Toegang tot gevangenissen Vernieuwde richtlijnen voor controle en veiligheid
Het Directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen heeft een geactualiseerde versie van de ministeriële omzendbrief nr. 1821 over de toegangscontrole verspreid. Deze nieuwe versie vervangt de eerdere omzendbrief.
De omzendbrief verduidelijkt de controle- en veiligheidsmaatregelen die gelden bij de toegang tot de gevangenissen, zoals bepaald in het Koninklijk Besluit ‘toegang’, dat sinds 1 december 2019 van kracht is.
De belangrijkste aanpassing is dat in uitzonderlijke gevallen, professionele bezoekers zoals advocaten niet langer hun laptop, smartphone, tablet, … mogen meenemen in de gevangenis. Dat is het geval wanneer ze een gedetineerde bezoeken aan wie een:
- Individueel bijzonder veiligheidsregime werd opgelegd omdat hij een reëel en ernstig risico vormt voor de veiligheid vanwege zijn banden met de georganiseerde misdaad én verdacht wordt van of veroordeeld is voor een overtreding van art. 2bis, §4, b) van de wet van 24 februari 1921 (verhandelen bepaalde stoffen en middelen) of voor het misdrijf in art. 324ter, §4 Sw., OF wanneer deze gedetineerde in afwachting van het IBVR, onder een bijzondere veiligheidsmaatregel (BM) en/of ordemaatregel werd geplaatst
- BM, IBVR of ordemaatregel is opgelegd omwille van vluchtgevaar of gevaar voor het verderzetten van criminele activiteiten
De OVB neemt kennis van de maatregel, bespreekt die binnen de commissie strafrecht en keert hierop terug.
Download de omzendbrief
U vindt hieronder zowel een versie met markeringen (waarbij de wijzigingen geel zijn aangeduid) als een zuivere versie zonder markeringen.
Ook interessant
Praktische zorgen bij inwerkingtreding nieuw Strafwetboek
Op 8 april 2026 treedt het nieuwe Strafwetboek in werking. We erkennen het grote belang van deze hervorming en de verbeteringen die het nieuwe wetboek met zich meebrengt.
Tegelijkertijd zijn we bezorgd over de praktische haalbaarheid van de inwerkingtreding op de geplande datum. Daarom richtten wij, samen met Avocats.be, een brief aan de minister van Justitie om daarover duidelijkheid en garanties te vragen.
En toen verbood de strafrechter advocaten te pleiten: een juridische analyse
In het Kriva Rochem-proces besliste een correctionele rechtbank na de opening van de zitting om de debatten onmiddellijk te sluiten en meteen een datum voor uitspraak vast te leggen. Geen van de partijen kreeg het woord. Volgens de rechtbank was zij voldoende ingelicht door de vooraf neergelegde schriftelijke conclusies. Deze gang van zaken roept een fundamentele procesrechtelijke vraag op: mag een strafrechter het pleidooi verbieden en beslissen zonder mondeling debat?