Ga verder naar de inhoud

Rechtspraak-advocatuur Wetgeving GAS-boetes houdt stand voor het Grond­wet­te­lijk Hof

Het Grondwettelijk Hof verwierp op 23 april 2015 de beroepen tot vernietiging van de GAS-wet.

Auteur

Merve Köse

Jurist deontologie
Merve Kose 02

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Deel dit artikel

Rolnummer: 5754, 5757, 5776, 5799 en 5878

Het Grondwettelijk Hof verwierp op 23 april 2015 de beroepen tot vernietiging van de GAS-wet van 24 juni 2013 en de aanvullende wet van 19 juli 2013. 

GAS-wet van 24 juni 2013 in overeenstemming met de bevoegdheidsverdelende regels en met de grondrechten (arrest nr. 44/2015)

  • Administratieve sancties en straffen op te leggen door de gemeenteraden

Het GwH onderzoekt eerst de middelen die gestoeld zijn op de overschrijding van de bevoegdheidsverdelende regels. Daarbij komt het Hof tot de conclusie dat de federale overheid wel degelijk de bevoegde overheid is, nu de bestreden wetgeving de gemeenten enkel machtigt tot het aannemen van reglementen die betrekking hebben op de algemene administratieve politie en de handhaving van de openbare orde op gemeentelijk vlak, wat een federale materie is.

"Vermits de machtiging aan de Koning beperkt is tot overtredingen van de algemene reglementen, maakt het bestreden artikel 3, 3°, deel uit van de regels van de algemene politie en de reglementering op het verkeer en vervoer, die tot de bevoegdheid van de federale overheid behoren." (B.12.4)

Verder verwerpt het GwH het argument als zou de bestreden maatregel strijdig zijn met het strafrechtelijk legaliteitsbeginsel op grond van onder meer de volgende overweging:

"De bevoegdheid van de gemeenteraden om gemeentelijke politieverordeningen aan te nemen is niet onbeperkt. Allereerst mogen die politieverordeningen niet in strijd zijn met de wetten, de decreten, de ordonnanties, de reglementen en de besluiten van de Staat, de gewesten, de gemeenschappen, de gemeenschapscommissies en de provincies (artikel 119, tweede lid, van de Nieuwe Gemeentewet). Vervolgens blijkt uit artikel 135, § 2, tweede lid, van de Nieuwe Gemeentewet dat zodra de aangelegenheid buiten de bevoegdheid van de gemeenten is gehouden, de gemeente niet langer over een verordenende politiebevoegdheid beschikt. Tevens vloeit uit het bestreden artikel 2, § 1, van de wet van 24 juni 2013 voort dat de mogelijkheid om straffen te bepalen niet geldt wanneer voor dezelfde inbreuken door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie, straffen of administratieve sancties worden bepaald." (B.18.6)

Ook stelde het GwH geen schending vast van het recht op privéleven doordat gegevens over personen die het voorwerp uitmaken van een GAS vijf jaar bewaard worden in een register. Die termijn is niet onevenredig in verhouding tot het doel van de bestreden norm (zoals een beter zicht krijgen op de gevallen waarin een GAS wordt opgelegd):

"De in artikel 44, § 2, eerste lid, bedoelde gegevens worden gedurende vijf jaar bewaard. Zodra die termijn is verstreken, worden zij hetzij vernietigd, hetzij geanonimiseerd. De gegevens worden derhalve niet onbeperkt bewaard. In zoverre de verzoekende partijen in de zaak nr. 5799 aanvoeren dat die termijn van vijf jaar langer is dan de termijn van twee jaar gedurende welke er, overeenkomstig artikel 7, eerste lid, van de wet van 24 juni 2013, sprake is van herhaling, dient te worden vastgesteld dat de toegang van de sanctionerend ambtenaar tot het register van de gemeentelijke administratieve sancties hem niet alleen in staat stelt na te gaan of er sprake is van herhaling in de zin van het voormelde artikel 7, maar tevens te beschikken over een beter algemeen overzicht van de gevallen waarin administratieve sancties werden opgelegd. Te dien aanzien is het verantwoord de gegevens langer te bewaren dan twee jaar." (B.35.7)

Het recht op persoonlijke vrijheid, de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van (vak)vereniging en van vergadering, het recht op collectief onderhandelen en de vrijheid van handel en nijverheid (B.26-B.30), en het recht op behoorlijke rechtsbedeling (B.38-B.48) worden evenmin geschonden.

  • Tijdelijk plaatsverbod op te leggen door de burgemeester

Het GwH stelt vast dat geen schending van het strafrechtelijk legaliteitsbeginsel kan voorliggen, gelet op de aard van het plaatsverbod als maatregel:

"Het tijdelijk plaatsverbod is derhalve een maatregel van bestuurlijke politie die past in het kader van de bevoegdheden van de burgemeester om de orde in zijn gemeente te handhaven. Het staat aan de bevoegde rechter bij wie beroep wordt ingesteld tegen zulk een maatregel, te controleren of die maatregel strikt beperkt is tot dat doel. Uit wat voorafgaat vloeit voort dat het tijdelijk plaatsverbod geen sanctie van strafrechtelijke aard is in de zin van de in B.13 vermelde bepalingen, die het wettigheidsbeginsel in strafzaken verankeren. Bijgevolg zijn die bepalingen niet van toepassing." (B.57.8)

Ook de persoonlijke vrijheidsrechten acht het GwH niet geschonden, gelet op de beperkte aard van het tijdelijk plaatsverbod (B.60.1-B.64). Bovendien is voorzien in effectieve rechtsbescherming tegen een tijdelijk plaatsverbod, zodat het recht op behoorlijke rechtsbedeling geëerbiedigd is (B.65.1-B.66.4).

Aanpassingen aan Jeugdbeschermingswet (arrest nr. 45/2015)

Met de wet van 19 juli 2013 werden twee wijzigingen aangebracht aan de Jeugdbeschermingswet om die wet in overeenstemming te brengen met de bepalingen in de GAS-wet over minderjarigen. Ook tegen die wet werd een beroep tot vernietiging ingesteld. Het Hof verwerpt ook dat beroep. 

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen