Ga verder naar de inhoud

Rechtspraak-advocatuur Be­roeps­ge­heim van advocaten

Het Gerecht van Eerste Aanleg van de Europese Unie heeft zich in een arrest van 17 september 2007 uitgesproken over de draagwijdte van het beroepsgeheim van advocaten (“la protection de la confidentialité des communications entre avocats et clients”) dat werd ingeroepen naar aanleiding van een Europees mededingingsonderzoek.

Auteur

Merve Köse

Jurist deontologie
Merve Kose 02

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Deel dit artikel

Rolnummer: T-125/03 en T-253/03

De Europese Commissie voerde bij Akzo Nobel Chemicals Ltd en Akcros Chemicals Ltd een onderzoek naar mogelijke prijsafspraken. Naar aanleiding hiervan nam de Europese Commissie interne bedrijfsdocumenten in beslag. Akzo en Akcros verzetten zich hiertegen omdat die documenten volgens hen beschermd zijn door het beroepsgeheim van advocaten.

Het Gerecht van Eerste Aanleg herhaalt het standpunt van het Hof van Justitie ingenomen in de zaak AM & S/Commissie in 1982 (H.v.J. 18 mei 1982, nr. 155/79, http://eur-lex.europa.eu).

In de eerste plaats benadrukt het Gerecht het fundamentele belang van het beroepsgeheim van advocaten, dat tot doel heeft de rechten van verdediging te bewaren. De rechtzoekende moet immers onbelemmerd een advocaat kunnen raadplegen voor juridisch advies zonder te vrezen dat die laatste de toevertrouwde geheimen zal verspreiden. Daarnaast heeft het beroepsgeheim tot doel onherstelbare schade, ontstaan door de kennis van vertrouwelijke documenten, te vermijden.

Hoewel de Europese Commissie meende dat de documenten niet beschermd waren door het beroepsgeheim (in tegenstelling tot wat Akzo en Akcros beweerden), mocht de Europese Commissie volgens het Gerecht geenszins kennis nemen van de inhoud ervan. De onderneming moet eerst de mogelijkheid hebben om vooraf een rechterlijke uitspraak te bekomen over het al dan niet vertrouwelijk karakter van de documenten.

In de tweede plaats heeft het Gerecht van Eerste Aanleg zich gebogen over de vraag of interne documenten opgesteld door de directeur-generaal met het oog op het bekomen van juridisch advies, beschermd zijn door het beroepsgeheim.

Het Gerecht van Eerste Aanleg oordeelde dat, in het kader van de rechten van verdediging, interne voorbereidende documenten, zelfs al werden ze niet overgemaakt aan een advocaat of werden ze niet opgesteld om ze hem materieel te bezorgen, onder het beroepsgeheim vallen voor zover ze uitsluitend met het oog op het bekomen van juridisch advies werden opgesteld. Dat moet blijken uit de inhoud van de documenten of uit de context waarin ze werden voorbereid.

In casu bewezen Akzo en Akcros echter niet dat de documenten uitsluitend met het oog op het bekomen van juridisch advies van een advocaat werden opgesteld. De bewuste documenten werden dan ook niet beschermd door het beroepsgeheim.

Tot slot is de vraag gerezen of bedrijfsjuristen die tevens advocaat zijn zich kunnen beroepen op het beroepsgeheim.

Het Gerecht van Eerste Aanleg handhaaft haar stelling zoals geformuleerd in het arrest AM & S en oordeelde dat bedrijfsjuristen in ondergeschikt verband, zelfs wanneer ze advocaat zijn, geen beroepsgeheim kunnen inroepen tegen een onderzoeksinstantie.
We kunnen besluiten dat het Gerecht van Eerste Aanleg in dat arrest de krijtlijnen van “la protection de la confidentialité des communications entre avocats et clients” heeft weergegeven. Het belang van dat arrest moet dan ook worden onderstreept, zeker wat betreft de eerste overweging in het kader van de huiszoeking bij advocaten.

Het Gerecht reikt argumenten aan die aansluiten bij het wetsontwerp houdende het Wetboek van strafprocesrecht (het zogenaamde wetsontwerp Franchimont II). Volgens artikel 173 van dit wetsontwerp moet een huiszoeking bij een persoon die krachtens artikel 458 Sw. gebonden is aan het beroepsgeheim (zoals advocaten), gebeuren in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van zijn beroepsorde (de stafhouder). Voor de onderzoeksrechter enig document leest, moet de vertegenwoordiger kennis nemen van het of de dossiers waarvoor de huiszoeking wordt verricht en ze selecteren, om te bepalen welke documenten onder het beroepsgeheim vallen en dus niet door de onderzoeksrechter mogen worden ingekeken. (Wetsontwerp houdende het Wetboek van strafprocesrecht, Parl. St. Kamer 2005-2006, nr. 51/2138).

Procureur-generaal Liégeois van Antwerpen daarentegen zei in een interview in de Juristenkrant dat het een stap te ver gaat wanneer de stafhouder zelf zou kunnen beslissen welke dossiers ter beschikking gesteld mogen worden voor het gerechtelijk onderzoek. Hij meent dat die beslissing moet toekomen aan de onderzoeksrechter of de rechter. (Juristenkrant nr. 153 van 12 september 2007, p. 14-15 ). Uit het arrest blijkt dat niet de onderzoeksmagistraat doch hoogstens achteraf een onafhankelijke rechter kennis kan nemen van de stukken die gedekt zouden kunnen zijn door het beroepsgeheim. Indien de onderzoeker kennis neemt, zegt het Gerecht, is het kwaad al geschied en kan het moeilijk zoniet onmogelijk gerepareerd worden.

Het lot van het wetsontwerp Franchimont II, dat reeds door de Senaat werd goedgekeurd, is op heden onzeker.

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen