Ga verder naar de inhoud

Grond­wet­te­lijk Hof: Be­staans­mid­de­len partner tellen mee bij ge­zins­her­e­ni­ging met Belg

donderdag 09 april 2026

In een recent arrest bevestigt het Grondwettelijk Hof dat bij gezinshereniging met een Belg niet alleen naar het inkomen van de referentiepersoon mag worden gekeken, maar ook naar dat van de aanvrager zelf. Dit heeft concrete gevolgen voor de praktijk van gezinsherenigingsdossiers.

Auteur

Laurence Lambert

Jurist studiedienst
Laurence Lambert

Deel dit artikel

De feiten en procedure

In zijn arrest nr. 38/2026 van 2 april 2026 heeft het Grondwettelijk Hof zich uitgesproken over de manier waarop het bestaansmiddelenvereiste moet worden beoordeeld bij gezinshereniging met een Belgische referentiepersoon.

De zaak betrof twee aanvragen tot gezinshereniging van wettelijk samenwonende partners van een Belg. In beide gevallen werd de aanvraag geweigerd omdat de Belgische referentiepersoon volgens de Dienst Vreemdelingenzaken niet over voldoende bestaansmiddelen beschikte. Daarbij werd, op basis van een bepaalde interpretatie van artikelen 40ter, § 2, tweede lid, 1°, en 42, § 1, tweede lid, van de Vreemdelingenwet, uitsluitend rekening gehouden met de bestaansmiddelen van de Belgische partner, en niet met die van de aanvrager zelf.

De betrokken aanvragers stelden beroep in bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV). Die legde prejudiciële vragen voor aan het Grondwettelijk Hof over de verenigbaarheid van deze wetsbepalingen, in die interpretatie, met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet (gelijkheids- en niet‑discriminatiebeginsel), gelezen in samenhang met artikel 8 van het EVRM (recht op eerbiediging van het privé- en gezinsleven).

Uitspraak van het Hof

Het Grondwettelijk Hof oordeelt dat de onmogelijkheid om met het gezin samen te leven een inmenging vormt in het recht op gezinsleven, die enkel toelaatbaar is indien zij berust op een voldoende nauwkeurige wetsbepaling (I), beantwoordt aan een dwingende maatschappelijke behoefte (II) en evenredig is met het nagestreefde doel (III).

Hoewel het Hof erkent dat de wetgever met het bestaansmiddelenvereiste legitieme doelstellingen nastreeft, is het niet verantwoord dat er bij gezinshereniging met een Belg geen rekening wordt gehouden met de bestaansmiddelen van de partner.

In de interpretatie waarbij uitsluitend de bestaansmiddelen van de Belgische referentiepersoon in aanmerking worden genomen, oordeelt het Hof dan ook dat de betrokken wetsbepalingen strijdig zijn met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 8 EVRM.

Het Hof beklemtoont echter dat dezelfde wetsbepalingen ook grondwetsconform kunnen worden geïnterpreteerd, namelijk in die zin dat bij de beoordeling van het bestaansmiddelenvereiste ook rekening mag worden gehouden met de bestaansmiddelen van de partner die zich bij de Belgische referentiepersoon voegt. In die interpretatie is er geen schending van de Grondwet.

Juridische gevolgen

Dit arrest heeft belangrijke praktische en juridische gevolgen voor de behandeling van aanvragen tot gezinshereniging met een Belg:

  1. Geen uitsluiting meer van inkomsten van de partner
    Bij de beoordeling van de bestaansmiddelen mag men niet langer automatisch de bestaansmiddelen van de partner buiten beschouwing laten.
  2. Verplicht grondwetsconforme interpretatie van de Vreemdelingenwet
    Artikelen 40ter en 42 van de Vreemdelingenwet moeten voortaan zo worden toegepast dat alle relevante bestaansmiddelen kunnen worden meegenomen, met inbegrip van die van de partner die gezinshereniging aanvraagt.
  3. Gevolgen voor lopende en toekomstige procedures
    In lopende dossiers en beroepen voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zal dit arrest een belangrijk beoordelingskader vormen. Beslissingen die uitsluitend steunen op het inkomen van de Belgische referentiepersoon lopen een groot risico op vernietiging.

Lees het arrest

Ook interessant

Migratierecht Stem van Europa
vrijdag 12 juni 2026

Dit moet u weten over het Migratiepact

Op 14 mei 2024 keurde het Europees Parlement het Asiel- en Migratiepact (Pact) goed. Het Pact bestaat uit een reeks regels over migratie en een gemeenschappelijk asielstelsel voor de Europese Unie. Die regels staan in 1 richtlijn en 8 verordeningen die vanaf 12 juni 2026 in werking zijn.

Meer lezen
Migratierecht
dinsdag 26 mei 2026

Gewijzigde procedures Raad voor Vreemdelingenbetwistingen

Vanaf 12 juni 2026 treden belangrijke wijzigingen in werking in de procedures voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV). Die vloeien voort uit het Europees Asiel- en Migratiepact en zullen een aanzienlijke impact hebben op de praktijk.

Meer lezen