Ga verder naar de inhoud

Grond­wet­te­lijk Hof fluit vi­deo­con­fe­ren­tie bij asiel­ver­ho­ren terug

maandag 22 juni 2026

Het Grondwettelijk Hof heeft in een arrest van 18 juni 2026 (nr. 73/2026) geoordeeld dat het huidige wettelijke kader onvoldoende waarborgen biedt voor het organiseren van een persoonlijk onderhoud via videoconferentie. 

Het arrest heeft belangrijke gevolgen voor de praktijk van het CGVS en de Dienst Vreemdelingenzaken, en voor de rechtspositie van verzoekers om internationale bescherming en hun advocaten.

Auteur

Laurence Lambert

Jurist studiedienst
Laurence Lambert

Deel dit artikel

Verwerking van per­soons­ge­ge­vens

Het Hof stelt vooreerst vast dat een persoonlijk onderhoud via videoconferentie noodzakelijk gepaard gaat met een verwerking van persoonsgegevens. Dat geldt niet alleen voor de inhoud van het gesprek, maar ook voor de digitale doorgifte van gegevens en de verwerking van zogenaamde metadata.

Aangezien die verwerking raakt aan het recht op eerbiediging van het privéleven, gelden strikte vereisten inzake legaliteit, transparantie en voorzienbaarheid.

Onvoldoende wettelijke basis

Het Hof oordeelt dat de Vreemdelingenwet die waarborgen vandaag niet bevat. Meer bepaald ontbreken essentiële elementen die volgens de Grondwet en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG / GDPR) in de wet zelf moeten worden vastgelegd, zoals:

  • welke gegevens precies worden verwerkt (met inbegrip van metadata en beeld- en geluidsopnames)
  • welke doeleinden met die verwerking worden nagestreefd
  • wie toegang heeft tot de gegevens (bijvoorbeeld externe IT-dienstverleners)
  • hoe lang de gegevens worden bewaard
  • en zelfs een uitdrukkelijke wettelijke basis voor het gebruik van videoconferentie zelf

Door deze lacunes voldoet de regeling niet aan het legaliteitsbeginsel inzake gegevensbescherming.

Oordeel

Het Hof komt tot een genuanceerd oordeel:

  • Indien de Vreemdelingenwet zo wordt geïnterpreteerd dat zij videoconferentie toelaat, dan is zij strijdig met artikel 22 van de Grondwet, de AVG en artikel 8 EVRM.
  • Indien de wet zo wordt geïnterpreteerd dat zij videoconferentie niet toelaat, is er geen schending.

Dat betekent dat de huidige wettelijke basis geen solide grond biedt voor het organiseren van videoverhoren.

Wetgever aan zet

Het Hof maakt duidelijk dat het aan de wetgever is om een duidelijk en volledig wettelijk kader uit te werken indien men videoconferentie in asielprocedures wil blijven gebruiken.

Een dergelijke regeling moet minstens expliciet bepalen:

  • welke gegevens worden verwerkt
  • voor welke doeleinden
  • wie toegang heeft tot de gegevens
  • en hoe lang deze worden bewaard

Rol van de OVB in de procedure

Wij kwamen in de procedure tussen om het perspectief van de advocatuur te benadrukken. 

Wij wezen op het belang van duidelijke wettelijke waarborgen voor videoconferentie bij asielverhoren, in het bijzonder voor de vertrouwelijke bijstand door de advocaat, de effectieve rechtsbescherming en de bescherming van persoonsgegevens.

Met dit arrest zet het Grondwettelijk Hof een duidelijke grens: zonder voldoende wettelijke omkadering is het gebruik van videoconferentie bij een persoonlijk onderhoud niet verenigbaar met het recht op privacy en de regels inzake gegevensbescherming.

Lees het arrest

Ook interessant

Migratierecht
donderdag 06 augustus 2026

Oproep: deel uw ervaringen met EUAA-ambtenaren bij het CGVS

Wij ontvangen graag uw ervaringen als advocaat over de tussenkomst van EUAA-ambtenaren tijdens gehoren bij het CGVS. Die meldingen moeten toelaten mogelijke knelpunten in kaart te brengen en, waar nodig, gericht overleg te voeren met de betrokken instanties.

Meer lezen
Migratierecht
maandag 03 augustus 2026

Lijst met contactpersonen Dienst Vreemdelingenzaken geüpdatet

De lijst met contactgegevens van uw contactpersonen bij de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) werd geüpdatet naar de meest recente versie.

Meer lezen