Ga verder naar de inhoud

Interview Maak kennis met de nieuwe stafhouders!

vrijdag 04 september 2026

Op 1 september begonnen zes nieuwe stafhouders aan hun eerste termijn. Kent u hen al, of zijn ze nog onbekend voor u? Geen zorgen, we laten hen zichzelf voorstellen. Ontdek hoe zij hun rol als stafhouder invullen, welke prioriteiten ze hebben, wat ze verwachten van de samenwerking met de OVB, en hoe ze zichzelf omschrijven.

Auteur

Dagmar Vanbergen

Medewerker-specialist communicatie
Dagmar Vanbergen 01

Deel dit artikel

Maak kennis met de nieuwe stafhouders

Klik om rechtstreeks naar de antwoorden van uw stafhouder te scrollen.

Balie Oudenaarde Kristof De Mulder

 Lid van de Raad van de Orde sinds 2017

Voormalig voorzitter BJB Oudenaarde

Gewezen vice-stafhouder van de balie Oudenaarde

Hoe ziet u uw taak als stafhouder op lokaal vlak?

Voor mij is de stafhouder er in de eerste plaats voor de advocaten van de balie. Ik wil toegankelijk en nabij zijn: confraters moeten mij makkelijk kunnen bereiken en het gevoel hebben dat ze gehoord en gesteund worden, niet pas wanneer er iets misloopt.

Oudenaarde is de kleinste balie van Vlaanderen. Dat is net een troef: we kennen onze confraters persoonlijk en weten wat er leeft. Ik ken wellicht zo'n 90 procent van de advocaten bij naam. Die nabijheid wil ik absoluut behouden.

Daarnaast hecht ik veel belang aan heldere communicatie. Te vaak weten advocaten niet goed wat er binnen hun Raad van de Orde gebeurt, en welke rol de stafhouder daarin speelt. We hebben op dat vlak al stappen gezet, maar ik wil daar verder op inzetten.

Zo wil ik de nieuwsbrief van de balie verder uitwerken. Naast een overzicht van de beslissingen van de Raad van de Orde wil ik er ook belangrijke zaken uit de voorbije maand in opnemen waarvan ik denk: dit moeten onze confraters weten.

"Ik ken wellicht zo'n 90 procent van de advocaten aan mijn balie bij naam. Die nabijheid wil ik absoluut behouden."
— Stafhouder Kristof De Mulder

Wat zijn uw prioriteiten als stafhouder?

Artificiële intelligentie is voor mij een belangrijke prioriteit. We mogen als beroepsgroep de boot niet missen. Ik merk dat zelf al in mijn praktijk: ik krijg bijvoorbeeld van cliënten ontwerpconclusies terug die door een AI-tool werden gereviseerd. Dat toont hoe snel die evolutie gaat.

De vraag is dus vooral: hoe krijgen we iedereen mee? Grote kantoren zullen hun weg daarin waarschijnlijk wel vinden, maar ook de kleinere kantoren moeten toegang krijgen tot goede en veilige AI-toepassingen zonder dat de kostprijs een drempel wordt. We bekijken daarom ook of we als balie opnieuw een formule kunnen aanbieden waarbij advocaten tegen een betaalbaar tarief toegang krijgen tot dergelijke software. Dat is op dit moment nog geen beslissing, maar het is wel iets waar we actief naar kijken.

Een tweede prioriteit is welzijn en agressie tegenover advocaten. Er gebeurt al veel, maar ik denk dat we nog beter kunnen kijken naar preventie, weerbaarheid en hoe we sneller kunnen reageren wanneer het fout dreigt te lopen.

Hoe ziet u de samenwerking met de OVB?

Ik zie de samenwerking vooral vanuit het subsidiariteitsbeginsel: wat we lokaal, dicht bij onze confraters, kunnen regelen, doen we best zelf. De OVB is vooral nodig voor wat bovenlokaal moet worden aangepakt.

Daarom ben ik geen voorstander van één overkoepelende Orde van Vlaamse Advocaten. Er is vandaag heel wat engagement bij de lokale balies. Confraters zetten zich vaak belangeloos en onbezoldigd in voor hun balie. Ik zou het jammer vinden als dat engagement bij een verdere schaalvergroting verloren zou gaan. Er bestaat vandaag al weleens een perceptie van de OVB als een “ver-van-mijn-bedshow”. Dat is volgens mij niet terecht, maar het gevoel bestaat wel.

Tegelijk is de OVB voor mij absoluut een belangrijke partner, onder meer richting wetgever en voor dossiers die een lokale balie niet alleen kan aanpakken.

Balie Brussel Anneleen Van Hout

Lid van de Algemene Vergadering van de Orde van Vlaamse Balies 

Gewezen vice-stafhouder van de Nederlandstalige balie Brussel 

Wat zijn uw prioriteiten als stafhouder?

In de eerste plaats wil ik verderzetten wat mijn voorganger heeft opgestart en de werking van de orde verder professionaliseren. We zijn met ongeveer 3.800 advocaten en hebben slechts een relatief klein personeelsbestand. Dan is het belangrijk om efficiënt en professioneel te organiseren en ook onze communicatie verder te versterken.

Daarnaast wil ik Brussel nog sterker op de kaart zetten, zowel binnen Vlaanderen als internationaal. We hebben hier een grote internationale advocatuurgemeenschap. Steeds meer internationale advocaten kiezen ervoor om Nederlands te leren en zich binnen onze balie te engageren. Ik wil mee bekijken hoe we dat kunnen faciliteren, onder meer door aangepaste opleidingen en ondersteuning te bieden aan Belgische én internationale advocaten die in een internationale context werken.

Een derde belangrijk punt is de reputatie van de advocaat. Ik vind het zeer pijnlijk hoe er soms over advocaten wordt gesproken. Er moet volgens mij een mentaliteitswijziging komen in de manier waarop naar ons beroep wordt gekeken.

Daar moeten we actiever op inzetten, ook via de media. Misschien moeten we selectiever met de media omgaan en bepaalde tools aanreiken, zonder in populisme te vervallen. Want vaak vindt men advocaten negatief, tot men zelf in de problemen komt. Dan is de advocaat plots wel de steun en toeverlaat.

Tot slot wil ik ook werken aan de gemeenschapszin binnen onze balie. Dat is voor Brussel een bijzondere uitdaging. We zijn niet alleen groot in aantal, maar ook heel divers. Bovendien zijn Brussel en de Vlaamse Rand geografisch en qua advocatenpraktijk erg verschillend. Onze balie bevindt zich daardoor soms in een soort spreidstand. Net daarom wil ik proberen de verbondenheid tussen onze advocaten verder te versterken.

Hoe kunnen de OVB en de lokale balies elkaar volgens u beter versterken?

Volgens mij begint dat bij een nauwere wisselwerking. De OVB moet voldoende voeling houden met wat er leeft bij de lokale balies, terwijl de balies op hun beurt hun advocaten beter kunnen informeren over wat er op het niveau van de OVB gebeurt.

Voor Brussel zie ik daarin ook een belangrijke rol voor jongeren. Hoe meer jonge advocaten we kunnen betrekken bij de werking van de OVB, bijvoorbeeld door hen naar de Algemene Vergadering te brengen, hoe meer ze ook zullen begrijpen wat de OVB doet en waarom die werking belangrijk is. Zo kunnen we tegelijk aan meer betrokkenheid én meer gemeenschapszin werken.

"Hoe meer jonge advocaten we kunnen betrekken bij de Algemene Vergadering, hoe meer ze de werking en het belang van de OVB leren kennen. En het wordt zo ook minder een platform van de ‘oudere generatie'."
— Stafhouder Anneleen Van Hout

Hoe kunnen we volgens u jonge advocaten beter bereiken?

Dat is een hele moeilijke vraag. Niet alleen voor de OVB, maar ook voor onze eigen balie. We moeten vooral zoeken naar manieren om jongeren te bereiken en hen echt bij de werking te betrekken.

Ik denk dat de Algemene Vergadering van de OVB daar een goed vertrekpunt voor kan zijn. Hoe meer jongeren we daar bij betrekken, hoe meer ze de werking en het belang van de OVB leren kennen. En het wordt zo ook minder een platform van de ‘oudere generatie'.

Ook informele momenten kunnen daarbij helpen, zoals een etentje of een receptie voor of na de Algemene Vergadering. Bij kleinere balies is dat misschien gemakkelijker, omdat de onderlinge band daar vaak sterker is. In Brussel is dat door onze omvang en diversiteit een grotere uitdaging.

Maar we weten ondertussen dat de juiste formule wel degelijk kan werken. Onze voorzitter van de jongeren organiseerde dit jaar bijvoorbeeld een grote quiz. Die was een enorm succes en zal zeker opnieuw worden georganiseerd.

Blijkbaar kunnen we jongeren dus nog altijd uit hun kot krijgen. Als het werkt, dan werkt het.

Balie Limburg Bert Vandenreyt

Voorzitter commissie curatoren Limburg (2020-2023)

Penningmeester Raad van de Orde (2018-2019) (2023-2024)

Gewezen Vice-stafhouder balie Limburg (2024-2026)

Hoe ziet u uw taak als stafhouder op lokaal vlak?

Ik zie het vooral als voortbouwen op wat mijn voorgangers hebben gedaan. Wij zijn een middelgrote balie van ongeveer 1.100 advocaten en ik moet zeggen dat die de voorbije jaren sober, maar behoorlijk goed gerund werd. Onze financiën zijn onder controle, we hebben een klein team en dat zijn mensen die al jarenlang voor de balie werken.

Dus: behouden wat goed loopt en verbeteren waar dat kan.

Dat geldt bijvoorbeeld voor tuchtwerking. Mijn twee voorgangers hebben hierin reeds grote stappen gezet, maar voorheen waren we daar heel coulant in en probeerden vaak via gesprekken tot een oplossing te komen. Dat vind ik op zich goed. Maar soms moet je ook vaststellen dat mensen daar weinig naar luisteren. Dan moet je op een bepaald moment toch een procedure opstarten.

Daarnaast wil ik meer aandacht voor het welzijn van advocaten. We hadden daar in het verleden een comité voor, voor mensen die sociaal of financieel moeilijk zitten, vereenzamen of weinig werk hebben. Helaas leverde dat niet altijd de resultaten op die we hoopten.

Onze pro-stafhouder Natascha Bielen wil dat nu naar zich toe trekken en er een bredere welzijnscommissie van maken. We willen problemen sneller detecteren en mensen beter begeleiden. Soms kan een financieel probleem bijvoorbeeld tijdelijk worden opgevangen via een lening of het solidariteitsfonds. Die mogelijkheden bestaan, maar misschien moeten we ze meer gebruiken.

Wat zijn uw prioriteiten als stafhouder?

Witwaspreventie staat heel hoog op mijn lijst. Die wetgeving bestaat ondertussen al enkele jaren, maar ik stel vast dat heel wat advocaten er nog altijd te weinig mee bezig zijn. Ze hebben bijvoorbeeld geen cliëntenovereenkomst of weten niet altijd welke alarmbellen er zijn.

Ik begrijp dat ook wel. Advocaten worden vandaag overstelpt met verplichtingen: witwaspreventie, AI, fiscale verplichtingen en noem maar op. Maar de wetgever is de wetgever. We kunnen die verplichtingen niet zomaar naast ons neerleggen. Er zullen gevolgen komen als we er niet op reageren.

We willen onze advocaten daarom een tool geven waarmee ze dat op een efficiënte manier kunnen aanpakken. We hebben ons team dat dit opvolgt aanzienlijk uitgebreid. Hopelijk kunnen we zo wat meer houvast bieden en de witwaspreventie iets verteerbaarder maken.

Ook de juridische tweedelijnsbijstand is een belangrijk dossier. Daar zijn we de voorbije tijd grondig doorgelicht en het Rekenhof was bijzonder kritisch over de manier waarop de controles vandaag gebeuren. Dat heeft gevolgen voor de balies, die onder meer moeten bekijken hoe ze de controle op BJB-dossiers beter kunnen organiseren. Ook de regeling rond de derdengelden speelt daarin mee.

Daar moet nog heel wat gebeuren. Onze lokale controleurs zullen bijkomende opleiding nodig hebben en we moeten bekijken hoe we dat praktisch en financieel haalbaar maken. Het takenpakket is behoorlijk groot. Wie wil er controleur worden voor BJB-dossiers als daar zoveel van wordt verwacht?

Ik heb daar zelf ook nog niet zoveel ervaring mee, dus ik zal me moeten bijscholen. Maar ik ben wel op de hoogte van de problematiek en ik denk dat we samen met de OVB en de mensen die daar ervaring mee hebben tot een goede oplossing kunnen komen. We zijn er alleen nog niet.

En dan is er natuurlijk AI. Ik denk dat we op een scharnierpunt zitten. We moeten ons afvragen hoe we daar als advocatuur mee omgaan. Het gevaar bestaat dat er minder stagiairs worden aangenomen of dat beslissingen steeds meer door AI worden genomen.

AI is een heel nuttig hulpmiddel, maar het moet een hulpmiddel blijven. Het mag het werk niet overnemen. Ik ben daar misschien wat conservatief in, maar we moeten die evenwichtsoefening wel maken. Daarom wil ik ook onze medewerkers zo goed mogelijk opleiden, zodat we onze advocaten daarin kunnen ondersteunen.

"Ik vind dan ook dat we als advocatuur ook daar onze stem moeten laten horen. Uiteindelijk gaat het om de goede werking van justitie, en daar is nog heel wat werk aan.""
— Stafhouder Bert Vandenreyt

Voor wie u niet kent, hoe zou u uzelf omschrijven?

Ik ben geen tafelspringer. Ik houd me eerder wat op de achtergrond, maar als ik iets doe, wil ik het wel doortastend doen. En als het nodig is om op de voorgrond te komen, dan zal ik dat ook doen.

Ik ben intussen 35 jaar advocaat en heb in die tijd heel wat zien veranderen. Ik heb de evolutie meegemaakt van de meer klassieke pleitzaken naar meer bemiddeling, zowel in ondernemingszaken als in familiale zaken.

Ik ben trouwens niet iemand die alleen met de juridische wereld bezig is. Ik ben eigenlijk een echte nieuwsfreak. Iedere ochtend lees ik bij mijn ontbijt de krant en ik volg de VRT-nieuwsflashes vrij nauwgezet. Ik wil weten wat er gebeurt, ook buiten de advocatuur, maatschappelijk en politiek.

Ik vind dan ook dat we als advocatuur ook daar onze stem moeten laten horen. Uiteindelijk gaat het om de goede werking van justitie, en daar is nog heel wat werk aan.

Dus nee, ik ben geen tafelspringer. Maar als het nodig is, vliegen we er keihard in.

Balie Leuven Yoeri Deckers

Voorzitter commissie verzekeringen bij de Raad van de Orde van balie Leuven

Gewezen vice-stafhouder van balie Leuven

Hoe ziet u uw taak als stafhouder op lokaal vlak?

De eerste verantwoordelijkheid van een stafhouder is uiteraard toezien op de organisatie en de dagelijkse werking van de balie. Alles moet goed functioneren. Maar voor mij begint dat vooral bij bereikbaarheid. Een stafhouder moet aanspreekbaar zijn en kunnen luisteren naar wat er leeft. Die signalen moet je vervolgens meenemen in je beleid en in je dagelijkse beslissingen.

En uiteraard doe je dat niet alleen. We hebben een heel goed werkend secretariaat en ik ben goed omringd: door een directeur, de commissies en de leden van de Raad. Het is de bedoeling om daar zeer goed mee samen te werken. Ik denk dat we op onze balie al een aantal jaren een zeer goede werking hebben. Daar wil ik zeker op voortbouwen.

Wat zijn uw prioriteiten als stafhouder?

Ik heb in mijn beleidsplan een aantal prioriteiten vooropgesteld. Een eerste is een degelijke ondersteuning van onze advocaten bij de verplichtingen waarmee ze steeds meer worden geconfronteerd: compliance, administratie, fiscaliteit, deontologie, witwaspreventie, GDPR, cyberveiligheid, derdenrekeningen, elektronische facturatie...

Er komen steeds meer verplichtingen bij voor ons beroep. De wetgever heeft de balie en de stafhouder bovendien heel wat controlerende taken opgelegd. Die moeten we uiteraard vervullen, maar het heeft volgens mij weinig zin om alleen maar te controleren en te sanctioneren. We moeten ook informeren.

De OVB levert al mooie inspanningen om advocaten te ondersteunen, bijvoorbeeld met modellen en informatie. Toch zien we dat die informatie nog niet altijd tot bij alle advocaten raakt. Daar heeft ook de lokale balie een functie te vervullen. Via studiedagen, informele activiteiten en lokale nieuwsbrieven kunnen we ervoor zorgen dat de informatie die er wél is, ook effectief onze advocaten bereikt.

Een andere prioriteit is kijken waar we kunnen helpen bij een goed functionerende en toegankelijke justitie. Er zijn problemen met achterstanden, capaciteit en vertragingen. Dat heeft gevolgen voor zowel advocaten als rechtzoekenden.

We kunnen natuurlijk niet alle problemen binnen justitie oplossen. Dat besef ik ook. Maar soms kan een pragmatische oplossing bij een bepaalde rechtbank wel mogelijk zijn. Daar moeten we op lokaal vlak naar kijken: waar zitten de concrete problemen en waar kunnen we bemiddelen of ingrijpen?

"De OVB levert al mooie inspanningen om advocaten te ondersteunen, bijvoorbeeld met modellen en informatie. Toch zien we dat die informatie nog niet altijd tot bij alle advocaten raakt."
— Stafhouders Yoeri Deckers

Hoe ziet u de samenwerking met de OVB?

Ik ben een fan van de OVB. Ik denk dat de OVB absoluut nodig is. Er zijn zaken die een lokale balie onmogelijk alleen kan doen. Daarvoor moet je een beleid kunnen voeren op Vlaams niveau, soms voor uniformiteit, soms voor schaalvoordeel.

Tegelijk staat de lokale balie dichter bij de advocaat en diens dagelijkse praktijk. Ik vind het daarom belangrijk dat de verzuchtingen van advocaten tot bij de OVB komen. Ik zie de vertegenwoordigers van onze balie in de Algemene Vergadering dan ook in de eerste plaats als doorgevers van signalen: wat leeft er lokaal, waar botsen advocaten in de praktijk tegenaan?

Maar die wisselwerking werkt natuurlijk in twee richtingen. Wij moeten er ook voor zorgen dat wat op het niveau van de OVB gebeurt, voldoende draagvlak krijgt bij onze advocaten. Ik stel soms vast dat de communicatie van de OVB – via de website, nieuwsbrieven enzovoort – misschien te weinig aandacht krijgt.

Ik wil daarom binnen de Raad die punten nog meer onder de aandacht brengen. Het is de bedoeling om de agenda's van de Algemene Vergaderingen van de OVB samen te bekijken en na te gaan wat daar vanuit de Raad over wordt gezegd. Zo kunnen we de OVB dichter bij de advocaten brengen en omgekeerd meer signalen vanuit de praktijk naar de OVB brengen.

Balie Dendermonde Alain Légat

Lid van de Algemene Vergadering van de Orde van Vlaamse Balies 

Gewezen vice-stafhouder van balie Dendermonde 

Hoe ziet u uw taak als stafhouder op lokaal vlak?

Dendermonde is een kleinere balie. Dat heeft nadelen, maar ook voordelen. Wij kennen elkaar. Ik denk dat ik van ongeveer 80 procent van onze advocaten wel weet wie ze zijn, wat hun sterke kanten zijn en waar het soms moeilijk loopt. Dat helpt ook bij de deontologie.

Ik vind die lokale verankering belangrijk. Ik ben een grote voorstander van de OVB, maar ik geloof niet dat een beroepsvereniging met duizenden leden goed kan functioneren zonder lokale werking. Als alles vanuit Brussel wordt geregeld en advocaten vooral nummers worden, verlies je iets.

Een kleine balie kan bovendien een grote betrokkenheid hebben. Op onze algemene vergaderingen zijn er soms 70 à 80 procent van de advocaten aanwezig. Dat is iets waar een grote balie alleen maar van kan dromen.

"Op onze algemene vergaderingen zijn er soms 70 à 80 procent van de advocaten aanwezig. Dat is iets waar een grote balie alleen maar van kan dromen."
— Stafhouder Alain Légat

Wat zijn uw prioriteiten als stafhouder?

Deontologie staat voor mij voorop. Maar deontologie moet ook een menselijk gezicht hebben. Iedereen die veertig jaar advocaat is, heeft wel eens een fout gemaakt. Je moet een onderscheid kunnen maken tussen iemand die een fout maakt en iemand die bewust de regels overtreedt.

Als stafhouder moet je soms mensen terechtwijzen die je goed kent. Met sommigen drink je een pint, met anderen heb je misschien ooit als advocaat tegenover elkaar gestaan. Dan moet je op een bepaald moment wel kunnen zeggen: hier gaat het niet meer. Dat is niet altijd gemakkelijk.

Maar ik vind niet dat je daarom alles zakelijk moet gaan bekijken. Confraterniteit betekent voor mij dat je elkaar ook als collega blijft zien. Als een advocaat bijvoorbeeld niet op een zitting verschijnt en zijn tegenstrever heeft daar niets van laten weten, dan kan die formeel gezien misschien verstek laten gaan. Commercieel bekeken zou je kunnen zeggen: mooi, dat is winst. Maar zo wil ik niet naar het beroep kijken. Je kunt ook even bellen en zeggen: “Wat is er gebeurd?” Dat is voor mij confraterniteit.

Wij leiden trouwens ook onze eigen concurrenten op. Wij betalen stagiairs om hen op te leiden, terwijl we weten dat ze ons later misschien gaan beconcurreren. Dat hoort erbij. Je bent advocaat, maar je bent ook collega.

Ik vind het belangrijk dat mensen graag blijven werken. Het beroep is veeleisend genoeg. Als stafhouder wil ik mee zorgen voor een sfeer waarin mensen zich goed voelen binnen hun balie en waarin je elkaar kunt aanspreken zonder dat elke discussie meteen een conflict wordt.

Hoe wilt u jonge advocaten beter bereiken?

Ik denk vooral door hen met elkaar en met de balie in contact te brengen. In Dendermonde organiseren we al meer dan twintig jaar een weekend voor onze nieuwe stagiairs. Ze komen allemaal samen in een huis in de Ardennen, toevallig het mijne. Zo leren ze elkaar kennen, maar ook de balie. En ik ken daardoor eigenlijk al generaties lang onze nieuwe stagiairs.

Ik merk dat daar nog altijd behoefte aan is. Bij sommige opleidingen zijn we bijvoorbeeld opnieuw naar een fysieke formule gegaan, omdat jonge advocaten zelf zeiden: “Wij zien elkaar niet meer.”

Je kunt natuurlijk perfect advocaat zijn zonder veel contact met collega’s. Maar ik denk dat het beroep er wel armer van wordt. Je hoeft daarom niet alles te doen zoals vroeger, maar die informele contacten blijven belangrijk.

Dat is ook waarom ik zo’n voorstander ben van het koffiekot. Daar kun je eens zagen, klagen of zeggen wat je ergens van vindt. En als je buitenkomt, is het ook weer voorbij. Dat lijkt misschien onbelangrijk, maar net die momenten zorgen ervoor dat mensen zich verbonden voelen met hun balie.

Balie West-Vlaanderen Stefan Pieters

Gewezen bestuurder bij de Orde van Vlaamse Balies (2013-2023)

Lid van de Belgische delegatie bij de CCBE sinds 2023

Gewezen vice-stafhouder van balie West-Vlaanderen

Hoe ziet u uw taak als stafhouder op lokaal vlak?

Voor mij gaat het in de eerste plaats om rechtstreeks contact met advocaten. Als stafhouder krijg je veel meer individuele vragen en problemen op je bord. Mensen bellen je om iets voor te leggen, om raad te vragen of gewoon om hun hart eens te luchten. Omdat ik zelf o.a. ook al OVB-bestuurder was, kennen veel advocaten mij en is de drempel misschien wat lager.

Daarnaast is er natuurlijk de verantwoordelijkheid in tuchtwerking die je meteen krijgt. Daarnaast ben je als stafhouder ook een aanspreekpunt voor rechtzoekenden, de magistratuur en andere actoren waarmee de balie samenwerkt. In West-Vlaanderen hebben we bijvoorbeeld twee à drie keer per jaar overleg met de magistratuur, met de procureur, de voorzitters van de verschillende rechtbanken, de arbeidsauditeur en andere betrokkenen. Dat overleg is belangrijk om elkaar te leren kennen en problemen rechtstreeks te kunnen bespreken. Als je elkaar kent, kun je ook gemakkelijker de telefoon nemen en zeggen: ‘Ik heb een probleem, kunnen we daar eens naar kijken?’ Soms kun je een probleem dan gewoon samen opgelost krijgen.

Naast het tuchtrecht is er vooral ook nog de interne werking van de balie: het personeel, het secretariaat, de financiën, IT en alles wat daarbij komt kijken. Het lokale luik van de functie is dus behoorlijk breed.

"Voor mij gaat het in de eerste plaats om rechtstreeks contact met advocaten. Als stafhouder krijg je veel meer individuele vragen en problemen op je bord. Mensen bellen je om iets voor te leggen, om raad te vragen of gewoon om hun hart eens te luchten."
— Stafhouder Stefan Pieters

Wat zijn uw prioriteiten als stafhouder?

In de eerste plaats wil ik zo aanspreekbaar mogelijk zijn. Als iemand binnenkomt en ik heb tijd, dan zal ik die persoon zeker niet wegsturen. Dat spontane contact zal in de praktijk misschien wat moeilijker worden. In Brugge wordt binnenkort een scanstraat geïnstalleerd, waardoor er tussen wat wij het “Witte Huis” noemen en de rechtbank drie deuren bijkomen die dicht zijn. Advocaten zullen dan een blokje moeten omlopen om van het ene gebouw naar het andere te gaan. In de zomer is dat allemaal leuk, maar zomaar even binnenspringen wordt daardoor natuurlijk wat minder comfortabel. We zullen daar praktisch wel een oplossing voor vinden. En aanspreekbaarheid hoeft trouwens niet altijd fysiek te zijn. Dat kan ook digitaal of telefonisch.

Ook transparantie over tuchtzaken, in de mate van het mogelijke, vind ik ook belangrijk. Daar bestaat bij de achterban soms frustratie over. Mensen vragen zich af of er wel iets gebeurt wanneer er een probleem is. Tegelijk kun je natuurlijk niet zomaar communiceren over een lopend tuchtonderzoek. Net zoals een strafonderzoek heeft ook zo’n onderzoek zijn grenzen. Dat zorgt soms voor een moeilijke evenwichtsoefening: enerzijds is er de vraag naar transparantie, anderzijds moet je de vertrouwelijkheid van het onderzoek respecteren. Ik wil bekijken hoe we daarin toch zo veel mogelijk inkijk kunnen geven.

Ook de werking van de rechtbanken is een lokaal aandachtspunt. Soms moeten advocaten nog lang wachten voor een zitting. Dan moeten we samen met de magistratuur bekijken hoe dat efficiënter kan. Het lokale overleg is daar bij uitstek geschikt voor.

Hoe denkt u dat we jonge advocaten beter kunnen bereiken?

Dat is een moeilijke vraag. Jonge advocaten hebben het druk: met hun werk, hun gezin, hun sociale leven. Ze proberen alle ballen tegelijk in de lucht te houden. Dan is het niet evident om ook nog tijd te maken voor de Orde.

Onlangs gaf ik een presentatie aan stagiairs. Ik vroeg aan twee jonge advocaten of ze wisten wat de Orde van Advocaten doet of wat een stafhouder doet, en ze wisten het eigenlijk niet goed. Dat vond ik toch veelzeggend.

Volgens mij moeten we vooral duidelijker tonen wat de Orde en de OVB concreet voor advocaten kunnen betekenen. Er bestaan heel wat modellen, informatie en deontologische adviezen, maar veel advocaten weten niet altijd wat er allemaal beschikbaar is. Zeker voor kleinere kantoren en solo-advocaten kunnen zulke praktische tools een groot verschil maken.

De uitdaging is om hen daarop te wijzen en hen duidelijk te maken: dit bestaat, dit kan je helpen in je dagelijkse praktijk. Want wie vandaag advocaat is, heeft vaak weinig tijd om zelf nog uit te zoeken wat de Orde allemaal doet.

Er zijn natuurlijk advocaten die echt gebeten zijn door de werking van de Orde. Maar dat is, eerlijk gezegd, ‘een klein beetje een uitstervend ras’. En toch blijft het belangrijk dat advocaten betrokken zijn, en dat de volgende generatie advocaten hun stem laten horen. Daar begint de uitdaging.