donderdag 02 juli 2026
Algemeen omgangsverbod met minderjarigen voor veroordeelden gaat te ver
Rechtspraak-advocatuur Het Grondwettelijk Hof en het afstammingsrecht
Het Grondwettelijk Hof acht de onmogelijkheid om het vermoeden van vaderschap en de vaderlijke erkenning te betwisten indien het kind bezit van staat heeft ten aanzien van zijn juridische vader, ongrondwettelijk.
Auteur
Merve Köse
Jurist deontologie
Auteur
Dominique Dombret
Coördinator deontologie en tucht
Rolnummer: 5433 en 5608
Het Grondwettelijk Hof acht de onmogelijkheid om het vermoeden van vaderschap en de vaderlijke erkenning te betwisten indien het kind bezit van staat heeft ten aanzien van zijn juridische vader, ongrondwettelijk. U vindt de twee nieuwe arresten onder documenten.
Die uitspraken liggen in de lijn van de eerdere rechtspraak van het Grondwettelijk Hof over het nieuwe afstammingsrecht. Zie over de eerdere arresten:
- SENAEVE, P. en QUIRYNEN, A., "Het afstammingsrecht na de arresten van het Grondwettelijk Hof van 2010-2011" in X., Recht in beweging, Antwerpen, Maklu, 2012, 279-307.
- SWENNEN, F., "Afstamming en Grondwettelijk Hof", RW 2011-12, 1102-1110.
- VERSCHELDEN, G., "De hervorming van het afstammingsrecht door het Grondwettelijk Hof" in SENAEVE, P., SWENNEN, F. en VERSCHELDEN, G. (eds)., Ouders en kinderen, Antwerpen, Intersentia, 2013, 1-70.