Ga verder naar de inhoud

Voorzitter op vrijdag: "Luisteren naar advocaten loont"

vrijdag 12 juni 2026

In deze rubriek reflecteert onze voorzitter over de actualiteit. U leest hem elke twee weken. Ontdek waarover hij het vandaag met u wil hebben.

Auteur

Peter Callens

Voorzitter Orde van Vlaamse Balies
Portret voorzitter Peter Callens

Deel dit artikel

Neem het hypothetische geval van een advocaat wiens cliënt als beklaagde moet verschijnen voor de correctionele rechtbank in een groot drugsproces. Niet de drugsbaron in het verhaal, eerder een lakei. Geen messenslijper, meer een pennenlikker. In de zittingszaal wordt de cliënt geflankeerd door zwaarbewapende, gemaskerde politiemensen. Die enscenering voert de cliënt op als staatsgevaarlijk, een rascrimineel tegen wie de samenleving zich moet wapenen. Schuld spat van het scherm. Zittend tussen twee levende kleerkasten met machinegeweren en insignes, valt het de cliënt moeilijk om de debatten aandachtig te volgen. Vertrouwelijk overleg met zijn advocaat is uitgesloten, terwijl dat nochtans een wezenlijk onderdeel is van zijn recht op verdediging.

Examenvraag: wanneer moet die advocaat dit probleem aankaarten? Meteen bij het begin van de zitting, of pas later, bij het pleidooi over de grond? Antwoord: als hij wacht tot later, is het kalf misschien verdronken. Dus, uiteraard bij het begin van de zitting. Juist!

Complicerende factor, voor wie de grote onderscheiding ambieert: als de rechter bij het begin van de zitting de advocaat het zwijgen oplegt, zodat het hem verboden wordt om dit fundamentele probleem op te werpen, mag de advocaat dan, als adressaat van het rechterlijke zwijgbevel, toch even bij de rechter aandringen om zijn punt te maken?

Redenerend vanuit de lichtinval van de advocaat: de advocaat komt op voor zijn cliënt en gedraagt zich respectvol, maar niet slaafs noch kruiperig. Dus luidt het antwoord volmondig: ‘ja’, zolang de advocaat beleefd en zakelijk blijft.

Redenerend vanuit een andere invalshoek: neen! De kamervoorzitter oefent de politie van de terechtzitting uit en de advocaat moet zich bij een rechterlijke maatregel ogenblikkelijk neerleggen. Ongeacht of de rechten van verdediging in het gedrang komen, dat is dan bijkomstig.

Denk nu even na over de twee mogelijke antwoorden, en… blijf maar bij antwoord één! Ziezo, de grote onderscheiding is binnen.

Nu wil het toeval dat de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, op 22 mei 2026, in een zaak met vergelijkbare feiten, een belangwekkend en moedig – voor zover bekend nog niet gepubliceerd – vonnis heeft uitgesproken. Volgens de rechtbank konden de veiligheidsmaatregelen tijdens het desbetreffende proces de mogelijkheid van bepaalde beklaagden aantasten om hun recht op effectieve bijstand uit te oefenen. Ik parafraseer: politieagenten namen plaats op een afstand vanwaar er een gevaar bestond dat derden de communicatie tussen de beklaagden en hun advocaten konden horen, en dat risico was voorzienbaar. De fysieke nabijheid van gemaskerde en zwaargewapende politieagenten kon bovendien een impact hebben op het concentratievermogen en de mentale alertheid van de beklaagden. Nochtans, stelt de rechtbank terecht, hun inbreng is essentieel tijdens de behandeling van de zaak ten gronde.

Dan volstaat het niet dat de beklaagden een vertrouwelijk overleg met hun advocaat kunnen vragen. Die werkwijze houdt volgens de rechtbank onvoldoende rekening met het dynamische karakter van een correctionele zitting, en overigens is die aanpak praktisch niet of nauwelijks werkbaar.

In deze tijd, waarin snelle en liefst strenge bestraffing de vox populi meekrijgt en de regels inzake eerlijk proces gedemodeerd raken wegens te inschikkelijk voor die rotdelinquenten, verbaast het niet dat dit vonnis de pers niet haalde. Ah nee, want veel materie om nog een keer te onderstrepen hoezeer advocaten obstructie plegen tegen de snelle voortgang van een proces zat er niet in, in dat vonnis.

De beslissing zet ook aan tot meditatie over het aangevoerde misbruik van wrakingen, herinnert u zich die problematiek nog? De ophef daarrond is verstomd. Waren de dringende, onontbeerlijke hervormingen om de wijdverspreide misbruiken bij wrakingsverzoeken te beteugelen, misschien toch minder dringend en onontbeerlijk dan werd voorgesteld? Toen was advocaat-bashing de trendy bezigheid van velen, zelfs in de kwaliteitspers. Die kwaal is nog niet verdwenen, illusies daarover maak ik mij niet. Broeihaarden blijven bestaan en, toegegeven, zij worden soms aangewakkerd door advocaten zelf. Dat is betreurenswaardig, maar toch is het nooit te laat om de framing van de advocaat bij te stellen.

Dankzij rechters met een scherpe zin voor evenwicht, voor de rechten van verdediging en de rechterlijke onafhankelijkheid, ontvouwt zich nu het beeld dat men er goed aan doet zorgvuldig te luisteren naar die (soms verguisde) advocaten, in plaats van hen de mond te snoeren. Dat bespaart véél tijd en moeite, vermijdt zowel een onwelkome schandaalsfeer als een voedingsbodem voor wrakingen, biedt justitie én advocatuur een beter imago en geeft de bevolking een veel krachtiger signaal.

Naar advocaten luisteren maakt u misschien (nog) niet populair, maar het loont.

Met genegen groeten,

Peter Callens
Voorzitter Orde van Vlaamse Balies

Ook interessant

Voorzitter op vrijdag
vrijdag 26 juni 2026

Voorzitter op vrijdag: "Investeren in een goed werkende justitie is een investering in welvaart"

In deze rubriek reflecteert onze voorzitter over de actualiteit. U leest hem elke twee weken. Ontdek waarover hij het vandaag met u wil hebben.

Meer lezen
Voorzitter Peter Callens
Voorzitter op vrijdag
vrijdag 29 mei 2026

Voorzitter op vrijdag: "Advocaten zijn geen marionetten"

In deze rubriek reflecteert onze voorzitter over de actualiteit. U leest hem elke twee weken. Ontdek waarover hij het vandaag met u wil hebben.

Meer lezen