Hoofdstuk 1 - Oprichting en taken van een College van Toezicht
Auteur
Merve Köse
Art. 293
§ 1 Het College van Toezicht wordt opgericht in de schoot van de Orde van Vlaamse Balies en heeft als taak op onafhankelijke wijze toe te zien op de tuchtuitoefening door de stafhouders en de voorzitters van de tuchtraden, daarover te rapporteren in overeenstemming met de bepalingen van dit Reglement, en adviezen of andere informatie te verstrekken aan de stafhouders en de voorzitters van de tuchtraden over zaken die verband houden met de tuchtuitoefening en de tuchthandhaving.
[Het College van Toezicht ziet op onafhankelijke wijze toe op de procedurele organisatie en kwaliteitsbewaking van de beslissingen die genomen worden in de procedures zoals in tucht door de raad van de Orde zetelend zoals in tucht. Zij rapporteert hierover en verstrekt adviezen of andere informatie aan de stafhouders. Het betreffen de procedures omschreven in Deel VII van de Codex Deontologie voor Advocaten, artikelen196 en 206.]1
§ 2 Het College van Toezicht draagt bij tot de harmonisering, de bewaking en de bevordering van de tuchtuitoefening [en de procedures zoals in tucht]2, de kwaliteit en integriteit van de advocatuur en de beroepsuitoefening van advocaten, in het belang van de advocatuur, de rechtzoekenden en de maatschappij.
§ 3 Het College van Toezicht staat in voor een gecentraliseerde en geanonimiseerde registratie van de tuchtklachten en tuchtonderzoeken tegen advocaten [en de beslissingen zoals in tucht]3.
Elke stafhouder en voorzitter van de tuchtraad stuurt aan het College van Toezicht eens per semester een lijst met volgende gegevens:
- de ontvangen tuchtklachten;
- de aangiftes vanwege het openbaar ministerie; en
- de door de stafhouder ambtshalve geopende tuchtonderzoeken [en de beslissingen zoals in tucht]4.
Die lijst bevat ook voor elke klacht en, voor zover toepasselijk, voor elk ambtshalve geopend tuchtonderzoek, de volgende gegevens:
- een beknopte samenvatting van de aard van de feiten;
- of de stafhouder een klacht beoordeeld heeft als onontvankelijk;
- of een klacht het voorwerp heeft uitgemaakt van een sepot;
- ingeval een klacht beoordeeld is als onontvankelijk, geseponeerd is of niet tijdig geleid heeft tot het openen van een tuchtonderzoek: of de voorzitter van de tuchtraad gevat is;
- of de stafhouder het tuchtonderzoek zelf voert dan wel een onderzoeker heeft aangewezen, en in dat laatste geval, wie de onderzoeker is;
- of het tuchtonderzoek lopend is dan wel afgesloten is;
- of na afsluiting van het tuchtonderzoek de zaak geseponeerd wordt, en in bevestigend geval, of het sepot gegrond is op verjaring van de feiten, op gebrek aan bewijs, op
afwezigheid van voldoende zwaarwichtigheid van de vermeende inbreuk of op enige andere reden voor sepot;
- of de zaak verwezen is naar de tuchtraad, en in bevestigend geval, of de zaak voor behandeling is vastgesteld;
- de uitspraak in eerste aanleg, al dan niet na verzet;
- of er een rechtsmiddel is ingesteld, en door welke partij;
- of de zaak voor behandeling voor de tuchtraad van beroep is vastgesteld;
- de uitspraak in hoger beroep, al dan niet na verzet.
1 Gewijzigd AV 27/05/2026 – BS 02/06/2026 – in werking 02/06/2026
2 Gewijzigd AV 27/05/2026 – BS 02/06/2026 – in werking 02/06/2026
3 Gewijzigd AV 27/05/2026 – BS 02/06/2026 – in werking 02/06/2026
4 Gewijzigd AV 27/05/2026 – BS 02/06/2026 – in werking 02/06/2026