Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies

779 aantal items zijn gevonden. U vindt hier 779 items op pagina 1 van de 65.
donderdag 04 juni 2026

Advies 772 bis

De nevenactiviteit van vastgoedmakelaar-bemiddelaar is uitdrukkelijk uitgesloten (art. 11bis CDA) wegens het verhandelen van derdengelden, anders dan in de hoedanigheid van advocaat.

De beoogde andere activiteit van vastgoedmakelaar-bemiddelaar is overeenkomstig art. 437,3° Ger.W. absoluut onverenigbaar met het beroep van advocaat.

Ook de activiteit van stagiair zelfstandige is een activiteit als handelaar, die overeenkomstig art. 437,3° Ger.W. absoluut onverenigbaar is met het beroep van advocaat, ook al zou conventioneel of na instructie door de raad van de Orde worden afgezien van het rechtstreeks of onrechtstreeks aanhouden van een derdenrekening.

Meer lezen
donderdag 04 juni 2026

Advies onverenigbaarheden nr. 8 bis

De nevenactiviteit van vastgoedmakelaar-bemiddelaar is uitdrukkelijk uitgesloten (art. 11bis CDA) wegens het verhandelen van derdengelden, anders dan in de hoedanigheid van advocaat.

De beoogde andere activiteit van vastgoedmakelaar-bemiddelaar is overeenkomstig art. 437,3° Ger.W. absoluut onverenigbaar met het beroep van advocaat.

Ook de activiteit van stagiair zelfstandige is een activiteit als handelaar, die overeenkomstig art. 437,3° Ger.W. absoluut onverenigbaar is met het beroep van advocaat, ook al zou conventioneel of na instructie door de raad van de Orde worden afgezien van het rechtstreeks of onrechtstreeks aanhouden van een derdenrekening.

Meer lezen
vrijdag 17 april 2026

Advies 779

Het is niet noodzakelijk dat een advocaat het bemiddelingsprotocol mee ondertekent om gehouden te zijn tot de vertrouwelijkheid van de bemiddeling. Deze vertrouwelijkheid geldt immers van rechtswege en de advocaat heeft bovendien een eigen beroepsgeheim.

Meer lezen
vrijdag 27 maart 2026

Advies 778

Krachtens art. 11 CDA moet een advocaat bij het uitoefenen van een nevenactiviteit zijn onafhankelijkheid, beroepsgeheim en integriteit vrijwaren en elk belangenconflict vermijden (zodat het vertrouwen in de advocatuur niet wordt geschaad).

Voorts laat art. 11bis CDA het optreden als arbiter uitdrukkelijk toe als verenigbaar met het beroep van advocaat en verbiedt art. 11quater CDA dat een advocaat optreedt als raadsman in geschillen die zijn andere activiteit betreffen, behoudens toegelaten uitzonderingen en onverminderd art. 11 CDA, terwijl art. 437, 4° Ger.W. deze kernwaarden van onafhankelijkheid en waardigheid eveneens wettelijk verankert.

In casu wordt geen schending van deze deontologische normen vastgesteld.

Meer lezen
vrijdag 27 maart 2026

Advies 777

Wanneer levenspartners als advocaten tegenover elkaar staan, ontstaat er een belangenconflict dat ingevolge art. 17bis Codex Deontologie voor Advocaten het ganse kantoor treft, en de advocaat dient zijn onafhankelijkheid – ook naar perceptie toe – te vrijwaren overeenkomstig art. 2 CDA.

Op zich bestaat er geen deontologisch verbod voor een advocaat om op een welbepaalde aanbesteding in te schrijven, maar hij moet dossier per dossier de situatie beoordelen en – zodra blijkt dat zijn levenspartner (of diens kantoor) zijn tegenstrever is of zal worden – de opdracht weigeren of zich uit het dossier terugtrekken.

Meer lezen
vrijdag 27 maart 2026

Advies 776

Art. 30bis RSZ-wet en art. 53–59 Wetboek Minnelijke en Gedwongen Invordering leggen weliswaar een inhoudingsplicht op aan opdrachtgevers (factuurbetalers) bij fiscale of sociale schulden van een (onder)aannemer, maar deze wettelijke verplichting rust niet op de advocaat die als lasthebber via zijn derdenrekening voor de cliënt gelden int.

De deontologie vereist krachtens art. 134 Codex Deontologie voor Advocaten dat de advocaat ontvangen derdengelden onverwijld aan de rechthebbende (de cliënt) doorstort en verbiedt hem zonder juridische grond bedragen voor derden in te houden.

Zolang geen bevel of beslag is betekend, bestaat noch wettelijk, noch deontologisch een inhoudings- of doorstortingsplicht.

Meer lezen
vrijdag 20 maart 2026

Advies 774

Krachtens artikel 47 e.v. WPW ontstaat voor een advocaat slechts een meldingsplicht indien hij weet, vermoedt of redelijke gronden heeft om te vermoeden dat geldmiddelen of een verrichting verband houden met witwassen of terrorismefinanciering – niet louter wegens een contante betaling boven € 3.000 of een ander basismisdrijf – terwijl artikel 53 WPW bepaalt dat informatie die een advocaat van of over een cliënt verneemt bij het bepalen van diens rechtspositie of in het kader van een rechtsgeding onder het beroepsgeheim valt en dus is vrijgesteld van melding.

In casu heeft mr. X de informatie over de cashbetaling van € 45.000 van zijn cliënten verkregen bij het bepalen van hun rechtspositie (d.i. in het kader van juridische bijstand), zodat het beroepsgeheim (art. 53 WPW) van toepassing is en primeert op de meldingsplicht, met als gevolg dat in de gegeven omstandigheden geen melding moet worden gedaan.

Meer lezen
maandag 09 maart 2026

Advies 775

Het is thans gangbaar en niet strijdig met artikel 113 CDA dat in mails aan de cliënt het corpus wordt gevoegd van de vertrouwelijke mededeling die van de tegenstrever ontvangen werd of van de mail die aan de tegenstrever werd verzonden. Het verdient aanbeveling om daarbij steeds uitdrukkelijk te melden dat het een uittreksel betreft uit een vertrouwelijke brief en dat het vertrouwelijk karakter ervan moet geëerbiedigd blijven.

Meer lezen
maandag 16 februari 2026

Advies 772

De nevenactiviteit van vastgoedmakelaar-bemiddelaar is uitdrukkelijk uitgesloten (art. 11bis CDA) wegens het verhandelen van derdengelden, anders dan in de hoedanigheid van advocaat.

De beoogde andere activiteit van vastgoedmakelaar-bemiddelaar is overeenkomstig art. 437,3° Ger.W. absoluut onverenigbaar met het beroep van advocaat.

Meer lezen
maandag 16 februari 2026

Advies onverenigbaarheden nr. 8

De nevenactiviteit van vastgoedmakelaar-bemiddelaar is uitdrukkelijk uitgesloten (art. 11bis CDA) wegens het verhandelen van derdengelden, anders dan in de hoedanigheid van advocaat.

De beoogde andere activiteit van vastgoedmakelaar-bemiddelaar is overeenkomstig art. 437,3° Ger.W. absoluut onverenigbaar met het beroep van advocaat.

Meer lezen
woensdag 27 augustus 2025

Advies 771

Artikel 25 van de verordening bepaalt dat de rechtsgevolgen van elektronische handtekeningen niet mogen worden ontkend op grond van het feit dat de handtekening elektronisch is of niet voldoet aan de vereisten voor een gekwalificeerde elektronische handtekening. Het verschil tussen de soorten elektronische handtekeningen ligt evenwel in hun bewijswaarde: de eenvoudige of gewone elektronische handtekening heeft de zwakste bewijswaarde, terwijl de gekwalificeerde elektronische handtekening dezelfde bewijswaarde heeft als een handgeschreven handtekening.

De rechtsgeldigheid van de handtekening kan worden betwist, maar dit leidt slechts tot een beoordeling aan de hand van andere bewijselementen. Het document is dus niet van meet af aan ongeldig enkel omdat het slechts een eenvoudige elektronische handtekening bevat.

Meer lezen
maandag 14 juli 2025

Advies 773

De OVB meent dat de advocaat die een tool wil inzetten dat loyaal moet doen, en dat hij de toegang tot de tool moet ter beschikking houden zolang als nuttig voor de procedure cq voor de tegenstrever, zodat die over een volledig bundel kan beschikken en dat hij zelf verantwoordelijk is voor de keuze van de tool en de mogelijke wettelijke risico's die eraan verbonden zijn.

Meer lezen