OVB Congres: keynote 'Het betonnen beleid' Quinten Jacobs: "Ook Justitie heeft nog wat heilige huisjes"
Quinten Jacobs, advocaat, specialist in grondwettelijk recht en columnist, verzorgt op het OVB-congres een keynote die advocaten uitdaagt om kritisch na te denken over de rol van het recht in onze samenleving — en over hoe dat systeem opnieuw werkbaarder kan worden. Wat u daarvan mag verwachten, vroegen we hem zelf.
Uw boek Het betonnen beleid stelt dat beleidsruimte in België vastzit. Wat is volgens u de belangrijkste oorzaak van die verstarring?
“Er zijn eigenlijk meerdere oorzaken, zowel politicologische als juridische. Over die eerste categorie — denk aan particratie, mediademocratie of spektakeldemocratie — zijn bibliotheken volgeschreven. En terecht, want die analyses kloppen grotendeels.
Wat mij opviel, is dat er veel minder aandacht gaat naar de juridische oorzaken. En daar zie ik drie grote factoren.
Ten eerste is er onze bijzonder complexe staatsstructuur, die besluitvorming vertraagt en versnippert.
Ten tweede speelt de rol van de Europese Unie, die sterk technocratisch werkt en nationale beleidsruimte inperkt.
En ten derde is er de manier waarop mensenrechten vandaag worden geïnterpreteerd — een interpretatie die de voorbije jaren aanzienlijk is verruimd.
Het is moeilijk om één van die drie als dé belangrijkste aan te wijzen. Wat ik met het boek vooral wil aantonen, is dat de blokkering niet alleen ‘in de hoofden’ zit, maar ook ingebakken zit in het systeem zelf.
Dat heeft gevolgen. We zien dat klassieke centrumpolitiek steeds moeilijker in staat is om snel en doeltreffend in te spelen op concrete bezorgdheden van burgers. En als dat niet lukt, wenden kiezers zich tot partijen die minder rekening houden met die institutionele spelregels — de meer radicale of antisysteempartijen.”
Ziet u een verschuiving in de rol van de advocaat: van pleiter naar systeemnavigator?
“Absoluut — en eigenlijk geldt dat niet alleen voor advocaten, maar voor juristen in het algemeen. Alleen staan advocaten natuurlijk het dichtst bij de cliënt, waardoor zij die evolutie het scherpst voelen.
Steeds vaker worden zij degene die een cliënt wegwijs moet maken in wat ik de ‘regelinfrastructuur’ noem. Daarmee bedoel ik het geheel van regels dat van toepassing is op één concrete situatie: omzendbrieven, decreten, besluiten van regeringen, Europese richtlijnen, het Handvest van de grondrechten… Dat moet je allemaal samenleggen om te begrijpen wat juridisch kan en wat niet.
Die oefening is vandaag bijzonder complex — en wordt alleen maar complexer. Voor cliënten, of het nu burgers of ondernemingen zijn, is het simpelweg niet haalbaar om dat zelf nog op te volgen, zeker niet naast hun dagelijkse activiteiten.
Daar ligt volgens mij een steeds belangrijkere rol voor de advocaat: niet alleen als pleiter, maar als gids door een steeds dichter wordend normatief landschap.”
"Daar ligt volgens mij een steeds belangrijkere rol voor de advocaat: niet alleen als pleiter, maar als gids door een steeds dichter wordend normatief landschap."
Veel advocaten ervaren dat procedures complexer en langduriger worden. Is dat een symptoom van datzelfde “betonnen beleid”?
“Ja, absoluut — en in justitie zie je dat ‘betonnen beleid’ eigenlijk op twee manieren spelen.
Ten eerste is er de plaats van justitie binnen onze staatsstructuur. Justitie zit op het federale niveau, dat vandaag financieel het meest onder druk staat. Dat niveau draagt de zwaarste toekomstige kosten: pensioenen, gezondheidszorg, defensie-uitgaven en stijgende rentelasten. Die nemen de komende jaren alleen maar toe, waardoor er steeds minder budgettaire ruimte overblijft voor andere bevoegdheden — zoals justitie.
Het gevolg is dat justitie structureel ondergefinancierd blijft, terwijl net daar meer investeringen nodig zijn. Dat is voor mij een eerste, zeer concreet gevolg van dat ‘betonnen beleid’.
Ten tweede is er de complexiteit van het systeem zelf, dat sluit nauw aan bij uw vraag naar de complexiteit van de procedures. Justitie hervormen is bijzonder moeilijk, omdat je te maken hebt met een veelheid aan actoren en belangen: advocatuur, magistratuur, zittende en staande magistraten, en in België ook nog eens de communautaire dimensie.
Elke hervorming moet door dat hele kluwen raken en voldoende draagvlak vinden — en daar botsen ministers van Justitie keer op keer op grenzen.
We zeggen soms snel dat politici tekortschieten, maar je moet ook erkennen dat het juridische landschap zelf hervormingen bemoeilijkt. Wat iemand wil aanpassen of afschaffen, wordt al snel gezien als een essentieel onderdeel van de rechtsstaat — een ‘heilig huisje’ waar niet aan geraakt mag worden.
En ik denk dat we eerlijk moeten zijn: in onze sector bestaan er nog wel een aantal van die heilige huisjes.”
"Wat iemand wil aanpassen of afschaffen, wordt al snel gezien als een essentieel onderdeel van de rechtsstaat — een ‘heilig huisje’ waar niet aan geraakt mag worden."
Is die beperking van beleidsruimte volgens u een noodzakelijk gevolg van de rechtsstaat, of zijn we daarin te ver gegaan?
“De rechtsstaat is uiteraard een noodzakelijke en wenselijke beperking van beleidsruimte. Ik pleit dus zeker niet voor een systeem waarin die ruimte onbeperkt is — dat zou net problematisch zijn.
De kernvraag is voor mij: waar ligt het juiste evenwicht? Niet óf we moeten beperken, maar in welke mate.
Mijn analyse is dat we vandaag op sommige vlakken te ver zijn gegaan in die beperking. Tegelijk wil ik benadrukken dat dat niet betekent dat de rechtsstaat als geheel moet worden afgezwakt — integendeel. Op bepaalde domeinen moet die net worden versterkt.
Denk bijvoorbeeld aan de uitvoering van rechterlijke beslissingen, waar vandaag nog lacunes bestaan. Of aan de openbaarheid van bestuur, waar de handhaving sterker kan. Daar zie ik absoluut ruimte voor een krachtigere rechtsstaat.
Maar daarnaast moeten we ook opletten dat we bij uitstek politieke vraagstukken — waar redelijke mensen van mening over kunnen verschillen — niet te snel gaan herformuleren als mensenrechtenkwesties. Zodra dat gebeurt, verschuift de beslissing naar de rechter en verdwijnt het debat uit de politieke arena.
En dat heeft een keerzijde: wie het dan oneens is met zo’n beslissing, lijkt al snel tegen mensenrechten te zijn. Dat is een evolutie waar we volgens mij voorzichtig mee moeten omgaan.”
"Wie de rechtsstaat wil beschermen, er niet per se belang bij heeft om die zo breed mogelijk te interpreteren of om steeds meer politieke vraagstukken te ‘juridiseren’."
Op het OVB-congres zal u hier dieper op ingaan. Wat mogen advocaten verwachten van uw keynote?
“Ze mogen zich verwachten aan een keynote die duidelijk stelling inneemt — en die misschien wat tegen de intuïtie in durft te gaan.
De kern van mijn betoog is dat we politici opnieuw meer ruimte moeten geven om aan politiek te doen, net om de opkomst van extreme partijen tegen te gaan. Vandaag zien we dat die partijen sterk staan, en dat heeft volgens mij veel te maken met een gevoel bij burgers dat het eigenlijk weinig uitmaakt wie er bestuurt — dat het beleid toch altijd binnen dezelfde, vrij nauwe marges blijft.
Wanneer klassieke partijen er dan niet in slagen om echte verandering waar te maken, zoeken kiezers alternatieven bij partijen die het minder nauw nemen met de bestaande spelregels.
Mijn stelling — en die is inderdaad wat contra-intuïtief — is dat wie de rechtsstaat wil beschermen, er niet per se belang bij heeft om die zo breed mogelijk te interpreteren of om steeds meer politieke vraagstukken te ‘juridiseren’.
Ik verwacht daar ook kritische vragen over, zeker in een publiek van juristen. Maar net dat maakt het gesprek interessant. Alleen al om die discussie te voeren, denk ik dat het de moeite is om erbij te zijn.”
Zal u daar eerder diagnose brengen, of ook concrete handvaten voor de praktijk?
“Het begint natuurlijk bij een diagnose — zonder probleem geen oplossing. Maar het is wel de bedoeling dat ik ook inga op wat volgens mij mogelijke uitwegen uit die impasse kunnen zijn.
Dat gezegd zijnde: het zullen geen directe, praktische handvaten zijn die een advocaat morgen in een concreet dossier kan toepassen. Mijn insteek is breder. Het gaat over de rol van het recht in onze samenleving en over hoe we dat systeem opnieuw werkbaarder kunnen maken.
Maar net daarom denk ik dat het ook voor advocaten relevant is. Niet alleen in hun dagelijkse praktijk, maar ook in hun rol als actoren binnen de rechtsstaat — en als democratische burgers.”
"Ik verwacht daar ook kritische vragen over, zeker in een publiek van juristen. Maar net dat maakt het gesprek interessant. Alleen al om die discussie te voeren, denk ik dat het de moeite is om erbij te zijn."
Wie is Quinten Jacobs
Quinten Jacobs (1999) is advocaat grondwettelijk recht en praktijkassistent aan de KU Leuven. Hij is columnist bij De Tijd en lid van de Vrijddaggroep, waar hij maandelijks de politieke actualiteit duidt met focus op mensenrechten en federalisme. In 2025 publiceerde hij het boek Het betonnen beleid, waarin hij analyseert hoe we het politieke beleid terug slagkrachtiger kunnen maken om het vertrouwen in de politiek te herwinnen.