EHRM veroordeelt België wegens gebrekkige opvang verzoekers internationale bescherming
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft op 9 april 2026 België veroordeeld wegens gebrekkige opvang van verzoekers om internationale bescherming.
Het Hof benadrukt dat structurele problemen in het opvangnetwerk geen verantwoording kunnen vormen voor het niet uitvoeren van rechterlijke beslissingen.
Feiten en procedure
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft België op 9 april 2026 veroordeeld omdat verzoekers om internationale bescherming maandenlang zonder opvang achterbleven. Ondanks definitieve beslissingen van de Brusselse arbeidsrechtbank kregen zij geen huisvesting of materiële bijstand, wat volgens het Hof neerkomt op schendingen van verschillende Europese grondrechten.
De zaak betrof vier verzoekers om internationale bescherming die in 2022 in België aankwamen. Ondanks beslissingen van de Franstalige arbeidsrechtbank te Brussel, waarbij de Belgische Staat werd opgedragen hen opvang en materiële bijstand te bieden, verbleven zij gedurende lange periodes (tussen 111 en 338 dagen) op straat.
Ook na het opleggen van voorlopige maatregelen door het EHRM bleef de uitvoering door de Belgische autoriteiten uit of gebeurde die slechts na aanzienlijke vertraging.
Beoordeling door het Hof
Het EHRM oordeelt unaniem dat er sprake is van:
- een schending van artikel 3 EVRM (verbod op foltering): het langdurige gebrek aan opvang, het ontbreken van middelen om in elementaire levensbehoeften te voorzien en het verblijf op straat – onder meer tijdens de winter – vormden een aantasting van de menselijke waardigheid;
- een schending van artikel 6, §1 EVRM (recht op een eerlijk proces): de Belgische Staat voerde definitieve rechterlijke beslissingen niet binnen een redelijke termijn uit;
- een schending van artikel 34 EVRM (individuele verzoekschriften): de voorlopige maatregelen opgelegd door het Hof werden niet binnen een redelijke termijn nageleefd.
België werd veroordeeld tot het betalen van schadevergoedingen aan de betrokken verzoekers om internationale bescherming.
Lees het volledige arrest
Ook interessant
OVB waarschuwt voor disproportioneel wetsontwerp woonstbetredingen
Op 23 juni 2026 werden wij gehoord in de Kamercommissie Binnenlandse Zaken over het wetsontwerp dat woonstbetredingen mogelijk maakt in het kader van het vreemdelingenrecht. Net zoals Avocats.be gaven wij advies, vertegenwoordigd door Kati Verstrepen, voorzitter van onze commissie migratierecht.
Grondwettelijk Hof fluit videoconferentie bij asielverhoren terug
Het Grondwettelijk Hof heeft geoordeeld dat het huidige wettelijke kader onvoldoende waarborgen biedt voor het organiseren van een persoonlijk onderhoud via videoconferentie. Dit arrest heeft belangrijke gevolgen voor de praktijk.