Beroepsgeheim van de advocaat ondubbelzinnig gerespecteerd Wetgever past DAC6 aan
We nemen met voldoening kennis van de wet inzake administratieve samenwerking op fiscaal vlak, die op 12 maart in het federaal parlement werd goedgekeurd. Met die wet past de federale wetgever de Belgische omzetting van DAC6 aan, in uitvoering van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Auteur
Peter Vanvelthoven
Met deze wetswijziging wordt een fundamenteel pijnpunt in de eerdere DAC6‑regeling weggewerkt. Voortaan is een advocaat die zich terecht beroept op zijn beroepsgeheim niet langer verplicht om andere intermediairs die niet zijn cliënt zijn, in kennis te stellen van een meldingsplicht.
De informatieplicht wordt strikt beperkt tot de eigen cliënt, waardoor elke aantasting van het beroepsgeheim wordt vermeden.
Rechtspraak bevestigd, standpunt OVB gevolgd
We hebben ons van bij de invoering van DAC6 kritisch opgesteld tegenover verplichtingen die advocaten dwongen om – zelfs indirect – vertrouwelijke informatie te delen met derden. Die bezwaren werden de voorbije jaren bevestigd door arresten van het Hof van Justitie en het Grondwettelijk Hof.
De nieuwe wet geeft hieraan nu een duidelijke en structurele uitvoering. Het beroepsgeheim van de advocaat wordt expliciet erkend als rechtvaardiging voor niet‑melding, zonder bijkomende verplichtingen die dit geheim zouden ondergraven.
Evenwicht tussen fiscale transparantie en rechtstaat
We benadrukken dat wij het doel van internationale fiscale transparantie onderschrijven. Die doelstelling kan en moet echter worden gerealiseerd met respect voor de fundamentele waarborgen van de rechtstaat.
De wet herstelt dat evenwicht door fiscale samenwerking te verzoenen met het beroepsgeheim van de advocaat, dat een essentiële pijler vormt van het recht op verdediging.
Ook het Waals Gewest, de Duitstalige Gemeenschap en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hebben eind vorig jaar hun regelgeving op gelijkaardige wijze aangepast.
Lees ook
Het Grondwettelijke Hof verdedigt opnieuw ons beroepsgeheim bij DAC6
Het Grondwettelijke Hof heeft vandaag opnieuw uitspraak gedaan met betrekking tot een Vlaams decreet dat de administratieve samenwerking op het gebied van belastingen regelt. Het Hof respecteert opnieuw het beroepsgeheim van ons beroep.
Nieuwjaarsgeschenk van het Grondwettelijk Hof
Het Grondwettelijk Hof heeft op 11 januari 2024 opnieuw het beroepsgeheim van de advocaat beschermd in een bevestiging van zijn eerdere DAC6-rechtspraak. Ditmaal handelen de arresten over de omzettingsregelgeving op federaal niveau en op het niveau van de Franstalige Gemeenschap, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Hof van Justitie bevestigt bijzondere positie van beroepsgeheim advocaat
Het Europees Hof van Justitie heeft op 29 juli 2024 maar liefst vijf prejudiciële vragen van het Grondwettelijk Hof beantwoord in verband met de DAC6-richtlijn. Van belang voor de advocatuur is dat Hof onder meer verduidelijkte dat het beroepsgeheim van de advocaat een zeer specifieke bescherming geniet wegens diens bijzondere positie binnen de rechterlijke organisatie en diens fundamentele taak die bestaat uit juridische advisering en verdediging in rechte van cliënten.
Ook interessant
Over de verhouding tussen advocatuur en magistratuur
Op dinsdag 16 juni 2026 organiseert Magistratuur & Maatschappij een zomerborrel met panelgesprek in Brussel over de rol en onderlinge verhouding van advocatuur en magistratuur binnen de rechtstaat. Eén van de sprekers is OVB-bestuurder Nicolaas Vinckier, die samen met vertegenwoordigers uit de magistratuur en advocatuur in gesprek gaat over deze actuele thematiek.
Hoe kunnen we onze rechtstaat beter beschermen?
Tijdens het netwerkevent over civiele ruimte in Vlaanderen op dinsdag 16 juni 2026 in Brussel, gaat OVB-bestuurder Nadia Van Baelen in gesprek met experten over deze evoluties tijdens een rondetafelgesprek over de staat van onze democratie.