Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies Advies 541

Een rechter – ook een plaatsvervangend rechter – treedt niet op als advocaat voor rechtzoekenden over wie hij een rechterlijke handeling heeft gesteld, hoe klein die ook moge zijn. Hij doet hierdoor afbreuk aan de onpartijdigheid van de rechterlijke macht, nu een optreden als advocaat steeds partijdigheid impliceert.

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Auteur

Merve Köse

Jurist deontologie
Merve Kose 02

Deel dit artikel

Vraag

Een stafhouder vraagt advies naar het verder kunnen optreden van mr. X voor de heer A.

Mr. X heeft als plaatsvervangend vrederechter een dagstelling ondertekend met betrekking tot een inobservatiestelling en wenst vervolgens als advocaat in deze procedure op te treden voor de persoon van wie zij de dagstelling heeft ondertekend. Terecht en evident heeft u haar het verbod opgelegd om in deze zaak verder op te treden als raadsman/advocaat.

U vraagt mij nu of mr. X in andere zaken dan de inobservatiestelling nog verder kan optreden voor de heer A.

Advies

Ik ben geneigd u te adviseren dat zij ook in andere zaken niet langer kan optreden voor deze cliënt A door het eerder optreden van de advocaat in haar hoedanigheid van plaatsvervangend vrederechter. Een rechter – ook een plaatsvervangend rechter – , treedt niet op als advocaat voor mensen over wie hij een rechterlijke handeling heeft gesteld, hoe klein die ook moge zijn. Hij doet hierdoor immers afbreuk aan de onpartijdigheid van de rechterlijke macht, nu een optreden als advocaat steeds partijdigheid impliceert.

Bovendien strookt haar verdere optreden m.i. niet met de essentiële plichten van de advocatuur zoals opgenomen in art. I.1.1. van de Codex Deontologie voor Advocaten.

Art. I.1.1. bepaalt namelijk:

“De advocaat oefent zijn beroep op deskundige wijze uit met eerbiediging van het beroepsgeheim, van de essentiële plichten van onafhankelijkheid en partijdigheid, en met het vermijden van belangenconflicten. Hij eerbiedigt de beginselen van waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid, die aan het beroep ten grondslag liggen.”

Art. I.2.2.1 van de Codex Deontologie voor Advocaten bepaalt bovendien:

“Met inachtneming van de wettelijke regels en de beroeps- en gedragsregels is de advocaat steeds verplicht de belangen van de cliënt zo goed mogelijk te behartigen en die boven zijn eigen belangen of die van derden te stellen.”

Ik vrees dat in dit geval, door de handelswijze van de plaatsvervangend vrederechter die thans als advocaat wil optreden, zijn handelswijze vragen doet rijzen over de onafhankelijkheid van het gerecht.

Stafhouder Jo Stevens stelt hierover in zijn hernieuwde uitgave in randnummer 532 (eigen markering):

“532 Beschrijving der categorieën.
De notie van werkend magistraat staat hier in tegenstelling tot deze van plaatsvervangend rechter. Zo is de effectieve bijzitter van een Milieuhandhavingscollege een werkend magistraat. Advocaten kunnen wel tot plaatsvervangend rechter benoemd worden. Deze functie is niet onverenigbaar met het beroep van advocaat. De advocaat-plaatsvervangend rechter dient er echter voor te waken dat zijn handelswijze geen vragen doet rijzen over de onafhankelijkheid van het gerecht; hij kan niet even zijn zitting schorsen om tussendoor een eigen zaak te pleiten voor de rechtsmacht die hij voorzit. Er is geoordeeld dat in geval van een deontologische inbreuk het feit dat de betrokken advocaat plaatsvervangend rechter is als een verzwarende omstandigheid geldt, omdat een plaatsvervangend rechter een voorbeeldfunctie heeft in de balie.

In advies nr. 226 van 2004 van het departement deontologie, waarnaar Stevens verwijst in voetnoot 1653, werd het volgende geschreven (eigen onderlijning):

“de advocaat kan niet optreden in dezelfde zaak waarin hij op welke wijze ook als rechter is tussengekomen; hetzelfde geldt voor echtgenoten van advocaten die magistraat zijn en de kantoorgenoten van de plaatsvervangend rechter; voor andere zaken dient gekeken naar een mogelijke schijn van belangenvermenging, van gemis aan onpartijdigheid.

U dient mijns inziens dus het optreden van mr. X nader in concreto te toetsen aan het bestaan van een mogelijke dergelijke schijn en mede aan het criterium of de handelswijze van de advocaat geen vragen doet rijzen over de onafhankelijkheid van het gerecht en zo ja, haar niet verder laten optreden voor cliënt A.

Jacques Van Malleghem
Bestuurder departement deontologie

Ook interessant

Advies 778

Meer lezen

Advies 777

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen