Grondwettelijk Hof vernietigt afschaffing financiële hulp voor asielzoekers
Het Grondwettelijk Hof heeft in arrest nr. 66/2026 van 21 mei 2026 de bepalingen vernietigd die de mogelijkheid afschaften om in bijzondere omstandigheden opvang in financiële vorm toe te kennen aan asielzoekers.
De wetgever wijzigde met twee wetten van 14 juli 2025 het opvangsysteem voor asielzoekers:
- Fedasil kreeg de mogelijkheid om materiële hulp te weigeren aan personen die reeds internationale bescherming genieten in een andere EU-lidstaat.
- De mogelijkheid om, in bijzondere omstandigheden, opvang in financiële vorm toe te kennen werd afgeschaft.
Op verzoek van meerdere asielzoekers schorste het Hof deze maatregelen al eerder bij arrest nr. 23/2026. In het arrest van 21 mei 2026 spreekt het Hof zich definitief uit over de afschaffing van de mogelijkheid om opvang in financiële vorm te verlenen.
Maatregel schendt grondrechten en EU-recht
Het Grondwettelijk Hof oordeelt dat de volledige uitsluiting van financiële opvang strijdig is met zowel het Unierecht als meerdere grondrechten.
Het Hof merkt op dat de Europese Opvangrichtlijn (2013/33/EU) aan de lidstaten een beoordelingsvrijheid laat om te bepalen in welke vorm en op welk niveau zij opvang aanbieden aan asielzoekers. Indien de wetgever meent dat het een toestroom van asielzoekers kan ontmoedigen, kan hij dan ook beslissen dat aan elke asielzoeker materiële hulp wordt aangeboden in een opvangcentrum.
Het Hof benadrukt echter dat een probleem ontstaat wanneer:
- het opvangnet verzadigd is en geen plaats beschikbaar is, of
- de aangeboden plaats niet aangepast is aan de specifieke situatie van de betrokkene.
In dergelijke gevallen leidt het ontbreken van een alternatief – zoals financiële hulp – tot een reëel risico op schending van het recht op menselijke waardigheid.
Schending van fundamentele rechten
Het Hof stelt vast dat de afschaffing van opvang in financiële vorm:
- een aanzienlijke en onverantwoorde achteruitgang vormt van het recht op een menswaardig leven
- het recht op maatschappelijke hulp en behoorlijke huisvesting aantast
- in bepaalde gevallen ook het recht op privé- en gezinsleven schendt
Het Hof besluit dat de betrokken bepalingen een gekwalificeerde schending uitmaken van het Unierecht en de Grondwet (artikelen 22 en 23 Gw.).
Het Hof spreekt zich nog niet uit over de tweede maatregel (weigering van materiële hulp aan personen die al bescherming genieten in een andere lidstaat). Daarover wacht het Hof eerst het antwoord van het Hof van Justitie van de Europese Unie af op een prejudiciële vraag.
Lees het arrest
Ook interessant
OVB waarschuwt voor disproportioneel wetsontwerp woonstbetredingen
Op 23 juni 2026 werden wij gehoord in de Kamercommissie Binnenlandse Zaken over het wetsontwerp dat woonstbetredingen mogelijk maakt in het kader van het vreemdelingenrecht. Net zoals Avocats.be gaven wij advies, vertegenwoordigd door Kati Verstrepen, voorzitter van onze commissie migratierecht.
Grondwettelijk Hof fluit videoconferentie bij asielverhoren terug
Het Grondwettelijk Hof heeft geoordeeld dat het huidige wettelijke kader onvoldoende waarborgen biedt voor het organiseren van een persoonlijk onderhoud via videoconferentie. Dit arrest heeft belangrijke gevolgen voor de praktijk.