Ga verder naar de inhoud

Hoofdstuk 1 - De raad van de Orde zetelend zoals in tucht

Auteur

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht
Dominique Dombret 02

Deel dit artikel

Art. 196

In de volgende gevallen volgt de raad van de Orde de in dit hoofdstuk vastgelegde procedure:

§ 1 Wanneer de stafhouder of de raad van de Orde vaststelt dat er redenen kunnen zijn om een persoon de inschrijving of herinschrijving op het tableau, op de lijst van de advocaten die hun beroep uitoefenen onder de beroepstitel van een andere lidstaat van de Europese Unie of op de lijst van stagiairs, met toepassing van de artikelen 432 of 472, §1 Ger.W. te weigeren;

§ 2 Wanneer de stafhouder of de raad van de Orde vaststelt dat er redenen kunnen zijn om een advocaat, die daarom niet zelf heeft verzocht, met toepassing van de artikelen 432, 435, laatste lid en 437 Ger.W., of artikel 160ter van deze Codex weg te laten van het tableau, van de lijst van de advocaten die hun beroep uitoefenen onder de beroepstitel van een andere lidstaat van de Europese Unie of van de lijst van stagiairs;

§ 3 Wanneer de stafhouder of de raad van de Orde vaststelt dat er redenen kunnen zijn om een advocaat, die daarom heeft verzocht, niet op te nemen op de lijst met advocaten die prestaties wensen te verrichten in het kader van de juridische eerstelijnsbijstand bedoeld in artikel 508/5, §1 Ger.W.;

§ 4 Wanneer de stafhouder of de raad van de Orde vaststelt dat er redenen kunnen zijn om een advocaat overeenkomstig artikel 508/5, §4 Ger.W. te schrappen van de lijst met advocaten die prestaties wensen te verrichten in het kader van de juridische eerstelijnsbijstand;

§ 5 Wanneer de stafhouder of de raad van de Orde vaststelt dat er redenen kunnen zijn om een advocaat, die daarom heeft verzocht, niet op te nemen op de lijst met advocaten die prestaties wensen te verrichten in het kader van de juridische tweedelijnsbijstand bedoeld in artikel 508/7, §1 Ger.W.;

§ 6 Wanneer de stafhouder of de raad van de Orde vaststelt dat er redenen kunnen zijn om een advocaat overeenkomstig artikel 508/8 Ger.W. te schrappen van de lijst met advocaten die prestaties wensen te verrichten in het kader van de juridische tweedelijnsbijstand.

Art. 197

De stafhouder roept de betrokken persoon op voor de raad van de Orde op de zitting die hij bepaalt. Hij houdt daarbij rekening met een oproepingstermijn van minstens 15 dagen. De oproepingsbrief wordt verstuurd met een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs en vermeldt het voorwerp van de oproeping en eventueel ook de redenen die aanleiding geven tot het instellen van de procedure. (Gewijzigd AV 08/02/2023 – BS 09/03/2023 – in werking 01/07/2023)

Art. 198

Op de zitting van de raad van de Orde wordt de betrokken persoon gehoord. Hij kan zich laten bijstaan en vertegenwoordigen door een advocaat. De raad van de Orde kan steeds de persoonlijke verschijning bevelen.

Art. 199

Indien de betrokken persoon geldig is opgeroepen overeenkomstig artikel 197 en niet verschijnt noch zich laat vertegenwoordigen door een advocaat, kan de zaak in zijn afwezigheid worden behandeld.

Art. 200

De raad van de Orde behandelt de zaak in openbare zitting, behoudens de uitzonderingen vermeld in artikel 459 Ger.W.

Art. 201

De raad van de Orde beslist in een met redenen omklede beslissing.

Art. 202

De secretaris van de raad van de Orde brengt de betrokken persoon binnen acht dagen na de uitspraak op de hoogte van de beslissing bij ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs. Hij vermeldt daarin de rechtsmiddelen. (Gewijzigd AV 08/02/2023 – BS 09/03/2023 – in werking 01/07/202)

Art. 203

De betrokken persoon kan verzet aantekenen tegen de bij verstek genomen beslissing. Hij doet dat bij ter post aangetekende brief aan de secretaris van de raad van de Orde en binnen een termijn van 15 dagen na de kennisgeving van de beslissing.

Laattijdig verzet wordt niet ontvankelijk verklaard, tenzij de raad van de Orde de verzetdoende van het verval ontheft. De raad van de Orde oordeelt daar soeverein over en er staat geen rechtsmiddel tegen open.

De secretaris van de raad van de Orde roept de betrokken persoon op om voor de raad van de Orde te verschijnen op de wijze vermeld in artikel 197. Indien hij opnieuw niet verschijnt, doet de raad van de Orde uitspraak zoals op tegenspraak.

Het verzet wordt als ongedaan beschouwd indien de betrokken persoon:

  • nogmaals verstek laat gaan bij zijn verzet en het vaststaat dat hij kennis heeft gehad van de oproeping in de procedure op verzet, of
  • wanneer hij op verzet verschijnt, vaststaat dat hij kennis heeft gehad van de oproeping in de procedure waarin hij verstek heeft laten gaan en geen gewag maakt van overmacht of van een wettige reden van verschoning ter rechtvaardiging van zijn verstek bij de bestreden rechtspleging. De raad van de Orde oordeelt soeverein of hij de aangevoerde overmacht of reden erkent. (Ingevoegd AV 08/02/2023 – BS 09/03/2023 – in werking 01/07/2023)

Art. 204

Tegen de beslissingen bedoeld in artikel 196, §§1, 2, 3 en 5 kan hoger beroep worden ingesteld overeenkomstig artikel 432bis Ger.W.

Tegen de beslissingen bedoeld in artikel 196, §§4 en 6 kan hoger beroep worden ingesteld overeenkomstig artikel 463 Ger.W.

De secretaris van de tuchtraad van beroep brengt onmiddellijk na ontvangst van het hoger beroep de secretaris van de betrokken raad van de Orde daarvan op de hoogte. Die laatste maakt onverwijld het geïnventariseerd dossier over aan de secretaris van de tuchtraad van beroep.

Hoger beroep tegen de beslissing die het verzet als ongedaan beschouwt, houdt in dat de grond van de zaak aanhangig wordt gemaakt bij de rechter in hoger beroep, ook al is er geen hoger beroep ingesteld tegen de bij verstek gewezen beslissing. (Ingevoegd AV 08/02/2023 – BS 09/03/2023 – in werking 01/07/2023)

Art. 205

Ontvankelijk verzet en hoger beroep hebben schorsende kracht en de weglating van het tableau, van de lijst van de advocaten die hun beroep uitoefenen onder de beroepstitel van een andere lidstaat van de Europese Unie of van de lijst van stagiairs, of de schrapping van de lijst met advocaten die prestaties wensen te verrichten in het kader van de juridische eerstelijnsbijstand of de juridische tweedelijnsbijstand heeft uitwerking vanaf de dag die volgt op het verstrijken van de termijnen van verzet of hoger beroep, tenzij de raad van de Orde anders beslist.

Art. 206

Dit hoofdstuk is van toepassing op elk verzoek tot inschrijving, herinschrijving of opname bedoeld in artikel 196, §§1, 3 en 5 gedaan na 4 maart 2008 (datum van de inwerkingtreding van hoofdstuk VII.1 De raad van de Orde zetelend zoals in tucht, oud OVB-reglement van 21.11.2007).

Dit hoofdstuk is van toepassing op elke procedure van weglating of schrapping bedoeld in artikel 196, §§2, 4 en 6 ingeleid na 4 maart 2008 (datum van de inwerkingtreding van hoofdstuk VII.1 De raad van de Orde zetelend zoals in tucht, oud OVB-reglement van 21.11.2007).

Nog vragen? Onze specialisten ter zake

Ontdek alle medewerkers

Dominique Dombret

Coördinator deontologie en tucht

Merve Köse

Jurist deontologie

Gerelateerd nieuws

Deze berichten verschenen recent:
Tucht
woensdag 01 juli 2026

Zesde verslag College van Toezicht beschikbaar

Het College van Toezicht van de Vlaamse advocatuur heeft zijn zesde verslag gepubliceerd. Dat geeft een overzicht van de tuchtprocedures tegen Nederlandstalige advocaten in het gerechtelijk jaar dat loopt van 1 september 2024 tot 31 augustus 2025.

Meer lezen
Deontologie Stage
donderdag 25 juni 2026

Nieuwe regels voor de stage vanaf 1 september 2026

Onze algemene vergadering keurde op 24 juni 2026 een grondige herziening goed van Hoofdstuk 1 van Deel II van de Codex Deontologie voor Advocaten (stage). Lees wat er wijzigt.

Meer lezen
Deontologie
vrijdag 12 juni 2026

Deontologische gedragslijnen voor onderzoekshandelingen door advocaten

Advocaten moeten hun deontologie en de toepasselijke wetsbepalingen naleven wanneer ze als onderdeel van hun beroepsactiviteiten onderzoekshandelingen uitvoeren. Lees onze deontologische gedragslijnen.

Meer lezen
Deontologie
woensdag 10 juni 2026

OVB herziet essentiële plichten van de advocaat

Op 27 mei 2026 keurde de algemene vergadering van de OVB het reglement goed over de herziening van deel I van de Codex Deontologie voor Advocaten. Dat deel bevat de essentiële plichten van de advocaat. De herziening maakt deel uit van een bredere evaluatie waarbij de bepalingen werden getoetst aan hun actualiteitswaarde, duidelijkheid en evenredigheid.

Meer lezen
Tucht
woensdag 27 mei 2026

Sterke opkomst en actuele thema’s op zesde editie Seminarie Tucht

Op donderdag 21 mei 2026 vond in Antwerpen de zesde editie van het Seminarie Tucht plaats. Het seminarie bracht opnieuw een groot aantal actoren uit de tuchtprocedure samen, waaronder stafhouders, leden van de tuchtraden en ondersteunende medewerkers.

Meer lezen
Deontologie
dinsdag 07 april 2026

Algemene vergadering keurt vernieuwd werkingsreglement goed

Op 25 februari 2026 heeft onze algemene vergadering een volledig herwerkt werkingsreglement goedgekeurd.

Meer lezen
Deontologie
donderdag 05 februari 2026

Limburgse advocate weggelaten wegens helpen in restaurant: hoe zit dat eigenlijk?

Er is opschudding ontstaan over de beslissing tot weglating van de Limburgse advocate die meewerkt in het restaurant van haar man. Er is gebleken dat er nogal wat verwarring daarrond bestaat, en ook kritiek op de beslissing.

Meer lezen
Tucht
donderdag 27 november 2025

Stel u kandidaat voor het College van Toezicht

Heeft u interesse in de deontologie en het tuchtrecht van de advocatuur? Stel u dan kandidaat om deel uit te maken van het College van Toezicht.

Meer lezen
Deontologie Opleidingsinstituut
vrijdag 10 oktober 2025

Voortaan jaarlijks twee verplichte vormingspunten: één in deontologie, één in witwaspreventie

Sinds 2 oktober 2025 geldt een nieuwe verplichting voor elke advocaat: jaarlijks minstens één vormingspunt behalen in deontologie én één in witwaspreventie.

Meer lezen