Ga verder naar de inhoud

Rechtspraak-advocatuur Het Hof van Justitie bevestigt de heffing van btw op diensten verricht door advocaten

Het Hof van Justitie heeft in het arrest van 28 juli 2016 geoordeeld dat de Belgische opheffing van de btw-vrijstelling voor advocatenhonoraria niet strijdig is met het Europees recht. Ook oordeelde het Hof van Justitie dat diensten van advocaten verricht in het kader van de juridische tweedelijnsbijstand niet zijn vrijgesteld van btw.

De zaak betreft een prejudiciële procedure voor het Hof van Justitie. De prejudiciële vragen werden gesteld door het Grondwettelijk Hof van België, waar de OVB en enkele andere partijen een zaak aanhangig maakten om de afschaffing van de vrijstelling van btw op advocatendiensten te bestrijden.

Auteur

Merve Köse

Jurist deontologie
Merve Kose 02

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Deel dit artikel

Rolnummer: c 2016 605

Het Hof van Justitie heeft in het arrest van 28 juli 2016 geoordeeld dat de Belgische opheffing van de btw-vrijstelling voor advocatenhonoraria niet strijdig is met het Europees recht. Ook oordeelde het Hof van Justitie dat diensten van advocaten verricht in het kader van de juridische tweedelijnsbijstand niet zijn vrijgesteld van btw. De zaak betreft een prejudiciële procedure voor het Hof van Justitie. De prejudiciële vragen werden gesteld door het Grondwettelijk Hof van België, waar de OVB en enkele andere partijen een zaak aanhangig maakten om de afschaffing van de vrijstelling van btw op advocatendiensten te bestrijden.

De Belgische btw-vrijstelling voor advocatenhonoraria en de opheffing ervan

België heeft, sinds de invoering van de btw door de Wet van 3 juli 1969, door advocaten verrichte diensten steeds vrijgesteld van btw tot en met 31 december 2013. Op Europees niveau was België het enige land dat tot dan dergelijke btw-vrijstelling voor advocaten had behouden. Middels artikel 60 (en 61) van de Wet van 30 juli 2013 houdende diverse bepalingen werd die vrijstelling echter afgeschaft, door de opheffing van artikel 44, §1, 1° van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde. Daardoor moeten advocaten sinds 1 januari 2014 21 % btw aanrekenen op hun prestaties, zowel aan ondernemingen als aan particulieren.  

Voor pro-Deodiensten werd evenwel een 0 %-tarief ingesteld bij circulaire (zie: randnr. 28 van de Circulaire AAFisc 47 van 20 november 2013). Dat houdt in dat pro-Deodiensten van advocaten onderworpen zijn aan btw, zij het aan een 0 %-tarief.  Hierdoor behouden advocaten hun volledig recht op aftrek in dat verband.

Beroepen tot vernietiging bij het Grondwettelijk Hof

Bij het Grondwettelijk Hof werden vier beroepen tot vernietiging van artikel 60 (en 61) van de Wet van 30 juli 2013 houdende diverse bepalingen ingesteld, onder meer door de OVB. De vier zaken werden samengevoegd. In zijn arrest van 13 november 2014 sprak het Grondwettelijk Hof zich nog niet uit over de beroepen tot vernietiging maar stelde het vier prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie (zie ook OrdeExpress van 20 november 2014).  

De conclusie van de advocaat-generaal bij het Hof van Justitie

In haar conclusie van 10 maart 2016 beargumenteerde advocaat-generaal Eleanor SHARPSTON reeds dat de Belgische afschaffing van de btw-vrijstelling voor advocatenhonoraria niet strijdig is met het Europees recht (zie ook OrdeExpress van 17 maart 2016).

Het arrest van het Hof van Justitie van 28 juli 2016

Het Hof van Justitie oordeelt in zijn arrest van 28 juli 2016 in dezelfde zin. Het Hof is van oordeel dat het btw-bedrag bijlange niet het grootste deel van de kosten van een gerechtelijke procedure uitmaakt. Het feit dat over diensten van advocaten btw verschuldigd is, kan dan ook niet worden geacht op zichzelf een onoverkomelijk obstakel te vormen voor de toegang tot de rechter, dan wel de uitoefening van de door de rechtsorde van de Unie verleende rechten praktisch onmogelijk of buitensporig moeilijk te maken.

Op de vraag of de heffing van 21 % btw over diensten van advocaten niet-btw-plichtige rechtzoekenden benadeelt ten opzichte van btw-plichtige rechtzoekenden, antwoordt het Hof van Justitie dat dat inderdaad een geldelijk voordeel kan verschaffen aan btw-plichtige rechtzoekenden ten opzichte van niet-btw-plichtige rechtzoekenden. Dat geldelijke voordeel doet echter geen afbreuk aan het procedurele evenwicht tussen partijen.  

Ook oordeelde het Hof van Justitie dat diensten van advocaten ten behoeve van rechtzoekenden die rechtsbijstand genieten in het kader van een nationaal stelsel van rechtsbijstand zoals hier aan de orde is, niet vrijgesteld zijn van btw. Het Hof van Justitie spreekt zich in dit arrest weliswaar niet rechtstreeks uit over de geldigheid van het 0 %-tarief op pro-Deodiensten, hoewel het Hof zegt dat “punt 15 van bijlage III bij richtlijn 2006/112 de lidstaten niet toestaat een verlaagd btw-tarief toe te passen op alle diensten met een liefdadige strekking, maar enkel op diensten die worden verricht door organisaties die voldoen aan de dubbele voorwaarde dat zij zelf een liefdadige instelling is en dat zij betrokken zijn bij activiteiten op het gebied van bijstand en sociale zekerheid”. Voor zover advocaten en advocatenkantoren niet aan die dubbele voorwaarde voldoen, valt te vrezen dat het 0 %-tarief op termijn eventueel niet houdbaar zal zijn. 

Verdere proceduregang

Nu het Hof van Justitie de prejudiciële vragen heeft beantwoord, zal het Grondwettelijk Hof een definitief arrest moeten vellen in de beroepen tot vernietiging die de OVB en andere partijen hebben ingesteld tegen de opheffing van de vrijstelling van btw op advocatendiensten. Gezien het arrest van het Hof van Justitie, ligt het in de lijn der verwachting dat ook het Grondwettelijk Hof zal besluiten dat de afschaffing van de vrijstelling van btw op diensten van advocaten geen schending uitmaakt van één of ander gewaarborgd recht. 

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen