Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies Advies 764

De tuchtraad van beroep oordeelt dat het hoger beroep van een advocaat tegen een beslissing zoals in tucht van de raad van de Orde houdende zijn weglating van de lijst van stagemeesters onontvankelijk is. De huidige stand van de wetgeving en de kennelijk tegenstrijdige rechtspraak van enerzijds de Tuchtraad van beroep en anderzijds een burgerlijke rechtbank zorgt voor rechtsonzekerheid.

In afwachting van een uitspraak in Cassatie, kunnen wel bijkomende injuncties worden opgelegd, zoals een externe controle op de stagemeester, een bijkomende plicht tot periodiek rapporteren (bijvoorbeeld om de drie of zes maanden), of andere.

Auteur

Merve Köse

Jurist deontologie
Merve Kose 02

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Deel dit artikel

Vraag

Ik verwijs naar de mail van 12 januari 2025 met betrekking tot de beslissing van 9 januari 2025 van de tuchtraad van beroep, die oordeelt dat het hoger beroep van een advocaat tegen een beslissing zoals in tucht van de raad van de Orde houdende zijn weglating van de lijst van stagemeesters onontvankelijk is.  

Dit oordeel ligt in lijn van de stilaan vaste rechtspraak van de tuchtraad van beroep.   

Intussen werd een voorziening in Cassatie ingesteld, vermits de raadsman van de betrokken advocaat stevig had geargumenteerd over de beroepsmogelijkheid en uitgebreid het gelijkheidsbeginsel bij zijn argumentatie betrok. Het is uiteraard ook niet uit te sluiten dat een burgerlijke procedure wordt opgestart, ook al is er op dat vlak ook een precedent waarbij een rechtbank van eerste aanleg Antwerpen oordeelde op dit gebied niet bevoegd te zijn.  

U vraagt wat de balie nu moet doen.  

De stafhouder deelde mee dat, nu gerechtelijk vaststaat dat geen beroep mogelijk is, de beslissing van de raad uitvoerbaar is (sinds eind augustus 2024). Er kan volgens hem een probleem rijzen als er Cassatie komt en daarin wordt geoordeeld dat het beroep wel kan. Er kan volgens hem eveneens een probleem rijzen als de beslissing in een burgerlijke procedure wordt aangevochten.   

Ik verleen u volgend advies. 

Advies

De Tuchtraad van beroep heeft op 9 januari 2025 (TB-0315-2024) geoordeeld dat de beslissing zoals in tucht van de raad van de Orde om een advocaat weg te laten van de lijst van stagemeesters, niet vatbaar is voor een hoger beroep bij de Tuchtraad van beroep.

De Tuchtraad van beroep overweegt dat haar bevoegdheid om van dergelijk beroep kennis te nemen is voorzien, noch in de wet, noch in de Codex Deontologie voor Advocaten.

Er wordt gesteld:

De bevoegde bevoegdheden van een door de wet ingesteld rechtscollege, met inbegrip van een tuchtrechtelijk rechtscollege, worden wettelijk omschreven. Voor de Nederlandstalige tuchtraad van beroep gelden desbetreffend de artikelen 432bis, 464, 473, 508/7 en 508/8 Gerechtelijk Wetboek. Artikel 196 Codex Deontologie voor Advocaten voorziet niet in bijkomende bevoegdheden van de tuchtraad van beroep.

Krachtens artikel 464 Gerechtelijk Wetboek wordt het hoger beroep tegen de beslissingen van de Nederlandstalige tuchtraden gebracht voor de Nederlandstalige tuchtraad van beroep.

Daarnaast neemt de tuchtraad van beroep kennis van hogere beroepen tegen beslissingen ‘zoals in tucht’, in de volgende gevallen:

  • wanneer de raad van de orde van advocaten weigert een persoon in te schrijven op het tableau, op de lijst van de advocaten die hun beroep uitoefenen onder de beroepstitel van een andere lidstaat van de Europese Unie of op de lijst van de stagiairs, alsook in het geval van weglating van een advocaat van het tableau of van één van beide lijsten (artikel 432bis Gerechtelijk Wetboek);
  • wanneer de raad van de orde weigert een advocaat in te schrijven op de lijst met de advocaten die in hoofdorde of in bijkomende orde prestaties wensen te verrichten in het kader van de door het bureau voor juridische bijstand georganiseerde juridische tweedelijnsbijstand, alsook wanneer de raad van de orde beslist tot voorwaardelijke handhaving op deze lijst, tot schorsing van de opname op deze lijst of tot weglating van deze lijst (artikel 508/7 en 508/8 Gerechtelijk Wetboek).

Tot slot bepaalt artikel 473, derde lid, Gerechtelijk Wetboek dat een advocaat bij de tuchtraad van beroep hoger beroep kan aantekenen tegen een door de stafhouder opgelegd verbod het gerechtsgebouw te betreden, alsook tegen de beslissing van de raad van de orde de termijn ervan te verlengen.

De advocaat, die argumenteerde dat die regelgeving strijdig is met het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel en met artikel 13 van de Gecoördineerde Grondwet, wordt daarin niet gevolgd. Volgens de Tuchtraad van beroep kan de advocaat zich wenden tot de burgerlijke rechtbank, die volheid van bevoegdheid heeft. Er is ook geen discriminatie ten aanzien van wie hoger beroep kan aantekenen tegen de weglating van tableau. Deze laatste wordt, anders de stagemeester, rechtstreeks geraakt in de rechten met betrekking tot de beroepsuitoefening.

Het hoger beroep wordt niet ontvankelijk verklaard.

De Tuchtraad van beroep heeft deze rechtspraak recent hernomen in een hoger beroep tegen een uitspraak van de raad van de Orde balie Antwerpen.

Zoals eerder reeds aangegeven, verklaarde de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen zich in een eerder dossier evenwel zonder rechtsmacht om de beslissing van de raad van de Orde, houdende weglating van de lijst van stagemeester, te hervormen.

Krachtens artikel 30ter van de Codex Deontologie voor Advocaten is de opname of weglating van de lijst van de stagemeesters een beslissing zoals in tucht. Deze bepaling verwijst naar de volledige procedureregels aangaande de procedure zoals in tucht, zoals bepaald in artikel 196 en volgenden van de CDA. Artikel 204 van de CDA aangaande de raad van de orde zetelend zoals in tucht. De opsomming in artikel 196 CDA van de procedures die gevoerd worden voor de Raad van de Orde zoals in tucht is niet limitatief. Onder de procedure zoals in tucht valt onder meer de opname en de weglating van de lijst van stagemeesters. Wanneer artikel 196 van de CDA een beroepsmogelijkheid voorziet tegen de beslissingen zoals in tucht voor de tuchtraad van beroep, zijn hier eveneens de beslissingen met betrekkingen tot opname of weglating van de lijst van de stagemeesters begrepen.

Krachtens artikel 196 van de CDA is derhalve de tuchtraad van beroep het bevoegde orgaan om kennis te nemen van alle hogere beroepen tegen beslissingen zoals in tucht die werden genomen door de raad van de orde waaronder ook de beslissing tot weglating van de lijst van stagemeesters evenals de beslissing tot het opleggen van bijkomende voorwaarden. Het feit dat de Nederlandstalige tuchtraad van beroep van advocaten bij haar beslissing van 13 juni 2023 zich zonder rechtsmacht verklaarde om kennis te nemen van het hoger beroep van eisende partij verandert hier niets aan.

In dat dossier had de Tuchtraad van beroep – in een andere samenstelling - zich nochtans op 13 juni 2013 ook al zonder rechtsmacht verklaard (TB-0286-2022):

Er dient inderdaad desbetreffende te worden vastgesteld dat in deze aangelegenheid niet is voorzien in een beroepsprocedure bij de tuchtraad van beroep voor advocaten (zie: Ludo Kools, Merve Köse, Caroline Storme en Edward Janssens in ‘Tuchtprocedure en tuchtrechtspraak van de Vlaamse tuchtraden voor advocaten 2013-2019’ , OVB Cahier 7 – 01/2021, p. 26, nr. 11), in tegenstelling tot het door artikel 432bis Gerechtelijk Wetboek voorziene hoger beroep tegen beslissingen door de raad van de Orde over de inschrijving op het tableau, op de lijst van de advocaten die hun beroep uitoefenen onder de beroepstitel van een andere lidstaat van de Europese Unie en voor de stage in de zin van artikel 432 Gerechtelijk Wetboek of tegen een maatregel bedoeld in artikel 508/8 2e lid Gerechtelijk Wetboek betreffende de handhaving, schorsing of weglating op de lijst met de advocaten die in hoofdorde of in bijkomende orde prestaties wensen te verrichten in het kader van de door het bureau voor juridische bijstand georganiseerde juridische tweedelijnsbijstand en het beroep tegen de weigering tot inschrijving op de lijst met de advocaten die prestaties wensen te verrichten in het raam van de juridische eerstelijnsbijstand, zoals bepaald in artikel 508/5 4elid Gerechtelijk Wetboek.

Ook de Codex deontologie voor advocaten bepaalt niet dat er hoger beroep kan worden ingesteld tegen een beslissing van de raad van de Orde over het stagemeesterschap. Het reglement bepaalt enkel dat de raad van de Orde voor haar beslissing de procedure zoals in tucht volgt, maar dit impliceert niet dat er een beroepsmogelijkheid is. In de bepalingen van de Codex deontologie over de procedure zoals in tucht is er enkel sprake van de hierboven aangehaalde wettelijke beroepsmogelijkheden.

Er moet worden vastgesteld dat de huidige stand van de wetgeving en de kennelijk tegenstrijdige rechtspraak van enerzijds de Tuchtraad van beroep en anderzijds de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen voor rechtsonzekerheid zorgt. Hieraan zal in het wetsontwerp worden geremedieerd, maar dat helpt u in deze niet vooruit.

Voor wat onderhavige casus betreft lijkt volgende aanpak mij in de huidige omstandigheden meest aangewezen:

Als de omstandigheden op grond waarvan de betrokken advocaat werd weggelaten van de lijst van stagemeesters ondertussen zijn gewijzigd, kan de advocaat aan de raad van de Orde eventueel zijn heropname vragen.

In het andere geval moeten we vaststellen dat de uitspraak van de Tuchtraad van beroep geen kracht van gewijsde heeft, gelet op het ingestelde Cassatieberoep.

Thans nog de uitvoering nastreven van de beslissing van weglating, lijkt dan ook niet opportuun.

In afwachting van een uitspraak in Cassatie, kunnen wel bijkomende injuncties worden opgelegd, zoals een externe controle op de stagemeester, een bijkomende plicht tot periodiek rapporteren (bijvoorbeeld om de drie of zes maanden), of andere.

Jan Meerts

Bestuurder deontologie, tucht en regulering

Ook interessant

Advies 709

Meer lezen

Advies 668

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen