Standpunt algemeen omgangsverbod met minderjarigen
We hebben op uitnodiging van de Kamercommissie Justitie een advies geschreven bij het wetsvoorstel tot invoering van een algemeen omgangsverbod met minderjarigen voor veroordeelden met een verhoogd recidiverisico (56-1494).
Doelstelling wetsvoorstel
Het uitgangspunt van het wetsvoorstel is dat het nieuwe Strafwetboek recidive voor daders van kindermishandeling onvoldoende voorkomt. De rechter moet bij bepaalde misdrijven daarom de mogelijkheid krijgen om na afloop van de vrijheidsberovende straf een algemeen omgangsverbod op te leggen. Dat zou mogelijk zijn wanneer uit een gemotiveerde risicobeoordeling door een deskundige blijkt dat er een verhoogd recidiverisico bestaat en dat er een ernstig en reëel gevaar is op nieuwe feiten.
Standpunt OVB
De OVB benadrukt de legitieme doelstelling en de noodzaak om het reële probleem van recidive aan te pakken, maar is erg kritisch voor het voorstel van een algemeen omgangsverbod met minderjarigen.
We vinden de inperking van artikel 8 EVRM en de vrijheid van verplaatsing die dit voorstel inhoudt disproportioneel. De invulling van het verbod heeft een enorme impact op de betrokkene (die zijn straf al heeft uitgezeten) en kan bijgevolg niet als een louter preventieve beschermingsmaatregel worden bestempeld.
De maatregel is in het bijzonder disproportioneel voor de gevallen waarin het algemeen omgangsverbod verplicht zou moeten worden opgelegd, zonder voorafgaande gemotiveerde risicobeoordeling door een deskundige.
Voorts stelt de OVB zich vragen bij onder meer:
- het inconsistente materiële toepassingsgebied
- de misdrijven die voor de maatregel in aanmerking komen
- de voorgestelde plaats van de maatregel in het nieuwe Strafwetboek
- de praktische uitvoering (zoals de beschikbare middelen om te voorzien in risicoanalyse, het moment van inwerkingtreding van de maatregel, de controle op de naleving en de gevolgen bij niet-naleving.)