Ga verder naar de inhoud

GBA beboet ad­vo­ca­ten­kan­toor voor gebrek aan trans­pa­ran­tie en inzagerecht

vrijdag 29 mei 2026

In een recente beslissing van 8 mei 2026 maakt de Geschillenkamer van de GBA duidelijk dat ook advocatenkantoren de AVG strikt moeten naleven. Het beroepsgeheim of een lopend ereloonconflict kan niet ingeroepen worden om de proactieve informatieplicht naast zich neer te leggen of een rechtmatig inzageverzoek te weigeren.

In dit nieuwsbericht analyseren we de uitspraak grondig en leggen we uit wat deze beslissing concreet betekent voor uw praktijk.

Auteur

Arthur Ockerman

Jurist studiedienst
Arthur Ockerman 04

Deel dit artikel

Achtergrond

Het conflict vindt zijn oorsprong in een beëindigde cliëntrelatie tussen de klager - een moeder die tevens optreedt voor haar minderjarige dochter - en het verwerende advocatenkantoor. Tussen de partijen bestond een geschil over een openstaande en betwiste ereloonnota van € 3.800.

Vanaf januari 2023 richtte de moeder vier verzoeken tot het advocatenkantoor om volledige inzage te krijgen in de persoonsgegevens van zichzelf, haar echtgenoot en haar dochter. Het advocatenkantoor weigerde gedeeltelijk, reageerde laattijdig en eiste een administratieve vergoeding van € 135 om de gegevens over te maken.

Volgens het advocatenkantoor beoogden de verzoeken van de klagende partij louter en alleen het bemoeilijken van de invordering van de openstaande factuur en was er sprake van misbruik van recht.

Be­roeps­ge­heim is geen vrij­stel­ling voor GDPR-trans­pa­ran­tie­plicht

Voor de Geschillenkamer verdedigde het advocatenkantoor zich door te stellen dat de naleving van de AVG inherent verweven is met het statuut van de advocaat en het beroepsgeheim. Het kantoor argumenteerde dat het overmaken van specifieke privacyverklaringen of informatiedocumenten aan de cliënt geen "meerwaarde" had.

De GBA is het niet eens met deze redenering. De Geschillenkamer benadrukt dat het beroepsgeheim er is om de vertrouwelijkheid van de cliënt te beschermen, maar dat het de advocaat er niet van ontslaat om te voldoen aan artikel 13 AVG (informatieplicht bij het verzamelen van gegevens). 

Aangezien het kantoor niet kon bewijzen dat het de klagers destijds proactief had geïnformeerd over hoe hun data werden verwerkt, stelde de GBA een inbreuk vast op de artikelen 5.1.a, 12.1 en 13 AVG.

Inzagerecht mag niet on­recht­ma­tig worden bemoeilijkt

  • Identiteitscontrole en minderjarigen: het kantoor eiste een formele volmacht voor de minderjarige dochter en uitte twijfels over de hoedanigheid van de moeder.

    De GBA oordeelde echter dat het kantoor, door de eerdere cliëntrelatie, perfect wist dat de moeder het ouderlijk gezag over het kind uitoefende.

    De AVG verplicht de verwerkingsverantwoordelijke om de uitoefening van de rechten te faciliteren (art. 12.2 AVG) in plaats van onredelijke administratieve barrières op te werpen.
  • De "boete-kost" van € 135: het kantoor verantwoordde deze kost door te wijzen op de buitensporige administratieve last van de herhaalde verzoeken.

    De GBA oordeelde daarentegen dat de verzoeken van de moeder enkel repetitief waren geworden omdat het advocatenkantoor de eerste keren weigerde een volledig en correct antwoord te formuleren. Nu het verzoek niet buitensporig was, was het aanrekenen van een vergoeding een rechtstreekse inbreuk op artikel 12.5 AVG (inzage is in principe kosteloos).

Ad­mi­ni­stra­tie­ve geldboetes en her­stel­be­vel

De Geschillenkamer hekelde de laksheid van het kantoor en legde een dubbele sanctie op:

  1. Een administratieve geldboete van € 2.520 voor de inbreuk op de transparantieverplichtingen.
  2. Een administratieve geldboete van € 2.400 voor de inbreuk op de regels rond het inzagerecht.

Naast de totale boete van € 4.920 beveelt de GBA het advocatenkantoor om het inzageverzoek van de klagers alsnog binnen de maand volledig en kosteloos in te willigen.

Wat betekent dit voor uw praktijk?

Deze uitspraak maakt duidelijk dat de AVG geen optionele administratieve bijzaak is, ook niet voor een advocatenkantoor:

  • Proactieve privacyverklaring: U moet cliënten bij de start van de samenwerking aantoonbaar informeren over uw gegevensverwerking. Dit kan via een duidelijke privacy-clausule in de opdrachtbrief, de algemene voorwaarden of een vlot toegankelijke privacyverklaring op uw website.
  • Inzage staat los van ereloon: een openstaand financieel geschil of een betwiste factuur mag nooit worden gebruikt als retentierecht op persoonsgegevens. Rechten van betrokkenen moeten in principe kosteloos en binnen de wettelijke termijn van één maand worden beantwoord.
  • Aanrekenen administratieve vergoeding voor inzage: U mag pas een redelijke vergoeding vragen wanneer u kunt bewijzen dat een verzoek "kennelijk ongegrond of buitensporig" is, bijvoorbeeld door een louter repetitief karakter. Het aanrekenen van een administratieve vergoeding voor een inzageverzoek is strikt uitzonderlijk.
  • U start een nieuwe cliëntrelatie: zorg ervoor dat de cliënt aantoonbaar en proactief wordt geïnformeerd conform artikel 13 AVG (bv. via de invulfiche, opdrachtbrief of website). Het statuut van advocaat impliceert niet automatisch AVG-transparantie.
  • Een (ex-)cliënt vraagt inzage terwijl er nog facturen openstaan: U bent verplicht om hier binnen de maand kosteloos gevolg aan te geven. U mag de inzage niet blokkeren, noch een administratieve kost aanrekenen als drukkingsmiddel in het ereloongeschil.

Download de uitspraak

Download de volledige uitspraak. Tegen deze beslissing kan binnen een termijn van dertig dagen na de kennisgeving nog beroep worden aangetekend bij het Marktenhof.

Ook interessant

Europees & internationaal recht GDPR
Europees & internationaal recht GDPR

Ook interessant

GDPR
woensdag 08 april 2026

Tweede editie GDPR-roadshow: praktijkgerichte inzichten voor advocaten

Na het succes van de GDPR-roadshows in 2024 organiseert onze Commissie GDPR dit jaar een tweede editie. Deze interactieve sessies bij elke lokale balie bieden u een update over de belangrijkste ontwikkelingen op het vlak van GDPR en de opmars van artificiële intelligentie (AI).

Meer lezen
GDPR
vrijdag 05 december 2025

Meer duidelijkheid over GDPR en bewijsvoering

In een recent arrest van het hof van beroep te Brussel brengt het hof meer duidelijkheid omtrent de verhouding tussen de GDPR en het gebruik van niet-gepseudonimiseerde vonnissen en arresten. In dit arrest oordeelde het hof dat het gebruik van een niet-gepseudonimiseerd vonnis als bewijsstuk in de concrete context van de voorliggende gerechtelijke procedure geen schending van de GDPR vormde.

Meer lezen