Ga verder naar de inhoud

Rechtspraak-advocatuur Grond­wet­te­lijk Hof vernietigt be­stuur­lij­ke lus Raad voor Ver­gun­nings­be­twis­tin­gen

In een arrest van 8 mei 2014 stelde het Grondwettelijk Hof (GwH) de ongrondwettigheid vast van de bestuurlijke lus in de procedure voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Dat arrest zet de gevoeligheid van het GwH voor de rechtsbescherming van de burger tegen het bestuur in de verf. Het GwH zag tevens problemen in verband met de kostenregeling naar aanleiding van de toepassing van de bestuurlijke lus. Het arrest doet daarnaast de vraag rijzen in welke mate de invoering van de mogelijkheid tot toepassing van de bestuurlijke lus in de procedure voor de Raad van State gelijkaardige bezwaren oproept.

Auteur

Merve Köse

Jurist deontologie
Merve Kose 02

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Deel dit artikel

Rolnummer: 5591 en 5597

In een arrest van 8 mei 2014 (nr. 74/2014) vernietigde het Grondwettelijk Hof (GwH) een aantal bepalingen uit de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO). Het gaat meer bepaald om de artikelen 4.8.4 en 4.8.28, § 2 VCRO.

Artikel 4.8.4 VCRO 

Dat artikel voorziet in de mogelijkheid van de “bestuurlijke lus”, waardoor een bestuursorgaan een onregelmatigheid tijdens het geding kan herstellen.

Het GwH oordeelde uiteindelijk dat de beginselen van onafhankelijkheid en onpartijdigheid geschonden zijn doordat de regeling de Raad voor Vergunningsbetwistingen de mogelijkheid bood bij het voorstel tot toepassing van de bestuurlijke lus reeds zijn standpunt over de uitkomst van het geschil kenbaar te maken (B.7.4).
Het GwH stelde ook een schending vast van de rechten van verdediging, het recht op tegenspraak en het recht op toegang tot de rechter. Die rechten moeten op niet-discriminerende wijze worden geëerbiedigd en dat is niet het geval wanneer de partijen geen tegensprekelijk debat mogen houden over het voorstel tot toepassing van de bestuurlijke lus. Volgens de vernietigde regeling konden zij hun standpunt slechts duidelijk maken nadat het betrokken bestuursorgaan de mogelijkheid van de bestuurlijke lus had benut.
Daarnaast besloot het GwH tot een schending van de formele motiveringsplicht, zoals gewaarborgd door de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van individuele bestuurshandelingen. Die wet bevat een standstill-verplichting die de deelstaten verbiedt afbreuk te doen aan de bescherming die zij biedt met betrekking tot de naleving van de formele motiveringsplicht. De decreetgever schendt volgens het GwH die wet door het betrokken bestuursorgaan toe te staan een niet uitdrukkelijk gemotiveerde individuele bestuurshandeling na toepassing van de bestuurlijke lus de vereiste motivering te geven.

Artikel 4.8.28, § 2, derde lid, VCRO

De tweede norm die verzoekers aanvechten betreft artikel 4.8.28, § 2, derde lid, VCRO, dat de kostenregeling behandelt als de bestuurlijke lus gebruikt wordt. Het Hof stelde een discriminatie vast en oordeelde dat de kostenregeling er niet toe mag leiden dat de verzoekende partij volledig de kosten draagt wanneer de bestuurlijke lus wordt toegepast waarna het beroep wordt verworpenen omdat de onregelmatigheid hersteld is.

Het arrest van het GwH zet in de eerste plaats de gevoeligheid van het Hof voor de noodzaak aan doeltreffende rechtsbescherming tegen het bestuur in de verf. Bovendien roept het arrest vragen op bij de grondwettigheid van de toepassing van de bestuurlijke lus zoals onlangs ingevoerd in de procedure voor de Raad van State.

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen