Vanaf 30 maart 2026 Advocaten verplicht om elektronisch te procederen voor RvVb en HHC
Vanaf 30 maart 2026 moeten advocaten elektronisch procederen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen en het Handhavingscollege. Dat is het gevolg van het Digitaliseringsdecreet van 23 november 2023. De voorzitter van de Dienst van de Bestuursrechtscolleges brengt in een brief nog enkele punten onder de aandacht van advocaten.
Nieuwe DBRC Studio
Wilt u een update over de nieuwste ontwikkelingen in digitale procesvoering? Kom er alles over te weten tijdens de tweede DBRC Studio op 23 maart. Inschrijven kan tot en met 19 maart.
Aandachtspunten voor advocaten
In zijn brief herinnert de heer Filip Van Acker, de voorzitter van de Dienst van de Bestuursrechtcolleges, aan de nieuwe procedureregels in het 'Digitaliseringsdecreet' van 23 november 2023 en het 'Digitaliseringsbesluit' van 5 september 2025.
Die zijn van toepassing op alle vorderingen die advocaten indienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen en het Handhavingscollege vanaf 30 maart 2026.
Hij wijst advocaten daarnaast op enkele aandachtspunten om de behandeling van beroepen door de RVVB en het HHC ook na 30 maart 2026 vlot te laten verlopen.
1. Verplicht karakter
Het gebruik van het digitaal platform is verplicht voor advocaten in hun hoedanigheid van vertegenwoordiger van een partij.
Het digitaal platform van de DBRC zal vanaf 30 maart 2026 bereikbaar zijn. Op die webpagina wordt ook een gebruikershandleiding gepubliceerd.
2. Generiek e-mailadres
Een betekening door de griffie via een digitale zending op het digitaal platform komt neer op de publicatie van een of meerdere documenten samen met een begeleidend schrijven van de griffie. Op hetzelfde ogenblik wordt vanuit het digitaal platform een e-mail verzonden naar de procespartij of haar vertegenwoordiger.
In dat verband doet u in uw eerste processtuk een digitale adreskeuze. Het betreft een e-mailadres waarop u vlot bereikbaar bent en dat een voldoende generiek karakter heeft waartoe meerdere personen toegang hebben zodat u eventuele afwezigheden kan opvangen en de notificaties vanuit het digitaal platform u ook in dat geval tijdig bereiken.
3. Aanmelden via het 'Digital Platform for Attorneys'
Om te kunnen aanmelden op het digitaal platform van de DBRC in de hoedanigheid van een advocaat of medewerker van een advocaat moet u zich aanmelden via het ‘Digital Platform for Attorneys’. Alle actieve advocaten binnen een advocatenkantoor hebben (automatisch) toegang tot de zaken waarbij het advocatenkantoor een procespartij vertegenwoordigt én waarbij de adreskeuze bij de advocaat ligt.
Medewerkers van het advocatenkantoor die een specifiek mandaat gekregen hebben voor het digitaal platform van de DBRC, hebben dezelfde toegang. Indien gewenst moet u uiterlijk op 30 maart 2026 de nodige aanpassingen voor uw medewerkers in het gebruikersbeheer van dp-a doorvoeren zodat ze tijdig toegang kunnen nemen tot de voor uw kantoor bestemde berichten. Het mandaat voor het digitaal platform van de DBRC is “DBRC Digitaal Platform”.
4. Ongewenste e-mail
Het e-mailbericht met de notificatie van een publicatie op het digitaal platform is afkomstig van het mailadres noreply@dbrc.vlaanderen.be. Het is uw verantwoordelijkheid om te vermijden dat deze e-mail door de mailfilter als ongewenste e-mail wordt beschouwd en daardoor in de spamfolder terechtkomt. U kan daartoe de afzender noreply@dbrc.vlaanderen.be via de instellingen van uw mailprogramma als veilige afzender kwalificeren.
Het is in ieder geval aangeraden om in uw mailprogramma regelmatig uw spamfolder of map ‘Ongewenste e-mail’ te raadplegen. Op die manier zorgt u ervoor dat de notificaties vanuit het digitaal platform u tijdig bereiken.
5. Huidig loket
De voorzitter van de DBRC geeft nog mee dat het huidige loket van de DBRC op 30 maart 2026 offline gaat zodat u ook voor het neerleggen van processtukken in de vorderingen ingediend bij de RVVB en het HHC voor 30 maart 2026 en de procedures bij de Raad voor betwistingen inzake Studievoortgangsbeslissingen en de Raad voor Verkiezingsbetwistingen gebruik kan maken van de algemene functionaliteiten van het digitaal platform.
In deze vorderingen geldt het verplicht gebruik van het digitaal platform echter niet en blijven de procedureregels van kracht zoals voor de inwerkingtreding van het digitaliseringsdecreet en -besluit.
Nog vragen?
Als u nog vragen heeft, kan u contact opnemen met de DBRC via digitalisering.dbrc@vlaanderen.be of 02 553 17 75.
Elektronische procesvoering voor de DBRC
In 2023 werd het digitaal platform van de DBRC in het DBRC-decreet van 4 april 2014 in het leven geroepen, in een eerste fase alleen op papier. De lancering van het platform, dat aanvankelijk gepland stond op 12 januari 2026, werd uitgesteld naar 30 maart 2026 om nog enkele laatste ontwikkelingen door te voeren.
Wel verscheen ondertussen het Digitaliseringsbesluit van 5 september 2025. Dat besluit wijzigt het DBRC-procedurebesluit van 16 mei 2014 met het oog op de ingebruikname van het platform door de Raad voor Vergunningsbetwistingen en het Handhavingscollege (HHC). De Vlaamse regering is gemachtigd om het platform ook op een later ogenblik in werking te stellen bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen en de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen.
Naar analogie met de regeling voor de Raad van State, zijn advocaten en overheden volgens artikel 17/1 van het DBRC-decreet vanaf de lancering van het digitaal platform verplicht om elektronisch te procederen. Die verplichting geldt ook voor andere partijen zodra die hun eerste processtuk via het platform hebben neergelegd.
Als die partijen daarentegen niet worden bijgestaan door een advocaat, en ervoor kiezen hun eerste procedurestuk analoog neerleggen, geldt die analoge proceduremethode voor die partijen op straffe van niet-ontvankelijkheid van digitaal neergelegde stukken voor de rest van de procedure, zelfs als ze later in de procedure een advocaat onder de arm nemen (zie Parl.St. Vl.Parl. 2022-2023, nr. 1821, 19).
Dat is anders onder elektronische procedure bij de Raad van State, waar advocaten, ongeacht de fase waarin de cliënt hen in de procedure betrekt, steeds elektronisch zullen moeten procederen.
Lees de brief van de DBRC-voorzitter
Ook interessant
Elektronische procesvoering binnenkort ook bij het Grondwettelijk Hof
Advocaten zullen in principe vanaf 1 maart 2026 ook elektronisch stukken kunnen indienen bij het Grondwettelijk Hof via zijn nieuwe digitaal platform eProConst. Dat heeft het Hof meegedeeld tijdens een overleg met de OVB op 22 januari 2026.
Advocaten verplicht om elektronisch te procederen bij Raad van State
Vanaf 1 januari 2026 moeten advocaten verplicht elektronisch procederen in alle procedures die zij inleiden bij de Raad van State. Ook het procedurereglement werd aangepast, met enkele belangrijke nieuwigheden.
Ook interessant
Jaarlijks overleg tussen OVB en DBRC
Op 7 mei 2026 vond naar jaarlijkse gewoonte een constructief overleg plaats met de Dienst van de Bestuursrechtscolleges. We spraken over het nieuwe digitale platform en de (elektronische) procesvoering, bemiddeling, de werking van de griffie en het gebruik van AI door advocaten.
Elektronische procesvoering binnenkort ook bij het Grondwettelijk Hof
Advocaten zullen in principe vanaf 1 maart 2026 ook elektronisch stukken kunnen indienen bij het Grondwettelijk Hof via zijn nieuwe digitaal platform eProConst. Dat heeft het Hof meegedeeld tijdens een overleg met de OVB op 22 januari 2026.