Ga verder naar de inhoud

Rechtspraak-advocatuur EHRM 27 april 2017 - Inbreuk op het privéleven van de advocaat bij onderzoek van zijn bank­re­ke­ning

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens sprak zich op 27 april 2017 uit over de vraag naar een mogelijke schending van het recht op het privéleven van de advocaat naar aanleiding van een onderzoek van zijn bankrekening.

Auteur

Merve Köse

Jurist deontologie
Merve Kose 02

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Deel dit artikel

Rolnummer: 73607/13

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens sprak zich op 27 april 2017 uit over de vraag naar een mogelijke schending van het recht op het privéleven van de advocaat naar aanleiding van een onderzoek van zijn bankrekening.

Feiten

In het kader van het strafrechtelijk onderzoek naar georganiseerde fraude door onder meer een cliënt van mr. Sommer (een Duitse advocaat), vroeg het Openbaar Ministerie informatie aan de bank van die advocaat. Het betrof meer bepaald alle transacties van de voorgaande twee jaar van zowel de professionele bankrekening van mr. Sommer als zijn privérekeningen. Het Openbaar Ministerie vermoedde dat het ereloon van mr. Sommer betaald was met gelden afkomstig uit illegale activiteiten. De bank werd verzocht om het verzoek tot informatie niet mee te delen aan mr. Sommer.

De bank ging akkoord en maakte een lijst van 53 transacties over, die als bewijs werd opgenomen in het strafdossier. Mr. Sommer nam er als raadsman van de inverdenkinggestelde kennis van tijdens de lectuur van het strafdossier. Hij verzocht het Openbaar Ministerie en de rechtbanken om de gegevens terug te geven, maar zonder resultaat.

Gerechtelijke stappen

Volgens de nationale rechtbank was het onderzoek wettig en had de bank vrijwillig de informatie gegeven. Het hof van beroep bevestigde de uitspraak en oordeelde dat de beschermingsmaatregelen, meer bepaald het beroepsgeheim van de advocaat, betreffende het in beslag nemen van documenten die aan de advocaat worden toevertrouwd, niet van toepassing waren. Het federale Grondwettelijk Hof verwierp de klacht van mr. Sommer.

Mr. Sommer wendde zich vervolgens tot het EHRM op grond van artikel 8 EVRM. Hij voerde aan dat de Duitse instanties zonder enige verantwoording informatie over zijn bankrekening hadden verzameld, opgeslagen en beschikbaar gemaakt en daarbij ook informatie over zijn cliënten hadden vrijgegeven.

Recht op privéleven advocaat geschonden: EHRM argumenteert

Het EHRM oordeelde vooreerst dat het verzamelen, opslaan en beschikbaar maken van de professionele banktransacties van mr. Sommer, een inbreuk uitmaakt op zijn recht op respect voor zijn professioneel beroepsgeheim en zijn privéleven.

De verantwoording voor deze inbreuk, namelijk het voorkomen van misdrijven, het beschermen van de rechten en de vrijheden van anderen en het economisch welzijn van het land, is op zich legitiem. Volgens het Hof was echter de draagwijdte van het verzoek naar informatie bijzonder ruim. Het was met name enkel beperkt in de tijd en betrof alle informatie over de bankrekening en –transacties van mr. Sommer. Hierdoor werd een volledig beeld geschetst van de professionele activiteit van mr. Sommer en werd informatie over zijn cliënten verschaft.

Bovendien compenseerden de procedurele beschermingsmaatregelen de tekortkomingen in de beperkingen van het verzoek naar informatie niet:

  • dergelijke beschermingsmaatregelen zijn niet geboden door (Duits) art. 161 Wb. Sv., dat de wettelijke basis uitmaakt voor de verzoeken, de verzameling en het opslaan van informatie;
  • hoewel de specifieke beschermingsmaatregelen voor advocaten (Duits art. 160a Wb. Sv.), meer bepaald het beroepsgeheim van de advocaat, opgeschort konden worden als bepaalde feiten een vermoeden van deelname aan een misdrijf verantwoorden, bleef het vermoeden tegen mr. Sommer in casu bijzonder vaag;
  • tot slot was het onderzoek niet bevolen door een gerechtelijke instantie en waren geen specifieke procedurele maatregelen toegepast om het beroepsgeheim van de advocaat te beschermen.

Het EHRM besloot dat het onderzoek van de bankrekeningen van mr. Sommer buiten proportie was en niet noodzakelijk was in een democratische samenleving. Artikel 8 EVRM is dan ook geschonden.

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen