Raad van State schorst ministeriële instructie aan Fedasil inzake opvangbeleid
In zijn arrest van 27 maart 2026 heeft de Raad van State de instructie van minister Anneleen Van Bossuyt geschorst. Die instructie verplichtte Fedasil om alle aanvragen voor internationale bescherming van personen die al bescherming genieten in een andere EU-lidstaat systematisch als “volgende verzoek” te behandelen.
Door deze schorsing kan Fedasil opvang niet langer op basis van die instructie weigeren.
Arrest nr. 266.219 UDN-procedure
De Raad van State werd gevat in uiterst dringende noodzakelijkheid (UDN) met een verzoek tot schorsing van een instructie van de minister van Asiel en Migratie van 2 maart 2026, gericht aan Fedasil. Die instructie hield in dat elke aanvraag om internationale bescherming, ingediend in België door een persoon die reeds bescherming geniet in een andere EU‑lidstaat, systematisch als een ‘volgend verzoek’ moest worden behandeld.
Volgens de minister kon Fedasil op die basis de materiële opvang beperken of weigeren. De instructie was niet vervat in een formeel besluit, maar in een interne communicatie.
De Raad van State oordeelde dat de instructie, ondanks haar vorm, een reglementaire bestuurshandeling uitmaakte met algemene en bindende draagwijdte. De uitvoering ervan bracht betrokken personen in een situatie van ernstig en onherstelbaar nadeel (dakloosheid, volledige bestaansonzekerheid), wat de uiterst dringende noodzakelijkheid rechtvaardigde.
Omdat de instructie niet was voorgelegd aan de afdeling Wetgeving van de Raad van State, werd een substantiële vormvereiste geschonden. De Raad schorste daarom de uitvoering van de instructie met onmiddellijke ingang.
Juridische gevolgen
Het arrest van de Raad van State heeft onmiddellijke en concrete gevolgen voor het Belgische asielopvangbeleid.
Door de schorsing (met onmiddellijke ingang) kan Fedasil niet langer automatisch of systematisch het recht op materiële hulp beperken, of opvang weigeren voor verzoekers louter op basis van het M-statuut (i.e. bescherming in een andere EU-lidstaat). Elke beslissing vereist opnieuw een individuele beoordeling met motivering.
De Raad stelt verder vast dat de geschorste instructie inhoudelijk sterk aansluit bij eerdere, reeds geschorste en vernietigde maatregelen. Dat wijst prima facie op een schending van het gezag van gewijsde en versterkt de onwettigheid van de maatregel.
Hoewel het gaat om een schorsing en geen vernietiging, oordeelt de Raad dat de aangevoerde middelen ernstig zijn. De kans is dan ook reëel dat de instructie ook ten gronde wordt vernietigd.
Download het arrest
Na het Grondwettelijk Hof heeft nu ook de Raad van State de beslissing geschorst om asielzoekers met bescherming in een andere EU‑lidstaat geen opvang te bieden.
Het Grondwettelijk Hof had de wettelijke basis daarvoor eind februari al opgeschort wegens het risico op een moeilijk te herstellen ernstig nadeel.
Ook interessant
Grondwettelijk Hof schorst strengere regels rond gezinshereniging en opvang van asielzoekers
Op 26 februari 2026 heeft het Grondwettelijk Hof twee belangrijke schorsingsarresten uitgesproken in het asiel- en migratierecht. In beide zaken acht het Hof de bestreden wetswijzigingen potentieel strijdig met het EU-recht en fundamentele rechten, en stelt het prejudiciële vragen aan het Europees Hof van Justitie.
Ook interessant
Dit moet u weten over het Migratiepact
Op 14 mei 2024 keurde het Europees Parlement het Asiel- en Migratiepact (Pact) goed. Het Pact bestaat uit een reeks regels over migratie en een gemeenschappelijk asielstelsel voor de Europese Unie. Die regels staan in 1 richtlijn en 8 verordeningen die vanaf 12 juni 2026 in werking zijn.
Gewijzigde procedures Raad voor Vreemdelingenbetwistingen
Vanaf 12 juni 2026 treden belangrijke wijzigingen in werking in de procedures voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV). Die vloeien voort uit het Europees Asiel- en Migratiepact en zullen een aanzienlijke impact hebben op de praktijk.