een verhoging van de sommen bedoeld in de artikelen 2 tot en met 4 van het Koninklijk Besluit van 26 oktober 2007 met 40% ten opzichte van de oorspronkelijke bedragen.
Wij raden u aan om zelf de aangepaste bedragen te vragen aan de rechter, gelet op het beschikkingsbeginsel.
Koppeling aan consumptieprijsindex
De rechtsplegingsvergoeding is een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. De basis-, minimum- en maximumbedragen van de rechtsplegingsvergoeding werden vastgesteld in het Koninklijk Besluit van 26 oktober 2007.
Artikel 8 van het Koninklijk Besluit van 26 oktober 2007 koppelt deze basis-, minimum- en maximumbedragen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen, wat al leidde tot drie eerdere verhogingen. De laatste verhoging dateert slechts van 1 juni 2021.
Ook interessant
Partijen moeten in staat blijven hun rechter te kennen
We hebben een kritisch advies geschreven bij het wetsvoorstel over de bescherming van magistraten en griffiers via het afschermen van hun identiteit. We vinden de voorgestelde regeling onverenigbaar met de fundamenten van een eerlijk proces en hekelen de manke argumentatie en rechtsvergelijking.
Internationale bemiddelingsakkoorden eenvoudiger afdwingbaar buiten de EU
Internationale bemiddelingsakkoorden kunnen vandaag moeilijk afdwingbaar zijn zodra partijen of activa zich buiten de EU bevinden. Het Verdrag van Singapore wil daar verandering in brengen door een uniform kader te bieden voor erkenning en tenuitvoerlegging in verdragsstaten.