OVB sluit zich aan bij kritiek op raadkamer in gevangenis: “Ook rechtzoekende mag niet de dupe worden”
De Orde van Vlaamse Balies sluit zich aan bij de bezorgdheden van de Antwerpse balie over het plan om raadkamerzittingen in het nieuwe arresthuis De Kade te laten plaatsvinden. De praktische gevolgen voor advocaten, onderzoeksrechters en tolken zijn reëel. Maar volgens de OVB gaat het debat over meer dan logistiek alleen. Ook de positie van de rechtzoekende en de waarborgen van een eerlijk proces moeten mee in rekening worden gebracht.
Raadkamerzitting in de gevangenis: wat met het vermoeden van onschuld?
We hebben begrip voor de moeilijkheden die gepaard gaan met gevangenentransporten. Minder transporten kunnen vanuit veiligheid en efficiëntie voordelen bieden. Maar die voordelen moeten worden afgewogen tegen de fundamentele rechtswaarborgen die bij een eerlijk proces horen.
De rechtzoekende die voor de raadkamer verschijnt, kan iemand zijn die in voorlopige hechtenis zit. Voorlopige hechtenis is een uitzonderlijke maatregel waarbij iemand van zijn vrijheid wordt beroofd zonder dat hij of zij veroordeeld is. Het vermoeden van onschuld blijft volledig gelden. Juist daarom moet de rechterlijke controle daarop met de grootste zorg worden georganiseerd.
De rechter moet beoordelen of de overheid iemand verder van zijn vrijheid mag beroven. Dat vereist een omgeving die voldoende afstand, neutraliteit en sereniteit biedt. Een gevangenis is per definitie een omgeving waarin de rechtzoekende al onder het gezag van de overheid staat. Dat roept de vraag op of een gevangenis wel de aangewezen plaats is om onafhankelijk te oordelen over de verdere vrijheidsberoving.
De situatie wordt daarbij nog delicater als de verdachte op een bepaald moment vanuit de voorlopige hechtenis in vrijheid wordt gesteld, maar onder voorwaarden. Die voorwaarden kunnen later opnieuw ter discussie worden gesteld, en ook daarover beslist de raadkamer. Moet de betrokkene dan opnieuw naar de gevangenis om de zitting bij te wonen?
En wat met hybride raadkamerzittingen, waarbij sommige verdachten in voorlopige hechtenis zitten en anderen niet? Moeten zij zich dan allemaal naar de gevangenis begeven om daar voor de raadkamer te verschijnen?
En ten slotte: wat met de slachtoffers? Ook de burgerlijke partijen zijn op de zitting vertegenwoordigd. Moeten ook zij en hun raadslieden zich naar de gevangenis begeven om te worden gehoord?
Bij deze laatste vragen kan ook het gebruik van videozittingen worden betrokken, maar dat opent dan weer een bijkomende doos van Pandora.
“Recht wordt gesproken in een gerechtsgebouw, niet in een gevangenis.”
Recht wordt gesproken in een gerechtsgebouw, niet in een gevangenis. Wanneer de overheid iemand van zijn vrijheid berooft, is het aan een onafhankelijke rechter om te beoordelen of die vrijheidsberoving gerechtvaardigd blijft. Aan de ene kant staat de overheid, vertegenwoordigd door politie en parket; aan de andere kant de burger wiens vrijheid op het spel staat. De rechter moet daar met de nodige afstand en onafhankelijkheid over kunnen oordelen. Maar hoe creëer je die noodzakelijke afstand wanneer die beslissing wordt genomen binnen de muren van de gevangenis, de plaats waar de overheid diezelfde burger van zijn vrijheid heeft beroofd?
Dreigt de gevangenissetting voorlopige hechtenis te bestendigen?
Advocaat.be wijst bovendien op een mogelijk hechtenis-bestendigend effect van een raadkamerzitting in de gevangenis.
Onderzoek in het Verenigd Koninkrijk naar zogenaamde secure docks – een beveiligde ruimte achter glas in de zittingszaal – wees op een opvallend effect van de fysieke setting. Verdachten die in zo’n secure dock verschenen, werden aanzienlijk vaker in hechtenis genomen dan verdachten die niet in die beveiligde ruimte plaatsnamen. Dat effect bleef ook zichtbaar wanneer rekening werd gehouden met de ernst van de dossiers.
Het onderzoek ging dus niet over zittingen in de gevangenis, maar toont wel aan dat de fysieke omgeving waarin een rechter over vrijheid beslist, een invloed kan hebben op die beslissing. Als een beveiligde zitplaats achter glas al een dergelijk effect kan hebben, verdient het mogelijke effect van een volledige gevangenissetting minstens grondig onderzoek.
Dat is des te relevanter nu de gevangenissen overvol zitten en ons land al met een aanzienlijk aantal voorlopige hechtenissen kampt.
“Een rechtsstaat vereist niet alleen onafhankelijke rechtspraak, maar ook dat die onafhankelijkheid voor de burger zichtbaar en controleerbaar is.”
De kwaliteit van het debat staat op het spel
Niet alleen advocaten zullen mogelijk bijkomende logistieke moeilijkheden ondervinden. Ook voor onderzoeksrechters is het niet evident om voor al hun raadkamerzittingen naar de gevangenis te komen.
De onderzoeksrechter geeft tijdens de raadkamerzitting een stand van zaken van het onderzoek en speelt daarmee een belangrijke rol in het debat over de verdere vrijheidsberoving. Als onderzoeksrechters niet voor al hun dossiers naar de gevangenis kunnen komen, bestaat het risico in de praktijk één onderzoeksrechter zou worden afgevaardigd die, naast de eigen dossiers, ook als vervanger optreedt voor dossiers van andere onderzoeksrechters. Een onderzoeksrechter die niet het eigen onderzoek toelicht maar dat van een collega is minder betrokken wat leidt tot inhoudelijk kwaliteitsverlies en een verminderde persoonlijke behandeling van de rechtzoekende.
Ook het inmiddels afgevoerde proefproject met zittingen van de raadkamer in de gevangenis in Dendermonde verdient volgens Advocaat.be een vermelding. Daar werden in 2024 raadkamerzittingen in de gevangenis gehouden. Na ongeveer een jaar verhuisde de raadkamer opnieuw naar het gerechtsgebouw, onder meer omwille van de praktische organisatie.
Efficiëntie en het beperken van gevangenentransporten zijn legitieme doelstellingen. Maar zij mogen niet ten koste gaan van de rechtswaarborgen van de persoon wiens vrijheid op het spel staat. Advocaat.be vraagt daarom dat de invoering van raadkamerzittingen in De Kade niet als een louter organisatorische beslissing wordt beschouwd, maar dat ook de gevolgen voor de rechtzoekende, de kwaliteit van de rechterlijke toetsing en het eerlijk proces volwaardig worden onderzocht.