Nieuw Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten
De beroepsactiviteiten van advocaten zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van de Wet Private Opsporing van 18 mei 2024. Toch ontslaat dat advocaten er niet van hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen na te leven wanneer ze als onderdeel van die beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren.
Daarom hebben we, in samenwerking met een werkgroep, deontologische gedragslijnen uitgewerkt om advocaten houvast te bieden wanneer ze zulke handelingen uitvoeren voor hun cliënten.
Wet Private Opsporing
De wet van 18 mei 2024 ‘tot regeling van de private opsporing’ (BS 6 december 2024) (WPO) vervangt sinds haar inwerkingtreding op 16 december 2024 de wet van 19 juli 1991 ‘tot regeling van het beroep van privédetective’. De WPO biedt een omkadering voor de activiteiten van private opsporing.
Dat zijn in essentie onderzoeksactiviteiten, verricht door natuurlijke personen voor een opdrachtgever, om informatie te vergaren over andere natuurlijke personen of rechtspersonen, dan wel de feiten waarbij ze (on)rechtstreeks betrokken zijn, met als doelstelling om de belangen van die opdrachtgever bij een (mogelijk) conflict te vrijwaren of om verdwenen personen of verloren of gestolen goederen op te sporen (artikel 3 WPO).
Activiteiten van private opsporing vallen onder het toepassingsgebied van de WPO en moeten aan de voorwaarden van die wet voldoen, tenzij ze volgens artikel 4 WPO uitdrukkelijk niet kwalificeren als activiteiten van private opsporing. Volgens de memorie van toelichting bij de WPO strekken die voorwaarden er onder meer toe om een beter evenwicht tot stand te brengen tussen publieke opsporing door de overheid en private opsporing, en de interactie daartussen te regelen, en de privacy en grondrechten te beschermen van derden die het voorwerp zijn van activiteiten van private opsporing.
Beroepsactiviteiten advocaten uitgesloten
Waar historisch advocaten extra muros werkten, en zich beperkten tot het aanwenden in rechte van de stukken en bewijzen die door de cliënt werden aangebracht, zijn het regelgevend landschap en de bijhorende compliance-verwachtingen voor cliënten de afgelopen decennia sterk geëvolueerd en daarmee ook de invulling van het beroep van de advocaat. In dat veranderde landschap voeren ook advocaten vandaag actief onderzoeken uit naar feiten, gebeurtenissen en gedragingen.
De beroepsactiviteiten van advocaten zijn echter uitgesloten van het toepassingsgebied van de WPO (artikel 4, 1° WPO). Bijgevolg zijn de onderzoekshandelingen die advocaten uitvoeren in het kader van hun beroepsactiviteiten niet onderworpen aan de voorwaarden van de WPO.
Deze uitzondering is volgens de memorie van toelichting bij de WPO een loutere overname van artikel 1, § 2 van de wet van 19 juli 1991 (Parl.St. Kamer 2023-2024, nr. 3935/001, 15). Volgens dat laatste artikel werden “personen [die activiteiten van private opsporing] uitsluitend uitoefenen in het kader van het beroep van [advocaat] niet als privédetectives beschouwd.”
Ook de toenmalige minister van Justitie verduidelijkte in de Senaat tijdens de bespreking van het wetsontwerp dat leidde tot de wet van 19 juli 1991 dat het “nodig [bleek]” om advocaten en enkele andere beroepsgroepen buiten het toepassingsgebied van de wet te houden, hoewel zij “uit hoofde van hun beroep een aantal onderzoekingen moeten doen.” (Parl.St. Senaat 1990-1991, nr. 1259/2, 15).
De WPO wijkt op dit punt dus niet af van de wet van 19 juli 1991, maar bevestigt dit.
Deontologische gedragslijnen
Dat gewijzigde advocatenlandschap waarin advocaten zelf onderzoekshandelingen uitvoeren, noopt tot een gepaste deontologische omkadering. Het feit dat de beroepsactiviteiten van advocaten buiten het toepassingsgebied van de WPO vallen, ontslaat hen er niet van om alle wetsbepalingen die wel op hen van toepassing zijn, alsook de deontologische beginselen in acht te nemen wanneer zij, in het kader van hun beroepsactiviteiten, onderzoekshandelingen ontplooien.
Daarom heeft de OVB, in samenwerking met een werkgroep bestaande uit advocaten van verschillende kantoren die ervaring hebben met onderzoekshandelingen, een deontologisch gedragskader uitgewerkt om advocaten houvast te bieden wanneer ze zulke handelingen wensen uit te voeren voor hun cliënten.
De onderzoekshandelingen die advocaten vandaag al uitvoeren in hun beroepspraktijk waren het uitgangspunt van de werkgroep. De werkgroep ging na hoe de Codex deontologie voor advocaten (CDA) zich tot die onderzoekshandelingen verhoudt en hoe zulke handelingen in de ons omliggende landen deontologisch omkaderd zijn.
De werkgroep overliep voorbeelden van onderzoekshandelingen die advocaten geregeld uitvoeren in het kader van hun beroepsactiviteiten.
De werkgroep meent dat de huidige deontologie richtinggevend is voor de uitoefening van deze onderzoekshandelingen, zoals dat het geval is voor alle beroepsactiviteiten van advocaten. Ook onderzoekshandelingen moeten ze dus met deskundigheid en in onafhankelijkheid uitvoeren.
Het opzet van dit deontologisch gedragskader is om advocaten bijkomend houvast te bieden in de concrete toepassing van de deontologische principes op onderzoekshandelingen gesteld in het kader van hun beroepsactiviteiten.
Ook interessant
Wet Private Opsporing en onderzoekshandelingen
Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren.
Wet Private Opsporing: enkele aandachtspunten voor advocaten
De Wet Private Opsporing (WPO) vervangt sinds haar inwerkingtreding op 16 december 2024 de verouderde wet van 19 juli 1991 ‘tot regeling van het beroep van privédetective’. Advocaten die in het kader van hun dienstverlening aan de cliënt beroep willen doen op private onderzoekers moeten zich terdege bewust zijn de bepalingen van de WPO en hun cliënt daarover informeren. We geven u daarom een beknopt overzicht met aandachtspunten.
Ook interessant
Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026
Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.
OVB herziet essentiële plichten van de advocaat
Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.