Ga verder naar de inhoud

Deontologie-advies Advies 317

Geen absolute regel dat een advocaat de belangen van een gerechtsdeskundige in diens privaat geschil niet zou mogen behartigen wanneer diezelfde advocaat ook de raadsman is van een partij in een zaak waarin de gerechtsdeskundige is belast met een deskundigenopdracht – transparantie is in bepaalde gevallen aan te raden, doch geval per geval te bekijken.

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Auteur

Merve Köse

Jurist deontologie
Merve Kose 02

Deel dit artikel

Vraag

U stelt de vraag of een advocaat de raadsman kan zijn van een architect die vaak voor de eigen rechtbank als gerechtsdeskundige wordt aangesteld, terwijl diezelfde advocaat als raadsman van partijen optreedt in een dossier waarin deze architect als gerechtsdeskundige wordt aangesteld.

Advies

Over deze vraag werd reeds een advies verleend, dat gepubliceerd is onder het nummer 161.

Het advies nummer 161 was een advies in een concreet dossier. U zult kunnen lezen dat voorzitter STEVENS toen oordeelde dat er in dit dossier geen reden was om de advocaat van de zaak te onttrekken, omdat hij ook de raadsman was van de gerechtsdeskundige die in de zaak was aangesteld.

Terecht werpt u op dat de vraag twee zijden heeft. Er is de vraag of een advocaat kan aanvaarden de raadsman te worden van een deskundige, die als gerechtsdeskundige is aangesteld in een zaak waarin dezelfde advocaat de raadsman is van een van de partijen en er is anderzijds de vraag of een deskundige, die als gerechtsdeskundige wordt aangesteld in een zaak waarin een van de partijen is bijgestaan door zijn eigen advocaat, de expertiseopdracht kan of mag aanvaarden.

Ons interesseert enkel de vraag over de houding die de advocaat dient aan te nemen.

Er bestaat geen absolute regel dat een advocaat de belangen van een gerechtsdeskundige in diens privaat geschil niet zou mogen behartigen, wanneer diezelfde advocaat ook de raadsman is van een partij in een zaak waarin de gerechtsdeskundige is belast met een deskundigenopdracht.

De advocaat dient onafhankelijk te zijn, ook ten aanzien van zijn eigen cliënt. Men kan evenwel niet a priori stellen dat het feit dat de cliënt ook gerechtsdeskundige is en het feit dat hij is aangesteld in een zaak waarin de advocaat de belangen van een partij behartigt, de onafhankelijkheid van de advocaat in het gedrang brengt. Het is zelfs weinig waarschijnlijk dat de advocaat zich ten aanzien van zijn cliënt anders zal gedragen omdat deze cliënt ook gerechtsdeskundige is.

Het tegenovergestelde is wel meer waarschijnlijk, maar ook niet a priori te veronderstellen. Een gerechtsdeskundige kan worden beïnvloed door het feit dat de raadsman van een van de partijen ook zijn raadsman is in een privaat geschil. Dat hij zich daardoor effectief zal laten beïnvloeden, is evenwel lang niet zeker. Dit zal voornamelijk afhangen van de aard van de zaak, van de aard van de relatie tussen de advocaat en de deskundige en van de beroepsernst van de deskundige.

Welke band dan ook tussen de advocaat van een partij en een gerechtsdeskundige kan aanleiding geven tot een gebrek aan onafhankelijkheid van de gerechtsdeskundige en kan zeker aanleiding geven tot een gebrek aan vertrouwen in de onafhankelijkheid van de deskundige in hoofde van de overige partijen. Daarom lijkt mij dat, binnen het kader van het respect voor het beroepsgeheim, enige transparantie hier op zijn plaats is.

Een deskundige die als gerechtsdeskundige wordt aangesteld in een zaak waarin een van de partijen is bijgestaan door de eigen advocaat van de gerechtsdeskundige, dient mijns inziens zijn dienst ofwel te weigeren ofwel minstens de overige partijen in te lichten van dit feit en hen te vragen of zij daartegen geen bezwaar hebben.

Omgekeerd komt het mij voor dat de advocaat, die door een gerechtsdeskundige wordt aangesproken om hem als raadsman bij te staan in een privaat geschil, terwijl hij ook advocaat is van een partij in een zaak waarin de deskundige is aangesteld als gerechtsdeskundige, er goed aan doet om met de gerechtsdeskundige af te spreken dat hij deze partijen inlicht van het feit dat hij meester X als raadsman heeft aangesproken. Deze transparantie bevordert het tegensprekelijk karakter.

Het gaat evenwel te ver om daarvan een regel te maken. Er kunnen omstandigheden zijn, waarbij de aard van de zaak geen transparantie toelaat. De advocaat en de gerechtsdeskundige zullen in eerste instantie elk van hun kant hun houding in eer en geweten moeten beoordelen.

U zult vaststellen dat dit advies genuanceerd is en dat er geen absolute regels zijn. Hetzelfde geldt overigens voor een advocaat die de belangen van een rechter dient te behartigen in een privaat geschil van de rechter.

Veel zal afhangen van de concrete context en in sommige gevallen zelfs van de persoonlijkheid van de betrokkenen. Ook hier zal de stafhouder zijn belangrijke rol moeten vervullen na grondige kennisname van het dossier, na het horen van de betrokkenen en met respect voor de principes van onafhankelijkheid, beroepsgeheim en vrije keuze van de advocaat.

Philippe De Jaegere
Bestuurder departement deontologie

Ook interessant

Advies 778

Meer lezen

Advies 777

Meer lezen

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Tucht

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen