Ga verder naar de inhoud

Rechtspraak-advocatuur Is er een verschil in behandeling tussen ten volle ge­a­dop­teer­de en niet-ge­a­dop­teer­de kinderen?

Ten aanzien van een meerderjarige die ten volle is geadopteerd en wiens afstamming van vaderszijde na de adoptie wordt vastgesteld ten aanzien van zijn overleden biologische vader, schenden de artikelen 350, 356-1, tweede lid, en 356-4 BW niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Auteur

Merve Köse

Jurist deontologie
Merve Kose 02

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Deel dit artikel

Rolnummer: 6638

In een arrest van 4 oktober 2018 werd het Grondwettelijk Hof gevraagd of art. 350 BW, art. 356-1, tweede lid BW en art. 356-4 BW de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schenden al dan niet in samenhang gelezen met art. 8 EVRM “doordat, « vermits volle adoptie in principe en onder voorbehoud van uitzonderingen in de rechtspraak onherroepelijk is », de vaststelling van de afstamming van een ten volle geadopteerd kind na die adoptie geen ander gevolg heeft dan dat de verbodsbepalingen inzake het huwelijk bedoeld in de artikelen 161 tot 164 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing worden terwijl de vaststelling van de afstamming van een niet-geadopteerd kind alle gevolgen inzake afstamming zoals bedoeld in artikel 334 van het Burgerlijk Wetboek doet ontstaan.”.

Prejudiciële vraag

De prejudiciële vraag betreft dus het verschil in behandeling tussen:

  • ten volle geadopteerde kinderen voor wie de vaststelling van de afstamming van vaderszijde die overeenstemt met de biologische werkelijkheid, na volle adoptie, geen enkel gevolg heeft behoudens de huwelijksbeletselen inzake het huwelijk; en
  • niet-geadopteerde kinderen voor wie de vaststelling van de afstamming van vaderszijde alle gevolgen inzake afstamming heeft, dus ook op erfrechtelijk vlak.

Voorliggende feiten

In casu was de eisende partij in 1966 geboren binnen het huwelijk van haar moeder en diens eerste echtgenoot. In 1977 wordt zij ten volle geadopteerd door de tweede echtgenoot van haar moeder. Vervolgens leidt de eisende partij in 2012 een procedure in tot vaststelling van haar afstamming ten aanzien van een andere (reeds overleden) man. Na een deskundigenonderzoek zegt de familierechtbank in 2014 voor recht dat de man in kwestie de vader is van de eisende partij.

Nadien ontstaat er discussie tussen de eisende partij enerzijds en het kind en de kleinkinderen van de man anderzijds over de gevolgen van de vaststelling van de afstamming van vaderszijde in het kader van de procedure tot vaststelling van de hoedanigheid van eisende partij als erfgenaam. De eisende partij meent dat ieder kind wiens afstamming is vastgesteld van zijn ouders moeten erven ongeacht de wijze waarop de afstamming is vastgesteld. De verwerende partijen, zijnde het kind en de kleinkinderen van de man in kwestie, menen daarentegen dat een afstammingsverklarting na de volle adoptie slechts een symbolische draagwijdte heeft en art. 350 BW alleen de toepassing van de verbodsbepalingen inzake het huwelijk tot gevolg heeft, met uitsluiting van elke erfgerechtigdheid.

Oordeel Grondwettelijk Hof

Volgens het Hof is het verschil in behandeling tussen beide categorieën kinderen redelijk verantwoord en wel om de volgende redenen:

“De omstandigheid dat de vaststelling van de afstamming van een ten volle geadopteerde ten aanzien van diens biologische vader na de volle adoptie geen gevolgen heeft op vermogensrechtelijk vlak en de principiële onherroepelijkheid van de volle adoptie hangen samen met de aard zelf van een volle adoptie, die berust op het beginsel van gelijkstelling van het adoptiekind in de adoptiefamilie volgens het model van de gewone afstamming. Een volle adoptie creëert een band die vergelijkbaar is met die van een afstamming en die de gevolgen van de oorspronkelijke afstammingsband tenietdoet, onder voorbehoud van de huwelijksbeletsels, en komt in de plaats ervan, onder meer op vermogensrechtelijk vlak.
 
De in het geding zijnde bepalingen doen niet op onevenredige wijze afbreuk aan de rechten van een ten volle geadopteerde aangezien deze, in zijn adoptiefamilie, over eenzelfde erfgerechtigdheid beschikt als de kinderen die zijn geboren uit de adoptant of uit de adoptanten.”

Aan dat besluit kan geen afbreuk worden gedaan door een toetsing aan art. 8 EVRM.

Bijgevolg schenden volgens het Hof de artikelen 350, 356-1, tweede lid, en 356-4 BW niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, ten aanzien van een meerderjarige die ten volle is geadopteerd en wiens afstamming van vaderszijde na de adoptie wordt vastgesteld ten aanzien van zijn overleden biologische vader.

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen